| Eng | Fr |

Nieuws

Werk

Bewerkt/Verfilmd
Vertaald
Bekroond

Auteur
Optredens
Academisch
Audio/Video
Foto's
Contact

Recensie Saint Amour

De Morgen, 11 februari 2008
Sara Theerlynck

De liefde kan ook zacht zijn

Je hebt niet altijd seks nodig om te scoren. Dat bewijst de vijftiende editie van Saint Amour, die zaterdag in première ging in Brugge. De klassieker onder de literaire voorstellingen staat dit jaar in het teken van de zachte liefde, maar gaat toch van hoogtepunt naar hoogtepunt.

Bart Moeyaert en Bernard Dewulf waren de publiekslievelingen, maar elk van de tien artiesten die dit jaar de affiche sieren maakte een goede beurt. Met een speciale vermelding voor de New Yorker Donald Antrim.

Vorig jaar werd er wat afgeneukt op het podium van Saint Amour. Zowat alle teksten hadden de vleselijke geneugten, en vooral hun hardere varianten, als onderwerp. Toch kwam de voorstelling toen niet echt van de grond. Wat een verschil met deze vijftiende editie. Natuurlijk ging het al eens over seks – Donald Antrim gaat nu al de geschiedenis in als de beste imitator van de geluiden van het liefdesspel – maar dan wel seks in zijn liefste en/of stunteligste vorm. Hoofdrolspeler was deze keer echter de zachte liefde. Veel meer dan gerampetampt werd er gesmacht, gestreeld, liefgehad. Tederheid als thema? Het bleek een gouden zet.

Ondanks de ‘softe’ opzet van de avond lieten velen er zich niet door beperken. Stijn Vranken, die de spits afbeet, blonk uit in romantische ironie. “Afwezigheid staat je zonder twijfel als gegoten”, las de jonge performer-poëet voor uit het gedicht Wees gerust, maar niet hier. “Niet helemaal teder”, gaf hij toe, “maar tederheid bestaat maar bij de gratie van de afwezigheid ervan.” Dat had ook de Iraaks-Nederlandse schrijver Rodaan Al Galidi goed begrepen. Zo beschreef hij in het kortverhaal Ik ben heerlijk zijn eerste date met een westerse vrouw. Zich te veel op het koken concentrerend vergat hij “dat zij de maaltijd moest zijn, dat zij opgegeten moest worden”. Hij zag haar nooit meer terug. Maar daar mocht mee gelachen worden. Axel Daeseleire ging zelfs uitsluitend voor de klaterlach met zijn hertaling van een fragment uit Hugo Claus’ roman Het verlangen naar “de universele liefdestaal” het Antwerps.

Ook over de onmogelijke liefde mocht het gaan. Stef Kamil Carlens, moederziel alleen met zijn gitaar, wierp zich met liedjes als ‘Pale Blue Eyes’ van The Velvet Underground en ‘Captain of a Shipwreck’ van Neil Diamond zelfs op als de chroniqueur ervan. Toch haalden tedere aanrakingen en stille liefkozingen de bovenhand. De Amsterdamse schrijfster Ariëlla Kornmehl las voor uit haar laatste roman De familie Goldwasser en beschreef de ontluikende liefde tussen een joodse studente filosofie en een oudere, niet-joodse man. De New Yorkse schrijver Donald Antrim bracht uit zijn debuut Elect Mr. Robinson for a Better World het fragment waarin het plaatsen van een hek in de tuin uitmondt in een zomerse vrijpartij. Gedetailleerd en toch suggestief beschreef hij het spel van smachten en verleiden. Tot er enkel “ah’s”, “ja’s” en fluisterende “doet het pijn?’s” overbleven. Het was het hoogtepunt van de avond.

Anne Provoost, Bernard Dewulf en Bart Moeyaert, die in het tweede deel van de avond aantraden, zetten het thema tederheid nog meer in de verf. Provoost las voor uit de fictieve liefdesbrieven die ze voor de organisatie Creatief Schrijven op papier had gezet. Daarin richt een zwangere vrouw zich tot haar “teerbeminde” die de geboorte van zijn zoon nooit zal meemaken. Brok-in-de-keelliteratuur. Ook Dewulf ontroerde zonder meer. Grasduinend in zijn poëzie en columns bracht hij hulde aan in bomen klimmende jongetjes, rijpe vrouwen en – altijd weer – de geliefde, ook al “slapen” zij “niet gelijk”. Tussen zijn stukjes door steeg spontaan applaus op. En ook Bart Moeyaert, die als geboren Bruggeling een thuismatch speelde, was een publiekslieveling. Hij bracht een bloemlezing uit zijn stadsgedichten en loodste ons door vertedering, glimlach en ontroering. François Weyergans ten slotte, een Franstalige Belg die in 2005 de Prix Goncourt won, zorgde ervoor dat de avond eindigde op een komische, zij het wat pijnlijke, noot. Voorlezend uit Trois jours chez ma mère beschreef hij hoe hij tijdens een avondje uit moest constateren dat ook oude moeders nog weten wat seksuele appetijt is. Tel daar de heerlijke interventies van presentator Sven Speybrouck bij en je komt uit bij een van de sterkste edities uit de geschiedenis van Saint Amour.

Print deze pagina... enkel als het niet anders kan!