| Eng | Fr |

Nieuws

Werk

Bewerkt/Verfilmd
Vertaald
Bekroond

Auteur
Optredens
Academisch
Audio/Video
Foto's
Contact

Brief aan Charles Darwin

(pdf)


13 januari 2009

Beste Heer Charles Darwin,

Laat me raden, toen u Sir Herschel van antwoord diende, hebt u aan hem gedacht als aan een pleistocene leguaan die, als je hem in zee gooit, iedere keer weer aan land kruipt. Het beest heeft geleerd van de haaien aan de kustrand weg te blijven, niet van de bioloog die testjes met hem uitvoert. Dus zal hij blijven terugkomen, hoe dikwijls je hem ook de golven in slingert (*).

Vergeef hem zijn starheid, beste Heer Darwin. We zijn 150 jaar verder, en het is er nog altijd, het argument dat de schoonheid van het leven wel moet wijzen op intelligent ontwerp. De bewondering voor al het ‘geschapene’– excusez le mot voor iemand die niet in een schepper gelooft - de variatie van diepzee tot hooggebergte, de geuren en de kleurenpracht, de complexiteit en de diversiteit, ze maken het nog altijd haast ondenkbaar dat het allemaal niet zo zou zijn bedoeld. Vooral de mens, die kers op de taart, met zijn bewustzijn, zijn intelligentie, zijn welgevormdheid, zijn elegantie, maakt ons zo vele jaren later nog steeds lyrisch over onszelf. Als de mens zo mooi is, dan moet er toch een artdirector zijn, een vormgever zowel als kwaliteitsbewaker, die het allemaal heeft uitgedacht, en als klokwerk in elkaar gezet?

Als God zou meedoen aan een designwedstrijd, echter, dan denk ik niet dat Hij zou worden gekwalificeerd. Misschien kreeg Hij een eervolle vermelding voor het alomvattende van zijn ontwerp. Hij heeft werkelijk aan alles gedacht: aan licht en schaduw, aan roofdieren en huisdieren, aan neuronen en proteïnen, aan orde en chaos, aan rassen en standen, aan toekomst en verleden, aan cultuur en chaos, aan goed en kwaad. Maar wanneer Hij zijn pièce de résistance, zijn kroonstuk die de mens is, aan de jury zou voorleggen, dan vrees ik dat ze Hem uit de wedstrijd zouden sturen. Hoewel het een mooi topstuk is, mankeert er best wel een en ander aan. Ik heb het hier niet over kleine fabricagefouten zoals lekkende urineleiders of klappende aorta’s, blindedarmontstekingen en celwoekeringen, maar over heuse zonden tegen bijvoorbeeld de ergonomische logica. Ik geef er een paar:

- De mens is naakt. Hij moet altijd op zoek naar een tweede huid omdat hij volstrekt niet is opgewassen tegen zon en regen.

- De mens moet vier keer per dag eten om zich goed te blijven voelen. Waarom geen ontwerp naar het voorbeeld van de krokodil die nu en dan een flinke hap verorbert, en daar vervolgens dagen op kan lopen teren?

- De mens heeft kaarten en kompassen nodig om te kunnen navigeren. Hij heeft minder gevoel voor richting dan een duif of een paard. Hij verdwaalt en komt om, soms op een boogscheut van zijn erf af.

- De mens eet, drinkt en ademt via eenzelfde keelopening, waardoor ieder jaar honderden mensen de verstikkingsdood sterven. Waarom voorzag de ontwerper geen opening in de nek, weg van de plek waar we eten, zoals hij dat voor de dolfijn en de walvis bedacht?

- De armen van de mens scharnieren verkeerd, er zijn plaatsen op zijn rug waar hij niet bij kan (al een zegen, dus, dat de opening voor zijn ademhaling niet zoals de dolfijnen onder zijn nek op zijn rug is voorzien: als hij verkouden was zou hij niet bij zijn eigen neus kunnen om die te snuiten).

- De nek van de mens is vervaarlijk dun. Op de verbinding tussen het hoofd en de schouders had de ontwerper net een verdikking moeten voorzien, een stevige basis om dat zware hoofd te dragen, zeker als die nek ook het foedraal is van alle belangrijke nutsvoorzieningen, met name de ademhaling, de bloedsomloop en de spijsvertering.

- Goed ontwerp zou de hersenen toch in de buikholte hebben laten indalen? De hersenen zijn de kern van ons bestaan. Ze staan veel te ver van hun pomp af, en zijn er op een te kwetsbare manier mee verbonden. Als de mens valt, dan valt het hoofd altijd van het hoogst.

- Veel van zijn levensbelangrijke organen heeft de mens dubbel: longen, nieren, schildklieren, eierstokken, oogballen, … behalve dan de allerbelangrijkste, namelijk het hart. Waarom is er geen tweede hart voorzien, dat overneemt als het eerste faalt?

- Het plekje van het lijf dat de mens het meeste plezier moet verschaffen zit vlakbij de opening waarlangs de ontlasting naar buiten moet. Vanzelf krijg je dan een mensheid die lichamelijk plezier als vunzig afschildert.

- En wat gebeurde er met de vleugels? Als de engelen, de albatrossen en de muggen met vleugels konden worden toegerust, waarom dan niet de mens?

- Het opvallendste mankement in het ontwerp van de mens is dat nergens gebruik wordt gemaakt van het wiel. Waarom heeft de ontwerper aan de mogelijkheid om het tandwiel, die exponentiële kracht waarbij energie optimaal wordt benut, verzaakt? Was dan werkelijk de mens nodig om het wiel uit te vinden?

Nu hebben we het nog niet gehad over onze bedrading, beste Heer Darwin, de manier waarop in onze bovenkamer ons brein functioneert. Dat zit vol bizarre onvolkomenheden waardoor we altijd weer gaan dwalen. Het heeft bijvoorbeeld zo weinig voorstellingsvermogen dat het maar nauwelijks in staat is zich een complexe wereld voor te stellen zonder een superbrein dat alles bestiert. En het zit vol contradicties! Wist u dat de mensen die radicaal tegen abortus en euthanasie zijn, omdat ze vóór het leven zijn, dikwijls dezelfde zijn als zij die de doodstraf aanvaardbaar vinden? En vindt u het ook zo vreemd dat we met zijn allen geloven in zoiets als ‘oneindigheid’, terwijl geen enkel weldenkend mens kan aannemen dat zoiets als oneindigheid ook echt bestaat?

Het is overduidelijk, de mens kan beter. De Zuid-Afrikaans paralympische hardloper Oscar Pistorious werd afgelopen jaar door de internationale atletiekfederatie uit de Olympische Spelen geweerd omdat hij met zijn kunstbenen alle andere lopers het nakijken gaf. Ik weet niet wat het is met die mateloze bewondering voor het ontwerp van de mens zoals hij in de natuur voortkomt. Als hij door een verdeler in een doos werd afgeleverd, dan bracht je hem toch binnen de omruiltermijn terug? Een welwillend jurylid zou misschien suggesties doen voor verbetering, maar de fouten zijn zo groot, en de oplossingen liggen zo voor de hand, dat ik geen reden zie voor de sacrosancte bejegening die het ontwerp te beurt val. De mens is goed geprobeerd, maar zijn ontwerper was een amateur.

Met de meeste hoogachting,
Anne Provoost

(*) Op Galapagos gooide Darwin leguanen in zee om te kijken welke richting ze uit gingen. Ze kwamen telkens weer naar hem toe, wat hem bevestigde in zijn vermoeden dat ze geconditioneerd waren om bij gevaar aan land te komen.

Verschenen in UVV-Info, nr. 2, maart-april 2009, p. 46-47.

Print deze pagina... enkel als het niet anders kan!