| Eng | Fr |

Nieuws

Werk

Bewerkt/Verfilmd
Vertaald
Bekroond

Auteur
Optredens
Academisch
Audio/Video
Foto's
Contact

Het land van Icarus

Pagina 1 (pdf) Pagina 2 (pdf)


Verslag van Anne Provoosts reis naar de USA bij de lancering van de Amerikaanse uitgave van De arkvaarders, verschenen in De Standaard der Letteren van 29 juli 2004

We zijn al murw van het reizen als de steward op de binnenlandse vlucht naar Orlando bij het begroeten vraagt: 'En wat gaan jullie dit keer bezoeken? Disney World? Kennedy Space Center? Seaworld misschien?' Mijn man en ik hebben vijftien jaar geleden in dit land gewoond; de gemoedelijkheid van zo'n steward verwondert ons niet. Orlando is de stad van de themaparken. Als je er naartoe reist, neem je je kinderen of je kleinkinderen mee. Verlaat je Orlando, dan ga je meteen het water op, want zonder water overleef je de zomer in Florida niet. Florida is Sunshine State, weg met de stress, de vakantie begint.
'We gaan naar een boekenbeurs,' antwoord ik. De verbazing van de steward is zo groot als de onze toen we de uitnodiging kregen. We zijn op weg naar het 123ste congres van ALA, de American Library Association. Met stijgende belangstelling zijn we erachter gekomen dat dit halfjaarlijkse gebeuren zowel een conferentie als een beurs is, met 8 500 geboekte hotelkamers en 350 vergaderruimtes die gelijktijdig worden gebruikt. Het programmaboek heeft de omvang van een telefoonboek, met onderwerpen als: hoe een nieuwe generatie van academische bibliothecarissen te rekruteren, de invloed van de sinds 9/11 ingevoerde USA Patriot Act op de privacy van de lezer, hoe om te gaan met de besparingen die Bush heeft doorgevoerd
Dit is de staat waar in 2000 de verkiezingsuitslagen een maand lang geteld en herteld werden. Uit het programma van het congres dat hier nu plaatsvindt valt enige sympathie met het gedachtegoed van de Democraten af te lezen: het opent met een lezing van Richard Clarke, de antiterrorisme-tsaar die Bush afvallig is en daar een boek over heeft geschreven, halverwege is er een voorstelling van Fahrenheit 9/11, en het sluit af met een toespraak van E.L. Doctorow, de schrijver die eind mei bij een diploma-uitreiking op Long Island op boegeroep werd onthaald omdat hij Bush een leugenaar had genoemd.
Als deze conferentie is afgelopen zullen er 2.300 workshops en vergaderingen hebben plaatsgevonden. Er zullen een tiental literaire prijzen zijn overhandigd, verschillende jury's zullen hebben vergaderd over nominatielijsten voor toekomstige uitreikingen. Er worden 25.000 deelnemers verwacht.

Meteen nadat we onze plaatsen in het vliegtuig hebben ingenomen word ik aangesproken door een man die niet veel ouder is dan wij: 'Hallo, ik ben Arthur, weet je nog?' Arthur Levine is de uitgever van Scholastic Inc. Ik heb hem al een keer ontmoet in Bologna, een poosje voordat hij de rechten van mijn boek kocht. Hij ziet er helemaal anders uit dan toen. Zijn schedel is gladgeschoren en hij heeft een ringbaardje - hij is vader geworden ondertussen, zoiets laat sporen na. Arthur Levine is de man die de boeken van J.K. Rowling naar Amerika heeft gehaald toen alle andere uitgevers zeiden dat een boek over een kostschool, met eindeloze details over tuchtregels en uniformen, te Europees was voor de Amerikaanse markt. Ik had hem hier niet verwacht, maar zijn secretaresse heeft ervoor gezorgd dat hij dezelfde vlucht had als wij. Wat me al eerder was opgevallen wordt bevestigd: in deze uitgeverij wordt niets aan het toeval overgelaten.

Begin 2002 toonde Arthur Levine al belangstelling voor De arkvaarders. Eind februari werd een contract tussen hem en mijn uitgever in Nederland opgesteld, en zes weken later ontmoetten we elkaar in Bologna. Ik herinner me dat ik erg verbaasd was over de deal. De arkvaarders is een hervertelling van het bijbelse verhaal van Noach en zijn ark. Het goddelijke wezen in mijn boek heeft de karakteristieken van een hersenspinsel. Ik ga op zoek naar hoe het komt dat iemand morele en ethische waarden buiten zichzelf legt, bij een of andere god. Levine wou er al vanaf het begin niet van horen dat zoiets in de States niet zou kunnen. 'Er zullen allicht mensen zijn in de bible belt die het boek zullen willen verbieden,' zegt hij, 'maar het past naadloos in de joodse traditie van herinterpreteren van bijbelverhalen met de bedoeling ze beter te begrijpen.'

Nu ben ik met Arthur Levine in de bible belt. Waarom vindt een boekenbeurs die eind juni georganiseerd wordt plaats in Florida? Kwade tongen beweren: omdat nu de hotelkamers beschikbaar zijn, want niemand wil hier zijn in de zomer. Het is zo vochtig dat er aanhoudend wolkenslierten voor de zon hangen, waardoor de congresgangers die we vanuit onze hotelkamer kunnen zien geen schaduwen hebben. Avond na avond dreigt er onweer. In de lounge van het hotel bevindt zich een marmeren fontein met zes levende eenden die buiten zouden doodvallen van de hitte. Deze VIPs (Very Important Poultry) worden om vijf uur 's avonds ceremonieel met de lift naar hun slaapplaats gebracht, en happy hour - het slappe moment in de horeca - is met Amerikaanse vindingrijkheid overbrugd: de obers kunnen de bestellingen van de wachtenden in de lounge niet snel genoeg noteren.

Naast het hotel bevindt zich het reusachtige, met marmer volgestouwde Orange County Convention Center. Het is er ronduit rustig. De meerderheid van de aanwezigen neemt deel aan de vergaderingen en de workshops, de beurs lijkt eerder bedoeld om de dode momenten op te vullen. Het beursaanbod is overzichtelijk. Zo te zien brengen de uitgevers enkel hun nieuwe publicaties mee. Mijn boek is nog niet uit, het ligt over twee weken pas in de boekhandel. Ik word in deze fase ge´ntroduceerd aan de tussenpersonen: de boekhandelaren en de bibliothecarissen. Het boek kennen ze al: de leden van ALA met interesse voor het fonds van Scholastic kregen een Advanced Reading Copy toegestuurd, dat is een voorlopige paperbackuitgave die in maart al werd verspreid, samen met een begeleidende brief van de uitgever. Hier heet het boek In the Shadow of the Ark.

Scholastic geeft een van zijn vele recepties. Doorlopend worden er op een feestelijke, aanstekelijke manier nieuwe publicaties gepresenteerd. Het is duidelijk dat de 150 aanwezige bibliothecarissen elkaar kennen: er wordt uitbundig gejuicht als een van hen het origineel van een illustratie wint in de loterij. Het negativisme sinds Bush en zijn oorlog had me in Europa al een peer keer de vraag doen stellen: wat was het toch dat me toen ik er woonde van het land liet houden, deze natie die zo aan Icarus doet denken, zich vleugels aanbindend om naar de zon te vliegen en de waarschuwingen die van alle kanten opstijgen in de wind slaand? Nu weet ik het weer. Het is de boost die je krijgt van hun enthousiasme en ondernemingszin. Dit is wat ik mis in terughoudend Europa.

Ik maak kennis met de dames van de boekhandels op wielen: grote boekenkasten die uit trucks in gymzalen en refters van scholen worden gerold, met speciale aandacht voor kinderen die de boeken eigenlijk niet kunnen betalen, children in under-served areas heet dat hier. Hoe ze mijn naam moeten uitspreken? Ze zeggen 'Provoest', als rijmend op to roost.

Later op de avond nodigt de uitgever ons uit voor de Universal Studios Late Night Bash. Dus toch een bezoek aan een themapark! De Studio's zijn gesloten voor het gewone publiek, bijgevolg is iedere aanwezige een bezoeker van het congres. Dat heeft als voordeel dat je maar tien minuten in de rij hoeft te staan voor een attractie in plaats van de gangbare vijftig. Ik onderga een aantal eerder stijlloze evocaties van succesfilms, maar als je bedenkt dat dit je de kans biedt om samen met de man die je boek op de markt brengt vanaf een rollercoaster met laserstralen naar de aliens uit de blockbuster Men in Black te schieten, is dit wel een zeer alternatieve manier om je uitgever beter te leren kennen: als iemand die nauwkeurig richt en wil winnen.

Ik zet de airco in de hotelkamer af, een fout die ik aan het begin van een reis in tropisch gebied wel meer maak. In mijn slaap ben ik me vaag bewust van apocalyptisch gedonder en gebliksem. Tegen de ochtend is de lucht zo benauwd dat ik geen adem krijg. Het zwembad, dat tussen de moerassen ligt, brengt geen soelaas: het water is om zeven uur al te warm.
We gaan wandelen in Ocala National Forest. De horzels steken dwars door onze kleren heen. Ik zweer dat ik als we bij het meer aankomen een duik ga nemen. Het water lonkt al als we op het pad een bord tegenkomen met de mededeling dat alligators een natural fear hebben voor mensen, maar die fear ogenblikkelijk verliezen als je te dicht in de buurt komt. Het meer is pikzwart, duidelijk wordt het door staarten en poten omgeroerd.

In de balzaal van de Ritz-Carlton liggen 450 couverts klaar. A brunch featuring our celebrated authors staat er op de uitnodiging. Zes boeken worden hier vanochtend aan de genodigde bibliothecarissen voorgesteld, In the Shadow of the Ark is er een van. Bij de uitgang liggen in rijen op tafels 450 Scholastic-rugzakken met daarin een gebonden exemplaar van de zes titels.

Bij mijn bord tel ik vier vorken, vier messen en drie lepels. Tussen de gangen door lezen we voor uit ons werk, met achter ons op een groot scherm het omslag van onze boeken. Ik ben de enige die niet in mijn moedertaal leest. Arthur heeft me de avond voordien gecoacht bij de uitspraak: paws spreek je uit op dezelfde manier als pause, weet ik nu.

Het fragment dat ik lees is door Arthurs redactrice ingekort. 'We willen de luisteraars zoveel mogelijk aspecten van je werk laten zien,' zei ze toen ik haar mailde dat dit voor mij een erg ongebruikelijke manier van werken was. Nu ik voor het publiek sta begrijp ik wat ze bedoelde. De inkorting komt tegemoet aan het bezwaar waar ik mijn leven lang al mee wordt geconfronteerd: een geschreven tekst is niet bedoeld om te worden voorgelezen.

'Is dit geen schitterend gebeuren?' hoor ik in de restrooms iemand zeggen.
'Allemaal te danken aan Harry Potter,' klinkt het antwoord.
Stilaan snap ik waarom mijn uitgever kosten noch moeite spaart om deze mensen te vertroetelen. Dit land heeft 117.000 bibliotheken, en dat zijn alleen nog maar de openbare. Veel fantasie heb je niet nodig om je voor te stellen wat er gebeurt als ze met z'n allen hun bestellingen plaatsen. Als je dan ook nog eens doorkrijgt dat het de bibliothecarissen zijn die hier de boekbesprekingen schrijven en de prijzen toekennen, is de rekensom snel gemaakt.

De bibliothecarissen schuiven aan om hun boeken te laten handtekenen. Ik signeer naast de bijzonder verlegen vrouw die op de brunch al haar zenuwen moest overwinnen om te kunnen voorlezen. Ik ben ervan uitgegaan dat ze een debutante is met weinig podiumervaring, maar omdat zoveel vrouwen komen zeggen dat ze al haar boeken hebben stukgelezen, krijg ik een vermoeden. Dit is Ann M. Martin, de schrijfster van de Baby-sitters Club (150 miljoen verkochte exemplaren).

Een vrouw komt naar me toe. Ze heeft mijn boek gelezen. 'Ben je joodse?' vraagt ze.
'Helemaal niet,' zeg ik, 'ik heb een katholiek-christelijke achtergrond.'
'Werkelijk? Hoe kan dat nu? Christenen schrijven toch niet dit soort boeken?' Ik weet wat ze bedoelt. De joodse overlevering is al sinds eeuwen bezig met een veel flexibelere interpretatie van de schriften. Bij ons gold altijd dat je het relaas letterlijk moest nemen, de joden verklaren rekkelijk en moedigen bibliodrama aan.
In mijn bewerking is Noach ziekelijk en zwak, zijn vrouw beslist overboord te springen omdat ze te moe is voor het paradijs dat na de regen is beloofd, de vrouw van Cham wordt verliefd op het vrouwelijk ik-personage, en het hiernamaals is nog niet uitgevonden. Bij Google duikt In the Shadow of the Ark al een tijdje op onder sites genaamd Spread the word en Keeping Christian Dollars in Christ's Kingdom. Ook vandaag zijn er mensen van katholieke en protestantse bibliotheken die komen zeggen dat ze het boek hebben gelezen. Er valt geen onvertogen woord over de inhoud van mijn boek in dit land dat wij zo graag als puriteins bestempelen. De meest kritische vraag die ik krijg is: 'Je hele boek door wordt de zondvloed beschreven als een ramp, nooit als een redding. Waarom eigenlijk?

We gaan van hier naar New York. New York is de plek waar zo goed als alle uitgevers van de VS hun hoofdkantoor hebben. Omdat we geen retourticket kunnen voorleggen, worden we op de luchthaven 'geselecteerd' voor een volledige security check: elke tube, elk doosje in mijn handbagage wordt zorgvuldig ge´nspecteerd, wel met een flair en een humor die alle frustratie bij mezelf en de andere 'geselecteerden' wegneemt.
Aangekomen worden we opgewacht door Linda Biagi, de vrouw die de subsidiairy rights van In the Shadow of the Ark verhandelt. Zij is het die de lijst met genodigden voor de lunch heeft opgesteld. Aan tafel zitten overwegend mensen van boekenclubs en uitgevers - ze zijn hier omdat ze nevenrechten van het boek hebben gekocht, de rechten op de audiouitgave bijvoorbeeld, of de rechten op de uitgave in grote letter voor slechtzienden - maar ook dit keer bibliothecarissen van de hoofdbibliotheken van Brooklyn en Manhattan, en enkele onafhankelijke boekhandelaars.
Arthur neemt het woord en zegt met uitgestreken gezicht: 'Zoals je kunt zien, hebben we jullie naar een ark gebracht.' We bevinden ons in de sfeervolle zijkamer van Gramercy Tavern zonder ramen, met kaarsen in de luster, een houten plafond zo donker dat het met pek ingesmeerd lijkt, en op de muren weidse pastels met drassige landschappen. De gelijkenis is geheel toevallig, natuurlijk, maar het brengt iedereen in de sfeer en breekt het ijs.

De uitgeefster van Penguin/Berkley is er. Ze ziet hier voor het eerst de gebonden versie van het boek, ze las het een paar maanden terug in manuscriptvorm. In 2005 geeft zij het boek als paperback uit. 'De cover van de hardback wil ik overnemen,' zegt ze. 'Hij is attractief en roept de juiste sfeer op.' De vormgeefster heeft twee figuren van schilderijen van Lord Leighton samengevoegd. 'Voor Europeanen mag dit negentiende-eeuws aandoen,' zegt Arthur, verwijzend naar een opmerking die ik eerder heb gemaakt, 'voor ons Amerikanen is dit bijbels.'

Ik krijg een plaats toegewezen tussen de afgevaardigde van de Gay & Lesbian Book Club en de boekenclub van de Homeschoolers, dat zijn mensen die hun kinderen thuis onderwijzen. Er zijn tientallen boekenclubs in de VS, maar allemaal zitten ze sinds een merge een paar jaar terug onder eenzelfde paraplu. 'Dat geeft ons een concurrerende positie,' zegt de vrouw die naast me zit. 'Het was de enige manier om het hoofd te bieden aan de online-verkoop van boeken.'
De boekenclubs gaan op zoek naar de gemeenschappelijke interesses van lezers. Lezers verenigen zich in leesclubs, en zo vinden de twee elkaar. 'Van de Mother Daughter Reading Groups alleen zijn er in dit land een duizendtal,' zegt Arthurs redactrice Cheryl Klein. Een paar maanden geleden al heeft ze de leesgids geschreven die bij dit boek kan worden aangevraagd. Er staan denkvragen in die ik zelf niet kan beantwoorden.

De winkel op de begane grond van het Scholasticpand op Broadway is een heuse flagship store, volgestouwd met boeken en educatief materiaal. De uitgeverij legt zich sinds kort ook toe op Spaanse uitgaven. Op de zich opdringende tweetaligheid wordt hier positief gereageerd. 'Mensen die meer dan ÚÚn taal leren, oefenen hun brein beter dan mensen die hun leven lang nooit een andere taal spreken,' zegt Arthur. Op de eerste verdieping bevindt zich hun documentatiecentrum, dat open staat voor het publiek, met op een groot scherm tegen de muur de projectie van een CNN-reportage over de vice-president van Scholastic, Barbara Marcus. Daarboven vijf verdiepingen afdelingen van de uitgeverij, met op het dak een zonovergoten greenhouse met kantine.
'Wat een uitzicht,' zeg ik als ik bovenkom.
'Toen de torens er nog stonden was het nog mooier,' zegt Arthur.

In de vooravond gaan we in de East Village in de rij staan om Fahrenheit 9/11 te bekijken met de autochtonen, maar de zaal is vol, en ook de latere voorstellingen zijn uitverkocht. Dus lopen we aan het vlakbij gelegen Union Square maar bij boekhandel Barnes & Noble binnen. Het boekenaanbod hier bekijken is hier ronduit ontmoedigend. Hoe moet over twee weken een boek over de zondvloed in deze zee van publicaties overeind blijven?

We vliegen naar Washington DC. Dit is mijn vierde vlucht in vijf dagen, het reizen gaat in mijn kleren zitten. Arthur en ik gaan meteen na onze aankomst naar de zaal kijken waar hij mij gaat interviewen. Hij blijkt een nog grotere controlefreak dan ik. Hij wil de opstelling op het podium kennen. De microfoons staan klaar, het ijswater is aanwezig. 'Dit is ook mijn eerste boekpresentatie in de Library of Congress,' vertrouwt hij me toe.
In afwachting van mijn interview bezoeken we de bibliotheek. De leeszaal kom je niet zomaar in, hier wordt de stilte bewaakt. Dit is dan ook een heuse research library. In tegenstelling tot de openbare bibliotheken zijn de veiligheidsmaatregelen hier streng. De openbare bibliotheken die we hebben gezien zijn rustgevende en tegelijk levendige plaatsen met binnentuinen, open haarden, sofa's en cafetaria's waar de zoete geur van gebak uit komt, met winkels waar je boeken kunt kopen en kraaknette toiletten. Sommige hebben de allure van kerken en kastelen, de weelderige verstoffelijking van de Learning Society.

In het interview hebben Arthur en ik het over het antediluviale onderscheid tussen de goeden en de kwaden, en over hoe onthutsend het is als in postmoderne tijden nog wordt gepraat in termen van coalition of the willing en rogue states. Terwijl ik praat besef ik hoe verfrissend het voor mij is om weer eens hier te zijn, omdat ook in mijn Europese hoofd de Verenigde Staten steeds meer was gaan lijken op een schurkenstaat.

Print deze pagina... enkel als het niet anders kan!