| Eng | Fr |

Nieuws

Werk

Bewerkt/Verfilmd
Vertaald
Bekroond

Auteur
Optredens
Academisch
Audio/Video
Foto's
Contact

Over literaire archivering

Stof en as

Archiveren is in het geheugen opslaan, maar het impliceert ook een vergeten. Wat in een archief wordt geplaatst hoeft niet langer makkelijk beschikbaar te zijn. Een archief maken betekent dat je jezelf de toestemming geeft om ruimte te creëren op je harde schijf, een deel van je geheugen minder toegankelijk te maken, het nieuwe te verkiezen boven het oude. Het houdt rekening met amnesie. Overduidelijk is ineens dat het maar is wat het is: een archiefstuk, iets wat van het zonlicht moet worden weggehouden, tegen vocht en muizen behoed.

Moeten er aantekeningen van mij worden gearchiveerd, brieven, versies van manuscripten? Wat me afschrikt is dat een wetenschapper jaren na je dood aan de hand van een toevallige selectie van materiaal je leven en werkwijze opnieuw samenstelt. Neerschrijft wat jij niet geschreven kreeg, verbanden legt die jij niet zag.

De meest gezegende toestand voor een kunstenaar is zo ver weg te zijn dat niemand hem nog vindt. Bij leven is dat een belangrijke oefening, waarom dan niet na zijn dood? Ik weet wat er wordt bedoeld, de stoffelijkheid is belangrijk. Al mijn denken wordt door mijn materiële omgeving bepaald: of de voorwerpen die ik aanraak van eboniet zijn of van porselein, of ik me ziek voel of gezond. Denken en migraine zijn rechtstreeks met elkaar verbonden. Zeker tijdens het schrijven leef je met een temperatuur die altijd in de buurt komt van koorts, je telt de nachten die je doorkomt in slapeloosheid. Het papier dat je aanraakte, de woorden die je van plaats veranderde, de pen waarmee je schreef, ze bepalen je stemming, je gemoedsgesteldheid, en dus je schriftuur.

Maar waarom zou een individu in een verre toekomst, met een leven even complex als het jouwe, op een blauwe maandag interesse krijgen in je gedachtegang buiten je boeken, in je biografie? En waarom in de jouwe? We zijn met zo velen, duizenden, miljoenen van ons die belang hebben gehad, relevant zijn geweest, voor een discipline, voor een vak, voor een gezin. Rond deze tijd wordt in Noorwegen een ‘kluis voor na de apocalyps’ aangelegd. Hij zit diep ingebouwd in de permafrost in een rots in Spitsbergen. De zaden van achttienduizend gewassen worden daar bewaard in geval van een wereldomspannende catastrofe. Dat is een relevant archief, natuurlijk, een literair archief is dat maar nauwelijks. Ik ben het er helemaal mee eens dat we vooral van de geschiedenis moeten leren. Maar als de geschiedenis moet leren, zal het niet van mij zijn, tenzij als illustratie van de radeloosheid die toeslaat omdat de toekomst wegsmelt. Mijn ambitie is van betekenis te zijn voor mijn omgeving hier en nu, niet om van betekenis te zijn voor toekomstige generaties. Ik denk aan het gewicht op de schouders van wie na me komen. Als die aantekeningen er lang genoeg liggen zullen ze waarde krijgen, en dan moeten ze ineens beschermd worden tegen brand en tegen bederf. Alleen als je vroeg genoeg weggooit gaat het zonder gevoel van verlies.

Als ik iets van mezelf zou willen archiveren, dan zou het mijn lijf zijn. De vingers die alle woorden die ik ooit achter elkaar heb gezet hebben ingetikt, die nagels waar ik op kauw, die altijd koude vingertoppen. Of mijn benen die mijn lijf droegen, het voor mijn gedachten mogelijk maakten om de wereld in te lopen, weg te blijven van die eeuwige pc, me te verwijderen uit dat alhambra van formuleringen en formules.

Als u iets van me wil bewaren, beste archivaris, bewaar dan dit lichaam. Dat mijn inzichten en gedachten verloren gaan, tot daar aan toe, maar dat ik verval, dat ik straks misschien ziek word, dat ziekte elke redelijke gedachte uit mijn hersenen zal verdringen, elk moment van inspiratie ondergeschikt zal maken aan de beslommeringen met mijn medische fiche, dat is ondraaglijk.

Print deze pagina... enkel als het niet anders kan!