| Eng | Fr |

Nieuws

Werk

Bewerkt/Verfilmd
Vertaald
Bekroond

Auteur
Optredens
Academisch
Audio/Video
Foto's
Contact

Eén keer per jaar is niet obsessief

Gedichten voor de jarige

16 mei 2018

Traagschuim

Hoe we van woorden hielden
die in de mode waren
bij topdek van traagschuim opgewonden raakten
rechtopstaand in de matrassenwinkel
memory foam gilden
als iets wat we al een keer hadden meegemaakt
maar dan sneller

waar we dan als ouden van dagen
langzaam op liggen gingen
onze botten in aanraking brachten
met de speciale aanbieding van de maand
een verse laag die garant zou staan
voor een verlengde levensduur van de matras van jaren

de vorm aannamen
de bouncing capacity opmaten
met ons West-Vlaams spraakgebrek
lijk galve haren

tot we plat waren
tot we schuimden

16 mei 2017

Take a seat please

Hij leerde zittend plassen
een nieuwe houding, die hem hielp
nadenken over
hoe de weg die hij was gegaan
weer vol en zacht te maken

Ik leerde staand met hem praten
altijd klaar voor vertrek
richting bij hem vandaan
omdat ergens op een facebookpagina
was gezegd dat je dood kon gaan
als je teveel zat

Op dat punt ontmoetten we mekaar
tussen wacht-ik-ben-nog-niet-klaar
en dag,
ik-ga-al
maakten we drie kinderen
die eerder dan wij praatten
en tot diep in onze dementerende jaren
altijd onweerstaanbaar
om onze pippi-kakka-grappen lachten


16 mei 2015

Zwart gat

Als het hiernamaals bestaat
zal ik er mijn stappen aarden
Ik zal niet slapen

Ik zal op zoek gaan naar de man
die ik kende
en me achter heeft gelaten
hem rondom me verzamelen
zoals voorheen,
wachten op zijn adem
zijn wonden likken
mateloos houden
van wat aan hem is verwaterd

Ik zal niets verloren laten
Ik zal langzaam verten gaan
Ik zal zoeken naar de dader

Naar de doder
Naar de god
die hem is komen halen

Waarom zo slaan
zal ik vragen
waarom me jaren laten braken van
zeer om de verlating
als het toch alleen maar was
om ons daarna weer te vergaren
tot wat we van het begin al waren:
bodemloos elk apart
samen: één groot gat


16 mei 2014

1 april

Hij was het eerste eiland dat ik vond
(ik moest een zonnebril tegen zijn schittering dragen)
Ik, gehaast,
en niet erg handig,
raakte hem van kant noch wal
Hij liet me begaan,
zo beweerde hij later,
ik had toch niets
dan het licht van Faeröer in mijn netten
(en een kleine, rode aprilvis)
Hij vroeg me
geen haren meer te klieven
maar ze op golven te leggen
en ik zei ‘goed’

Sindsdien
gaan we iedere dag
naar elkaars hoogtepunt op zoek
(dat ligt nooit hoog,
zoals we in scholen leerden
maar in de diepte van een bekken)
De kou op het water
doet onze adem dampen
waardoor we fris ogen
al is het nog vroeg
We verdoen onze tijd
We spelen het leven zoals het is
(en zelfs dat niet)
Ik peil,
hij vademt
We worden een vloot
We beloven elkaar niet nodeloos te raken
haken de rode visjes
geheel stiekem op elkaars rug…

Maar we streven!
We zullen elkaar alles vergeven
behalve dat de ander de eerste is
die voor de laatste keer ademt.


16 mei 2013

Back-up

het gedicht dat ik had willen schrijven
als het niet al was gedaan
gaat over levend vogels achterna duiken
braamvrij weer opstaan
en jezelf betasten om te weten hoe het is gebeurd

een bed vinden voor het liggen
in een kamer met hoeken noch kanten
een kogelrond raam
voor het kadreren van de zonsondergang
en genoeg honger
om van al je gewicht af te raken

dan bladloos wachten op een man
die door een kier naar binnen kan
die kijkt, zwijgt, slikt,
en als chocolade bevredigt


Print deze pagina... enkel als het niet anders kan!