| Eng | Fr |

Nieuws

Werk

Bewerkt/Verfilmd
Vertaald
Bekroond

Auteur
Optredens
Academisch
Audio/Video
Foto's
Contact

Analyse

Jet Marchau, 1996

Wegwijzers bij de lectuur van Vallen van Anne Provoost

1.1. Vallen heeft een duidelijke structuur. De laatste hoofdstukken sluiten zowel in tijd, in ruimte als in sfeer bij de eerste drie aan. De gedetailleerde manier van schrijven in de tegenwoordige tijd ondersteunt functioneel de gemoedstoestand van Lucas. Analyse van tijd.

1.2. In de aanloop (blz. 5-17) reikt de auteur zonder veel uitleg gegevens aan. Zo doet ze vragen en vermoedens rijzen en wekt ze spanning. De lezer vormt zich langzaam een vaag beeld van het gebeuren zelf, van de tijd en de plaats, maar ook van de relatie tussen hem en Caitlin.

2.1. Om de oorzaken van het gebeuren te achterhalen reconstrueert Lucas zijn verhaal in een flash-back. De vertelde tijd beslaat de zomervakantie. Anne Provoost bepaalt nauwkeurig perspectief en vertelprocédé en dwingt de lezer de ontwikkelingen zeer attent mee te volgen.

2.2 Vallen wordt door twee thema's gedragen: Lucas wordt niet alleen met mondjesmaat ingelicht over het verleden van zijn grootvader, hij wordt ook stap voor stap met het migrantenvraagstuk en het groeiend racisme geconfronteerd. Dilemma's spelen een belangrijke rol.

3.1. De personages zijn zorgvuldig gekozen. De confrontatie tussen de spilfiguren Lucas, Caitlin en Benoît drijft de (innerlijke) spanning op en stuurt op een catastrofe aan. De randfiguren, nl. Lucas' moeder, Soeur Beate en Alex, zowel als de politieagent en de kapster Nadine zorgen voor een nog grotere geladenheid.

3.2. Centraal staat Benoît methodiek om Lucas voor zijn extreme denkwijze te winnen. Met zijn retoriek spint hij Lucas langzaam maar zeker in en zet hij hem tot daden aan.

3.3 Het verhaal gaat crescendo, zowel wat de gebeurtenissen, de omstandigheden als de atmosfeer betreft. Een catastrofe lijkt onafwendbaar. Pas daarna komt Lucas tot bezinning. Er grijpt een totale kentering plaats.

4. In Vallen bespeelt Anne Provoost verschillende motieven: de kettingzaag, de houtvim, Caitlins dansen, de ganzen... De titel verwijst naar het belangrijkste motief en kan op verschillende manieren geïnterpreteerd worden.

5. Vallen is niet alleen kundig geconstrueerd, ook de taal is bijzonder rijk. Het verhaal wordt gedragen door beelden en metaforen die het vaak heel functioneel ondersteunen en die, vaker nog, heel origineel en mooi zijn.

Exploraties van Vallen van Anne Provoost

1. Over de structuur van de roman

1.1. De roman heeft een duidelijke structuur met een aanloop (blz. 5-17) en een uitloop (blz. 258- 264) die het raamverhaal voor het eigenlijke relaas van Lucas (blz. 18-257) vormen. De aanloop en uitloop zijn in de tegenwoordige tijd geschreven en spelen zich deels tussen Lucas' en Caitlins huis en deels in het ziekenhuis af. Alleen Lucas' en Caitlins realiteit tellen nog, het dorp, Benoît en het verleden zijn uitgeschakeld. Ook de sfeer sluit in de eerste en laatste hoofdstukken op mekaar aan. De zomer is voorbij en Lucas staat op het punt een beslissing te nemen. In de aanloop is het duidelijk dat Lucas zeer op zijn hoede en onzeker is, dat hij de beslissing om Caitlin aan te spreken wil uitstellen, maar dat hij tezelfdertijd heel alert is. Om die gemoedstoestand op de lezer over te brengen, laat Anne Provoost Lucas de gebeurtenissen als door het oog van een camera gedetailleerd registreren. Het gebruik van de tegenwoordige tijd versterkt die idee nog. De filmische weergave heeft een vertragende werking, zorgt voor uitstel en ondersteunt op die manier Lucas' aarzeling om tot actie over te gaan perfect.

blz. 5 : Ik drentel wat rond, knijp met mijn nauwelijks genezen vingers de uitgebloeide koppen van de geraniums op de vensterbanken af en wrijf de grassprieten, die door de regen opnieuw hun groene kleur hebben, onder mijn schoenzolen tot bruine worstjes.

blz. 5 : Behoedzaam neemt de ambulancier de bocht. Ik volg hun beweging niet alleen met mijn ogen en mijn hoofd, maar met mijn hele lichaam door langzaam om mijn as te draaien, mijn armen slap naar beneden en mijn kin een beetje vooruit.

Ook de laatste bladzijden zijn in de tegenwoordige tijd geschreven met een gedetailleerde weergave van alle handelingen, hoewel Lucas nu een beslissing genomen heeft. Hier ondersteunt het schrijfprocédé de bewuste actie van Lucas en de moeizame manier waarop het gesprek tussen Caitlin en hem verloopt.

blz. 258: Ik loop hen voorbij en ga voor de keukendeur staan. Als ik mijn hand optil om te kloppen, doet een koude, vochtige windstoot me even rillen.

blz. 259: Heb je een glas water?' vraag ik. Ik loop naar de gootsteen en open de deur van de kast die ze aanwijst. Ze kijkt naar me, naar elk van mijn bewegingen.

1.2. In de aanloop reikt de auteur gegevens aan en zet ze pionnen uit. Lucas registreert de gebeurtenissen zoals hij ze nu ondergaat heel alert. Hij neemt bijgevolg niet de tijd om er uitleg over te geven. De lezer krijgt volgende gegevens toegestopt, waardoor hij/zij een en ander begint te vermoeden i.v.m.:

- de tijd: einde van de zomer, overtrokken weer

- de gebeurtenis zelf: er is iets met Caitlin gebeurd, waardoor ze gedurende drie weken in het ziekenhuis verbleef. Lucas zelf is ook gewoond: blz. 5: mijn nauwelijks genezen vingers, blz. 6: mijn handen zitten op een paar plaatsen nog in het verband. Even later blijkt dat Caitlins linkervoet weg is en dat Lucas met een zeer belangrijke vraag zit: wat hebben ze met de voet gedaan? - het karakter van Lucas: twijfelaar, durft geen confrontatie met Caitlin aan; zou hij zich schamen?

- het karakter van Caitlin: zelfverzekerd, op het roekeloze af: blz. 11: Waarom ga je altijd zo snel? vroeg ik haar op een keer. Omdat ik gemaakt ben om te winnen,' antwoordde ze.

- de relatie tussen Lucas en Caitlin: Lucas en Caitlin voelen mekaar zeer sterk aan blz. 6: Ik weet hoe ze praat en beweegt als ze iets zegt. blz. 7: Ik weet dat haar handen nooit klam zijn, altijd koel, alsof ze ze regelmatig onder de koudwaterkraan houdt. blz. 7: Ze weet natuurlijk dat ik hier op de tafel sta en naar haar kijk.

- Lucas' moeder: zenuwachtig, Lucas tot actie aanzetten om te kunnen vertrekken; haar haast lijkt op een vlucht.

- de omstandigheden: er wordt in het dorp geroddeld, er zit dus een geurtje aan het ongeluk. Tussen Lucas' familie en het klooster heerst er vijandigheid. Het geluid van kettingzagen is op de achtergrond hoorbaar.

Gedetailleerde tijdsanalyse

2.1. Anne Provoost kiest voor een ik-verteller: Lucas. Hij vertelt gedetailleerd en in chronologische volgorde, met af en toe een geringe vooruitwijzing die zo vaag is dat ze nog grotere nieuwsgierigheid wekt. De lezer moet dus wel geconcentreerd lezen, wil hij meer over de aangekondigde gebeurtenissen te weten komen. Lucas begint zijn flashback met een verdichting van de tijd: in een paar bladzijden, blz. 18-21, vat hij de gebeurtenissen van de voorbije winter en lente samen. Daarin maakt hij af en toe een sprong in de tijd en verwijst hij naar de gebeurtenissen van de komende zomer: blz. 19: Ik wist toen nog niet waarover ze ooit ruzie hadden gekregen. blz. 19: Maar deze zomer heeft Caitlin mijn ogen geopend. Ze heeft me voor aap gezet door te laten zien dat ik de enige was in de omgeving die niet wist wat er gebeurd was. Die vage verwijzingen blijven zijn eigenlijke verhaal doorspekken: blz. 23: Dat was een fout, weet ik nu. Als ik in de tijd terugga, zie ik dat dit het moment is waarop het verkeerd begon te lopen, al is dat nu natuurlijk makkelijk gezegd. De keuze voor een personele verteller en het gedetailleerde, chronologische verslag vergroten de betrokkenheid bij de lezer die dezelfde evolutie als die van Lucas meemaakt en zich op dezelfde manier laat inspinnen. De kans is dus groot dat ook de lezer, net als Lucas, na de catastrofe tot bezinning komt, de zgn. catharsis.

2.2. Twee thema's worden simultaan ontwikkeld. In de loop van het verhaal groeien ze naar mekaar toe en worden ze met mekaar verweven.

Als eerste thema komt het verleden van zijn grootvader naar voren. Lucas heeft vroeger nooit stilgestaan bij het feit dat zijn grootvader en Soeur Beate in onmin met mekaar leefden. Nu zijn grootvader gestorven is én Caitlin en haar moeder naar het klooster teruggekeerd zijn, komen de tongen los. Lucas voelt dat het verleden van zijn grootvader zijn eigen identiteit beïnvloedt. Hij wil dus precies weten wat er gebeurd is en welke rol zijn grootvader tijdens de oorlog in verband met Soeur Beate heeft gespeeld. Kapster Nadine wekt de eerste vragen bij hem op (blz. 25), zeer tot ongenoegen van zijn moeder die het verleden in de doofpot wil stoppen en alle bewijzen verbrandt, (blz. 77). Zijn moeders reactie wijst in een bepaalde richting: blz. 32: Kijk Lucas, de Meadows zijn van die mensen die denken dat hen in het leven verschrikkelijk te kort gedaan is. Ze zien niet dat iedereen zijn kruis heeft. Ze lopen met hun problemen te koop, maar zien niet dat ze niet de enigen zijn die pech gehad hebben. Toch schaamt ze zich (blz. 108) en wil ze geen herhaling van de feiten: blz. 117-118: Lucas, zei ze, doe dat niet (...) Word niet zoals je grootvader.

Caitlin veronderstelt dat Lucas op de hoogte is van grootvaders oorlogsverleden: blz. 40: Die ganzen maken me gek (...) Het heeft natuurlijk met de oorlog te maken, voegde ze eraan toe. En met je grootvader, zoals je wel weet.(...) 'Mijn grootvader? vroeg ik.

Caitlin spreekt met misprijzen over zijn grootvader. Haar cryptische uitspraken over bijv. het licht in zijn schilderijen (blz. 70) en de kelders (blz. 73) ergeren Lucas en prikkelen zijn nieuwsgierigheid. Caitlins misprijzen slaat op Lucas over wanneer hij op een volgens haar verkilde manier een duif in de kelder doodt: door zijn aarzelende houding verminkt hij haar (blz. 128).

Benoît daarentegen catalogeert Lucas meteen als de kleinzoon van zijn lichtend voorbeeld, Felix Stockx. Hij zal de kwetsbare Lucas voortdurend in die zin vleien en aanspreken.

De schilderijen en de reactie van een boerin brengen Lucas een stap dichter bij het wezen van zijn grootvader. Hij waagt zich op glad ijs om het vermeende complot tegen hem te doorbreken. Nadine verraadt zich het eerst, maar houdt zich neutraal: blz. 97: 'Als je het allemaal op een rijtje zet, heeft hij niets anders gedaan dan een illegale praktijk doorgegeven, vind je niet? ' Maar zij wijst ook als eerste op het verband met Soeur Beate. Benoît prijst die illegale praktijk vanuit zijn onverholen bewondering en vult het verhaal aan. blz. 108: 'Zijn eigen dochtertje was erbij.' Tenslotte kan zijn moeder niet meer buiten een volledige uitleg (blz. 118-119). Ze verontschuldigt hem: 'Mensen met verdriet doen vreemde dingen (blz. 119).'

Caitlin vertelt het verhaal nog eens, met meer details en ontkleedt grootvader genadeloos: 'Tot aan zijn dood ontkende hij het bestaan van concentratiekampen.' (blz. 127). Haar woede treft nu vooral Lucas, omdat hij van niets wist én omdat hij er geen mening over heeft: 'Je moet daar een mening over hebben. Als je er geen hebt, moet je je er een vormen.' (blz..127).

De woede van Lucas omdat iedereen zwijgt, maakt hem nog ontvankelijker voor de vleiende woorden van Benoît, de enige die de verdediging van zijn grootvader opneemt. Vandaar dat hij tenslotte Caitlin met de rol van de stencilmachine confronteert en haar van leugens beschuldigt. Op dat ogenblik is hij al in de ban van Benoît retoriek.

Het tweede thema dient zich gelijktijdig met het eerste aan: het migrantenvraagstuk en het groeiende racisme. Bij de aankomst van Lucas en zijn moeder in het huis van grootvader is er ingebroken. De televisie is weg en dat maakt Lucas kregelig (blz. 21). Onmiddellijk daarna stelt Lucas neutraal de aanwezigheid vast van opvallend veel Arabische seizoenarbeiders in de Cercle, een volksbuurt van het stadje Montourin. De agent speelt voor trendsetter en legt een link tussen de diefstal en de Cercle (blz. 42). Hij gaat nog verder met stemmingzetten: blz. 82: De stad is niet meer wat ze geweest is, met al die toeristen en die seizoenarbeiders. (...) Heel Arabië eet uit onze pannen. En er is niemand, hé, die iets ziet of hoort.

Hij is het die Lucas stiekem het depot van de dievenbende wijst. Lucas wordt in de Cercle aangevallen, maar hij beseft dat hij zijn aanvallers uitgedaagd heeft: de Arabieren identificeren hem als een provocerende skinhead.

blz. 101: Ik had hier niet mogen komen, niet vlak na een bezoek aan de kapper en zeker niet met een pistool onder mijn arm.

De tactiek van Benoît, kalmte bewaren en hen overbluffen, werkt bij Lucas nog niet. Benoît neemt achter de schermen wel de touwtjes in handen. Hij wakkert de negatieve stemming aan met een tendentieus krantenbericht (blz. 128) en met radiocommentaar (blz. 146). Vanaf hier helpt Arme Provoost de lezer die zich op dat ogenblik door Benoît sluipende stemmingmakerij laat inpalmen. Een autochtone bewoonster van de Cercle wijst op de vooroordelen en de negatieve politiek van de stad; de Cercle wordt verwaarloosd, omdat men ervan uitgaat dat de allochtonen daar toch alles kapotmaken. blz. 132: 'Zie je wel. Als u 't voorzegt. 't Is iedere keer hetzelfde: als wij ze kapot willen, komen we wel tot ginder om dat te doen'

Caitlin bestempelt Benoîts radio-interventie als primitief geleuter (blz. 146), maar twijfelaar Lucas laat zich verder inpalmen, vooral omdat hij er in de stad, net als thuis (cf. de telefoontjes naar zijn vrienden), bij wil horen: 'Hoewel ik onzeker en achterdochtig was, overviel mij toch de opwinding erbij te horen en een missie te hebben: ik zou een boom rooien.' (blz. 159).

Van dan af escaleren de handelingen tegen de Arabieren. Een jongen van 14 wordt zonder reden in mekaar geslagen, hoewel Benoît zijn daad als zelfverdediging uitlegt (blz. 168). De aanslag op de pastorie die als opvangtehuis voor asielzoekers dienst zal doen, wordt voorbereid (blz. 172- 180) en Lucas durft voor het eerst openlijk zijn ideeën tegenover Caitlin verdedigen. Hij maakt zich het zwart-witte denkpatroon van Benoît meer en meer eigen en neemt klakkeloos aan, dat de Arabieren er nu ook met zijn hout vandoor zijn (blz. 195). Hij besluit met de groep van Benoît en Alex aan de betoging tegen de asielzoekers deel te nemen. Die betoging, de actie waarvoor Benoît hem en Alex laat opdraaien, Benoît uitspraken en wraakzucht tegenover Caitlin, openen tenslotte Lucas' ogen. De lezer kan nu een verband leggen tussen de wraakactie van de grootvader tegen de joodse onderduikers en de wraak van Benoît tegen de 'multiculturele rat', de 'vuile jodin' Caitlin die meeheult met de 'lelijke koekoeken (...), die het zich makkelijk maken in het nest dat wij gebouwd hebben.' (blz. 200).

De link tussen grootvaders verleden en Lucas' heden wordt in de loop van het verhaal opgebouwd, bijv. door Lucas dezelfde handelingen toe te schrijven als zijn grootvader: hij bespiedt het klooster vanaf de verschoven werktafel. Wanneer Lucas tot inzicht gekomen is, wordt de streng nog nauwer aangehaald. Hij doet net als zijn grootvader boete door hout te verzamelen, nu niet meer alleen voor Soeur Beate, maar ook voor de asielzoekers die, net zoals de joodse kinderen tijdens de oorlog, in het klooster ondergebracht zullen worden. Lucas is echter niet van plan hen te verraden.

De liefde van grootvader voor Soeur Beate en van Lucas voor Caitlin en de rol van het klooster toen en nu zorgt, met alle verwikkelingen vandien, voor een parallellie tussen verleden en heden. Het verraad van de grootvader en de uiteindelijke inkeer van Lucas doorbreken die parallellie en bieden hoop, ook al blijven de ganzen waarschuwend snateren.

3.1. De personages zijn zorgvuldig gekozen. Hoewel Lucas en Caitlin karakterieel elkaars tegenpool zijn en dus botsen, trekken ze mekaar ook voortdurend aan. De tweeduidige geladenheid tussen hen zorgt voor een emotionele spanning. Caitlin en Benoît staan, wat hun ideeën betreft, loodrecht tegenover elkaar. Benoît denkt dat hij Caitlin kan inpalmen, maar wanneer ze hem doorheeft, schopt ze hem keihard terug. Benoîts wraak is dubbel: hij probeert Lucas te gebruiken om zich op Caitlin te wreken én - wat meer is - hij denkt dat hij daarin geslaagd is.

Lucas is een zoekende adolescent, een twijfelaar zonder vaste ideeën, ook al lijkt zijn identiteit door het verleden van zijn grootvader bepaald. Iedereen kan hem overbluffen, zowel de agent (blz. 41-43), als Caitlin (blz. 38, 70, 87 e.a.), als Benoît (blz. 104, 176-177 e.a.). Zijn talrijke 'ja, nee' uitspraken typeren hem en verwoorden zijn onzekerheid. Typisch is ook dat hij vooral feiten en gebeurtenissen vaststelt, zonder er commentaar op te geven. Hij geeft bijv. het relaas van zijn aanranding in de Cercle, maar het is Benoît die de overval interpreteert en becommentarieert (blz. 104,105). Achteraf reageert hij als een puber: zijn naam staat in de krant! (blz. 128). Caitlin verwijt hem dit: blz. 127: Ik.. .Ik weet niet... Eigenlijk... Ik heb daar geen mening over. Fout, antwoordde ze. Fout. Je moet daar een mening over hebben. Als je er geen hebt, moet je je er een vormen. In al zijn naïviteit is hij de perfecte persoon om in de valkuil van Benoît te lopen.

Lucas evolueert in de loop van het verhaal. In het spoor van Benoîts denken, vormt hij zich geleidelijk een mening, al blijft hij onzeker ('ja, nee', blz. 126,176, 177...). Die onzekerheid is ook positief: hij blijft voor zichzelf een en ander in vraag stellen. De ommekeer komt na het ongeluk met Caitlin. Hij doorziet Benoît die hem met de vermeende wraakneming feliciteert. Plots ziet hij Benoîts onvolkomenheden: zowel wat zijn uiterlijk als wat zijn ideeën betreft: blz. 244: Ik kon de mee-eters op zijn kin zien. blz. 246: Hij is een gevaarlijk denker, zei ik kordater dan ik me voelde.(...) Vroeg of laat zal hij geweld gebruiken.

Caitlin wordt door Lucas' ogen bekeken. Zij oefent een sterke fysische en psychische aantrekkingskracht op hem uit. Hij ziet in de eerste plaats haar aantrekkelijke fysieke verschijning: blz. 39: Ze zag er luchtig uit, alsof de warmte haar droeg in plaats van op haar te drukken. Ze leek bezeten van een voortdurende innerlijke drang om te bewegen. Haar ogen waren bierbruin en haar huid licht. Anne Provoost houdt geen uitgesproken liefdesstory in petto, maar ze bouwt de groeiende (erotische) spanning tussen Caitlin en Lucas zeer subtiel op. Lucas zoekt bijv. de betekenis op van woorden die Caitlin in verband met hem gebruikt (bijv. het woord 'vriendin' op blz. 148), zijn beschrijvingen worden intenser en persoonlijker naarmate het verhaal vordert: blz. 148: Ik weet nog precies waar ze stond toen ze het zei, welke uitdrukking haar gezicht had, en hoe ze meteen erna naar me keek en glimlachte. Blz. 180: Haar manier van lopen straalde een dierlijke kracht uit. En verder op dezelfde bladzijde: Ik klauterde over de rots van Challon en reikte haar mijn hand. Ze legde de hare erin;(...) Haar vingers leken soepele, krachtige apepootjes die je vastgrijpen en daarna twijfelen of ze je wel los zullen laten. (...). blz. 184: Ze was stil als een vogel aan de waterkant, en ik was door haar betoverd. Het leek alsof alle vluchtlijnen van het kloostergebouw bij haar samenkwamen. Ze kleurde het landschap geel.

Na het ongeluk verwoordt Ruth, Caitlins moeder, wat enkel gesuggereerd werd, maar nooit uitgesproken: blz. 238: Je was met andere woorden verliefd op haar, zei ze. Ik voelde me zo belachelijk als ik verwacht had dat ik me zou voelen. Ik denk dat ik geknikt heb.

Maar ook mentaal en intellectueel is ze Lucas de baas. Caitlins zelfverzekerdheid en wijsheid staan tegenover Lucas' onzekerheid en naïviteit. Zij is van de gebeurtenissen tijdens de oorlog volledig op de hoogte; zij kan het licht in de schilderijen van grootvader interpreteren (blz. 70); zij is nog geen 18, maar heeft haar Amerikaans rijbewijs; zij verwijt Lucas voortdurend zijn blindheid; zij doorziet Benoît vlugger dan Lucas en ze durft hem aan, bijv. in de betoging. In haar dansen valt ze en stijgt ze weer op, zoals ze zich even in Benoît valkuil laat lokken, maar er door eigen inzicht ook weer uitgeraakt. 'Hij maakt me bang', zegt ze over Benoît. 'Er is iets met hem. Ik weet niet wat, maar het is gewelddadig. Ik heb hel gevoel dat ik geweldig verliefd op hem zou kunnen worden. Hij is intelligent. Hij is naar alles benieuwd, een journalist in hart en nieren.' (blz. 182) En later, blz. 186: 'Ik had het moeten weten,' zei ze uiteindelijk. 'Hij is erin geslaagd me om de tuin te leiden. Maar ik had een vermoeden.' Nog later: 'Hij is een zwam. Hij groeit op rottigheid: op slechte situaties en wantoestanden. En hij doet niets om ze te verbeteren.'

Benoît doet zich voor als een beschaafd, verfijnd intellectueel die edele waarden als ridderlijkheid, vriendschap en trouw hoog in het vaandel voert. Hij is heel netjes en stijlvol gekleed (blz. 62: in een blauw Armani-jasje, blz. 109: glimmende, dure schoenen, blz. 107: 'Zijn hemd was ondanks de hitte van de voorbije uren wit gebleven, ook de kraag en aan de oksels'. De zachte trekken in zijn gelaat palmen Lucas meteen in. De ruimte waarin hij leeft is weliswaar smakeloos, maar kraaknet. Hij laat zich omringen door de stoer uitziende Alex en door een Dobermannpincher (blz. 106).

Hij meent gezag en macht door arrogantie te kunnen afdwingen. Voor hem geldt de wet niet (blz. 112), of hij zet haar naar zijn hand (blz. 113,142). Hij bespeelt zijn publiek, zowel Alex, Lucas als de radioluisteraars én Caitlin, en laat ze zijn ideeën uitvoeren, zodat zij de verantwoordelijkheid voor de actie dragen. Hijzelf houdt zich op dat ogenblik afzijdig: blz. 167: 'Benoît stond afzijdig, meer naar mij toe dan naar hem, en leek niets met het gebeuren te maken te hebben.' Zijn handen blijven rein en onschuldig. Hij spreekt beheerst, vleiend of heel autoritair als het nodig is: blz. 172: Benoît keek hem streng aan en zei: "Mag ik verdergaan?" Hij hanteert een duidelijke tactiek om Lucas in de val te lokken (zie 3.2). Pas wanneer hij ziet dat hij Lucas verliest, toont hij zijn ware gelaat. Caitlin typeert hem uiteindelijk scherp op blz. 186: Hij wil niet bouwen maar breken. Hij weet nog niet goed wie, maar hij zal iemand laten betalen voor de dingen die fout lopen.

Later zal ze nog verder gaan en Benoîts gedrag (en die van zijn gelijken) verklaren. Zij willen macht, omdat ze schrik hebben voor het verstoren van de gevestigde waarden en de orde: blz. 208: Ze eisen macht. Wie macht heeft hoeft niet bang te zijn. En macht is op zichzelf gericht. Ikke en de rest kan stikke. Alex doet er nog een schepje bovenop als hij de onaantastbaarheid van Benoît verklaart: blz. 200: Benoît heeft het beroep zoon: zijn ouders hebben geld, zie je.

Caitlin typeert ook Alex: blz. 186: (...) een jonge werkloze die misnoegd is. Hij heeft geen geld en geen lief en wil ergens bijhoren. Een politieke opvatting heeft hij niet. Je maakt hem wijs dat de gastarbeiders hem zijn geboorterecht, zijn flat, zijn job en zelfs de mooiste blanke meisjes ontstolen hebben. Als hij dat goed slikt, vertel je hem de laatste mythe, die van het joodse complot: dat alle problemen het gevolg zijn van een joodse samenzwering die als enige bedoeling heeft de hele wereld te beheersen. Het is zo makkelijk. Ik geef het je zo op een blaadje. Alex is Benoîts tegenpool. Als personage dient hij vooral om Benoîts ideeën letterlijk en figuurlijk kracht bij te zetten.

Lucas' moeder komt over als een zwak, oppervlakkig personage dat het verleden het liefste vergeet. Ze gaat iedere confrontatie uit de weg. Lucas typeert haar: blz. 55: Ik kende haar als vrolijk en optimistisch, soms op het oppervlakkige af omdat ze niet echt de problemen en weemoed van anderen begreep. Lucas verwijt zijn moeder terecht dat zij niet in de gaten heeft wat er met hem gebeurt en dat ze niet ingrijpt: blz. 169: Ze had me kunnen tegenhouden. Maar ze leek heel erg met zichzelf bezig.

Kapster Nadine dient vooral als middel om het verhaal de gewenste richting te geven. Door haar loslippigheid wordt Lucas' nieuwsgierigheid aangewakkerd.

De agent vertegenwoordigt de bevooroordeelde machthebber, de ordehandhaver die liever geen problemen zoekt. Hij sympathiseert oogluikend met Benoît die orde op zaken wil stellen. blz. 246: Bevalt zijn denkwijze je niet? (...) Als je grootvader in de gemeentepolitiek gebleven was, hadden we nu misschien die verloedering niet gekend. Lucas antwoordt: Vroeg aflaat zal hij geweld gebruiken. Dan moeten we dat geweld afwachten, antwoordde hij met een fijne glimlach.

3.2 Centraal staat Benoîts methodiek om Lucas in zijn val te lokken en hem voor zijn extreme denkwijze te winnen.

a. Hij streelt Lucas' ego: hij neemt klakkeloos aan dat hij zeventien jaar oud is: Zeventien. Piepjong, minderjarig nog, en al zo'n verantwoordelijkheidsgevoel. (blz.63). En op dezelfde bladzijde: Ik hou van zonen die hun moeders beschermen.

b. Hij wekt vertrouwen door zich als idealist voor te doen. Hij prijst de voor hem edele waarden en idealen en komt er voortdurend op terug: ridderlijkheid, trouw, vriendschap én democratie.

c. Hij bespeelt Lucas emotioneel, zodat Lucas zichzelf inderdaad als de beschermer van de weerloze vrouwen op de heuvel begint te zien.

d. Hij behandelt Lucas meteen als een gelijkgezinde en spreekt zo op hem in. Hij schept een sfeer van 'wij vrienden onder elkaar'. Hij gaat ervan uit dat zijn toehoorder onvoorwaardelijk met hem akkoord gaat. Hij stelt zich daarbij erg arrogant op. blz. 141: Benoît belt Lucas zomaar op, als een vriend, en spitst hem meteen zijn visie op de mensenrechten en de democratie in de maag. Hij besluit: Dat is het voordeel aan jou,(...) dat jij die dingen begrijpt.(...) Mag ik dat doen, je opbellen? Ik bedoel: vind je dat leuk?(...) Goed, zei hij hoorbaar opgelucht, dan bel ik je later nog wel. Altijd fijn te weten dat je bij iemand terecht kunt. Omgekeerd geldt het ook, maar dat weet je. (blz. 142-143)

e. Hij stelt retorische vragen en prijst Lucas achteraf alsof hij het zelf bedacht heeft.

f. Om zijn daden te verantwoorden gebruikt hij sofismen of drogredenen. Hij denkt daarbij zeer zwart-wit. Bijv. in de kelder bij het dode hert: Doden is soms nodig om zuiverheid te bewaren, zei hij. Je doodt de zwakken opdat de sterken overblijven. (...) En kijk naar de natuur. Denk aan wat Darwin zegt over het recht van de sterkste. (Vervolgens legt hij het verband met de mens): Als je door de stad loopt, ging hij verder, kijk je dan nooit naar onze bejaarden, onze moeders, de kinderen in onze scholen? (...) Heb je dan nooit gedacht: wat zien ze er kwetsbaar uit? En als je kijkt naar het land dat we opgebouwd hebben, denk je dan nooit: dit mag niet kapot. Het mag nooit voorbijgaan, want het is goed zo? Je bent een man uit één stuk, Lucas. (...) Mensen zoals jij moesten er meer zijn.' (blz.113-114). Als er geen buitenlanders waren, dan zouden er ook geen racisten zijn.'' (blz. 200)

g. Benoît beheerst zich volkomen en is zelfverzekerd. Zo stelt hij alles groter en absoluter voor dan het in werkelijkheid is (blz. 116: het clubje).

h. Hij maakt Lucas eerst schatplichtig aan hem, door hem te verzorgen en zijn vriendschap op te dringen. Daarna komt hij de tol incasseren, onder het motto: de ene vriendendienst is de andere waard en vrienden laat je niet in de steek.

i. Hij geeft Lucas op een geduldige, maar autoritaire manier opdrachten, maar blijft vaag. Hij spreekt zich nooit rechtstreeks uit. Hij wil bijvoorbeeld dat Lucas de boom in de Cercle rooit, terwijl Lucas dacht dat Benoît zijn kettingzaag voor een ander doel wou gebruiken. Het is Alex die Lucas tenslotte moet inlichten: Heeft Benoît je dat niet verteld? (...) Hij is onverbeterlijk, zei hij met een vale glimlach die er even grimmig uitzag, maar snel weer verdween. Hij wil mensen voor zijn kar spannen maar vergeet er een paar woorden uitleg bij te geven.(...) Maar dat is zijn stijl. Als het zover is, krijg je alle informatie die nodig is om te doen wat je doen moet. (blz. 141)

j. Hij verkondigt dat hij tegen geweld is, maar verbaal provoceert hij en daagt hij zijn tegenstander uit. Dan kan hij 'uit zelfverdediging' reageren: Als je niet meer democratisch je ideeën mag uiten, wat doe je dan? Over je heen laten lopen? Ons geweld is geen doel, maar een middel. En we doen liet niet voor onszelf. (blz. 174)

k. Hij bereidt zich op alle mogelijke gebeurtenissen voor en zet de werkelijkheid altijd naar zijn hand: Ik ben op alles voorbereid. Mijn wapen is mijn macht. (blz. 189) De mensen van de Cercle zijn niet gehoord, zei ik. Ze hebben geen vertegenwoordiging in de gemeenteraad. Bingo riep Benoît. Hij glimlachte met de helft van zijn mond. Het stadsbestuur dwingt zijn inwoners met mensen samen te leven waarvan we weten dat ze onze veiligheid bedreigen. Dat is dictatuur, niet? (blz. 194) Hiermee bevestigt hij zijn houding zoals Caitlin die later (blz. 208) zal beschrijven.

Meer over retoriek.

Wanneer hij zich door Caitlin beetgenomen voelt, toont hij zijn ware aard. Zijn masker van geduld en beheerstheid valt af en hij gaat tot hardere actie over. Hij spuwt zijn haat rechtstreeks, probeert Lucas voor zijn kar te spannen en als dit niet lukt, gooit hij zijn eigen principes over eeuwige vriendschapstrouw overboord. Hij beschuldigt Lucas openlijk en wast zijn handen in onschuld.

3.3. Het verloop van het verhaal gaat crescendo. De feiten over grootvaders oorlogsverleden stapelen zich op. Benoît spreekt meer en meer op Lucas in en lokt hem onvermijdelijk in zijn val. In de Cercle komt het van provocatie tot actie. De climax wordt bereikt in de verhitte sfeer van betoging en tegenbetoging, namelijk op het ogenblik dat Lucas een molotovcocktail in de pastorie gooit. De bom ontploft en de anticlimax, de afkoeling volgt, óók in het weer. Op een ander vlak wordt de spanning tussen Lucas en Caitlin groter, ook daar blijven hevige botsingen niet uit, maar ze overleven ze en komen tenslotte tot hetzelfde besluit: Ga niet meer met Benoît om. Doe ik toch niet. Nee, ik bedoel: ga echt niet meer met hem om. Het advies geldt ook voor jou. Hij is even gevaarlijk voor jou als voor mij. (blz. 210)

Dan staat de catastrofe echter al voor de deur. In details en met allerhande hints bereidt Anne Provoost die catastrofe voor: blz. 180: Hoe konden we vermoeden dat het zo noodlottig zou worden? blz. 182: Het leek of die rem niet greep. Ook in de atmosfeer worden de climax en de catastrofe voorbereid. De hitte is van bij het begin al ondraaglijk en ze neemt in de loop van het verhaal nog toe. Op de morgen van het ongeluk is er een ommekeer, de lucht is veranderd: blz. 205: Voor het eerst deze zomer was hij grijs en onheilspellend. Op het ogenblik dat Lucas en Caitlin met de auto op weg gaan, valt de regen met bakken uit de hemel. Het weer blijft tot en met het einde van het verhaal zwaar overtrokken.

In Lucas' ideeën grijpt er bij de climax al een kentering plaats. Hij stelt Benoîts plan in vraag: blz. 201: Hoe weet je zo zeker dat dit juist is, Benoît? vroeg ik.(...) Hoe ben je zo overtuigd van je gelijk? Wanneer hij de bom dan toch gegooid heeft, voelt hij zich gebruikt (blz. 204). Maar pas wanneer Benoît hem echt persoonlijk raakt door Caitlin te bedreigen, haakt hij volledig af. Hij is niet alleen woedend, ook teleurgesteld (blz. 206). Hij ziet Benoît nu realistischer: zijn slordigheid, blz. 211, zijn uiterlijk, blz. 244 en het feit dat Benoît hem heeft gebruikt: Je bent te ver gegaan, Benoît (...) je hebt me gebruikt en ik neem het niet langer.'' (blz. 244). Op het ogenblik dat Benoît hem alle schuld in de schoenen schuift, doorziet hij Benoît methodiek volledig: blz. 251: Ik was zozeer onder de indruk van de ingenieuze manier waarop hij de werkelijkheid naar zijn hand zette dat ik de drang in me voelde opkomen om te applaudisseren.

4. Alle motieven die Anne Provoost bespeelt, zijn functioneel in het verhaal. Ze leggen een verband tussen het verleden en het heden. De kettingzaag obsedeerde Lucas als kind al. Voor Lucas symboliseert ze macht en zelfbevestiging. Als hij haar kan gebruiken zoals zijn grootvader deed, zal hij een man zijn. Benoît versterkt die idee. Lucas voelt zich in eerste instantie voor Benoît belangrijk omwille van de zaag. Hij zal ze tenslotte op twee vlakken gebruiken: om zichzelf te bevestigen als hij de boom doorzaagt én wanneer hij Caitlin wil redden. Beide keren gebruikt hij ze, achteraf bekeken, onbesuisd en ondoordacht. Vandaar dat de lezer het bijna waarschuwende geluid van kettingzagen voortdurend op de achtergrond van zijn verhaal hoort.

Grootvader beschouwde het aanvullen van de houtstapel voor Soeur Beate al als een soort boetedoening. Soeur van haar kant wou niet geweten hebben dat ze hout van een bandiet aanvaardde. Lucas zet de taak van zijn grootvader aanvankelijk verder omwille van de dennen die hij tegen de zin van Soeur heeft omgehakt, maar eigenlijk vooral omwille van Caitlin. Later zal die daad eveneens het karakter van boetedoening krijgen. Hij zal zorgen dat er hout is voor de asielzoekers die hij eerst gecontesteerd heeft.

De ganzen dienden tijdens de oorlog als waakhonden. Ze waarschuwden tegen het gevaar, blz. 40. Ook nu nog snateren de ganzen telkens als vreemden Soeur Beate te dicht benaderen, blz. 96. Maar ook Lucas interpreteert hun gesnater als een waarschuwing, bijv. wanneer Benoît Caitlin probeert in te palmen, blz. 177: De ganzen snaterden alsof ze levend geplukt werden. De laatste zinnen van het boek zijn profetisch en deprimerend, blz. 264: De ganzen snateren luider dan ooit. Maar hun lawaai went. Geen mens die er nog op let. Wellicht geldt hun waarschuwing ook voor de lezer niet meer.

'Om te dansen moet ik vallen,' zegt Caitlin en: 'Ik word altijd naar de grond getrokken'. Die uitspraken houden een vooruitwijzing in naar de catastrofe op het einde, blz. 213: de auto valt in de afgrond, en het beeld dat op Lucas' netvlies blijft hangen: blz. 231: 'Als ik mijn ogen sloot, zag ik haar vallen.' Het vallen als een gracieuze dansbeweging wordt hier gekoppeld aan het fatale vallen dat alle dansen kapotmaakt. Vallen krijgt in het verhaal echter ook de betekenis van valkuil, met name de kuil waarin Lucas én de lezer door Benoît stap voor stap naartoe worden gelokt.

5. In het juryrapport van de Woutertje Pieterse Prijs noemde Hedy d'Ancona Provoosts taal sober en transparant. Anne Provoost schrijft inderdaad zeer beheerst en doordacht.

In een interview met Griet Schrauwen in Knack (8 februari 1995, blz. 90) zegt ze daarover: 'Voor mij moet alles correct zijn (...). Voor dit boek heb ik onder andere onderzocht hoe een kettingzaag werkt, ben ik gaan praten met een arts die amputaties uitvoert, met een jongen die zijn voet verloor bij een ongeval. Als ik erover schrijf, wil ik er alles over weten.'

Ze laat zich ook niet tot uitbundige (poëtische) beschrijvingen verleiden, maar beperkt zich tot beeldvorming en sfeerschepping die voor het verhaal functioneel en essentieel zijn. Dat het verhaal dan toch heel rijk aan beelden is, aan sfeertekening en aan decoruitwerking, dankt het aan de originele en rijke beeldspraak en het gebruik van metaforen, die uit zichzelf al beknopter zijn dan uitgewerkte vergelijkingen. Enkele voorbeelden:

blz. 10: De matras was gevuld met oude wol die niet terugveert en bij iedere beweging de geur van winterkamers afgeeft.

blz. 53: Buiten stond er een beheerste, droge wind, en de houten luiken gingen afwisselend open en dicht alsof ze niet konden beslissen. Hun scharnieren maakten het onverwachte geluid van vogels in de nacht.

blz. 59: (...) haar arm die dan secondenlang als een breekbare vogelpoot onder haar stond.

blz. 88: de ventilator boven ons hoofd piepte als een gekwetste vogel en ik wachtte. Verwijzingen naar vogels, vergelijkingen met een duif komen in de roman vaker voor. Ze roepen indirect het beeld van de gewoonde duif op.

blz. 67: (...) zijn ogen, die ongelooflijk helder waren, en blauw als de vlam van een gasbrander. De lezer kan er het karakter van Benoît uit interpreteren: de heldere ogen kunnen we met onschuld associëren, het blauwe vuur van een gasbrander met ijs en kou.

blz. 120: Na de verklaring van zijn moeder, wanneer hij het verband tussen zijn grootvader, Soeur Beate en de houtblokken heeft gelegd, voelt Lucas hoe hij ergens in het spoor van zijn grootvader loopt. Hij zorgt immers zelf ook voor houtblokken. Ik voelde me als een halfdood insect dat voortbeweegt omdat zijn instinct hem dat dicteert, (...) Boven gekomen keek ik om om te zien of ik geen slijmspoor achterliet.

Over de structuur van haar werk wil Anne Provoost op dezelfde bladzijde van bovengenoemd interview het volgende kwijt: Wat ik als lezer zoek, probeer ik ook als schrijver te leveren: duidelijkheid, maar zonder opgestoken, belerend wijsvingertje. Geen glasheldere structuur dus, wel een secure opbouw. De lezer moet interpreteren en nadenken.

Dat alles maakt dat Vallen geen makkelijk wegleesverhaal is, maar wel een boeiende, open roman die grote alertheid van de lezer vraagt en de ganzen nog vaak zal doen snateren.

Meer analyse: fiche van Boektoppers

Print deze pagina... enkel als het niet anders kan!