| Eng | Fr |

Nieuws

Werk

Bewerkt/Verfilmd
Vertaald
Bekroond

Auteur
Optredens
Academisch
Audio/Video
Foto's
Contact

Monoloog in 'Steps'

(pdf)


Om te schrijven heb je rust en stilte nodig. Ik woon in Borgerhout, een druk deel van Antwerpen. Wat dat betreft was ik beter in mijn geboortestreek gebleven. Maar in het oog van de storm kom ik goed op verhaal. Als alles om me heen beweegt, word ik stil. Ik zit in een hoekje met een boekje, of met een laptopje, en ik laat iedereen doen.
Een keer per jaar verblijf ik als writer-in-residence in het buitenland. Meestal bevinden die schrijvershuizen zich op erg afgelegen plaatsen. Vorige lente was ik in Estland. Daar kon ik vanuit mijn raam het strand van de Baltische Zee zien. Ik moest maar naar een ander raam lopen om de pijnbomen van het Nationaal Park te zien. Ik kan die eenzaamheid goed verdragen. Als mijn kinderen thuis hun sportgerief niet vinden, of willen dat ik hun opstel nalees, dan skypen ze me. Ik weet van uur tot uur wat er in mijn huis in Borgerhout gebeurt, maar ik ben ver weg. Als ik een moeilijke passage schrijf verbreek ik gewoon de verbinding. Thuis heb ik niet zo’n knopje om mijn drie tieners ‘af te zetten’. Dat zou soms wel handig zijn. Ik heb de stadslucht nodig, ook al zit ik ertegen te vechten (nvdr Anne Provoost was actief bij het verzet tegen de Lange Wapper). Ik herinner me de eerste keer dat ik een zwart meisje voorbij ons huis zag gaan. Ik was een jaar of zes. Dat kind elektriseerde me. Zij was ‘de wereld’ en ik was alleen maar ‘hier’. Na onze studies zijn mijn man en ik meteen naar de Verenigde Staten getrokken. Daar woonden we in een miljoenenstad tussen de Indianen.\\ Ik kom graag terug ‘op de streek’, zeker nu ik een boek schrijf over de Vlaamse Hugenoten. In de 17de eeuw trokken ze vanuit Doornik, Cassel, Veurne, Hondschote… naar Zuid-Afrika. Men dacht daar dat ze wel veel van de wijnbouw zouden weten. Niet dus, maar ze spraken zowel Frans als Nederlands, dus ze waren voor de Hollanders op de Kaap uitstekende bemiddelaars.
Ik schrijf liever dan ik spreek. Schrijven is preciezer. Van gesproken woorden krijg ik achteraf spijt, van geschreven woorden niet. Schrijvers worden tegenwoordig verwacht te ‘performen’: met veel gevoel voor theater je teksten brengen voor een publiek. Ik heb daar in mijn jeugd goed op geoefend. Mijn nonkel bouwde op zijn patattenzolder een podium met echte toneelgordijnen. Mijn nicht en ik speelden daar onze zelfgeschreven theaterstukken. Maar tegenwoordig trekken de planken me niet meer zo aan. Laat mij maar aan mijn bureau. Ik werk gemiddeld vier jaar aan een roman. Het boek over de Hugenoten zal me zes jaar kosten. Een verhaal laat zich niet opjagen. Een schrijver moet gewoon altijd doordoen. Je bent zoals een sporter die zijn spieren oefent. Veel van wat je doet komt niet in het boek: het onderzoeken, het checken, het uitproberen en weer weggooien.
Mijn hoofdpersonage is iemand die liegt. Dat is ingewikkeld. Ik moet altijd twee versies van mijn verhaal hanteren: de waargebeurde en de gefingeerde. Ik schrijf om de verhaallijnen in mijn hoofd te temmen. En natuurlijk ook om te begrijpen wat ik denk. Ik zie mensen om me heen die zo veel mogelijk dingen willen ervaren of beleven. Ik breng mijn leven graag tot een kunstmatige stilstand, dat is voor mij het spannendst.

Verschenen in Steps, januari 2011

Print deze pagina... enkel als het niet anders kan!