Nieuws
Werk
   -Alle
   -Ebooks
   -Luisterboeken
   -Bewerkt/Verfilmd
   -Vertaald
   -Bekroond

Auteur
   -Biografie
   -Bibliografie
   -Prijzen
   -Interviews
   -Standpunt
   -Dissertaties
   -Favorieten

Audio/Video
Foto's
Contact

Klimaatdepressie

Interview in Feeling, voorjaar 2019

(Lees het artikel hier in pdf)


Evelien Rutten

Lijden we binnenkort allemaal aan een klimaatdepressie?

Eco-angst

Klimaatontkenners steken voorlopig nog hun hoofd in het zand: après nous, le déluge. Maar de onzekerheid over onze toekomst zorgt ervoor dat meer en meer mensen overschakelen op een ecologische levensstijl en gaan betogen tegen talmende politici. Onderzoekers maken nu zelfs gewag van een nieuwe, psychologische aandoening: de klimaatdepressie.

Je bent op een feestje met je beste vrienden. De craft beers vloeien rijkelijk, mensen beginnen spontaan te dansen en enkele yogasnuivers vertrekken naar het toilet. Alle tekenen zijn er: dit wordt een legendarische avond. Plots stopt de muziek, gaan de felle spots aan en stormt er een oudere man in confectiepak binnen. Hij opent zijn aktentas en haalt een dikke stapel documenten boven. Hij zet een leesbrilletje op, kucht en begint dan voor te lezen uit het speciaal rapport van de VN dat in oktober 2018 werd vrijgegeven. Alle potentiële, desastreuze gevolgen van climate change worden netjes opgesomd en onderbouwd met wetenschappelijke argumenten. Kernboodschap: het feestje is gedaan, tegen 2040 is planeet aarde op, tenzij we vandaag nog alle politici wereldwijd kunnen overtuigen om nooit eerder geziene, onpopulaire maar levensnoodzakelijke beslissingen te nemen. Je vrienden zijn geschokt, dat spreekt voor zich, maar… kunnen we het daar morgen niet over hebben? We hadden het net zo leuk. De muziek begint terug te spelen. De wild gesticulerende boodschapper wordt met zachte hand naar de uitgang begeleid. De yogasnuivers komen opgewekt terug van het toilet en iemand vertelt een grap die zo leuk is, dat het geluid van de roepende ambtenaar aan het raam volledig overstemd wordt. Alleen jij zit stil in een hoekje. Je kan niet geloven dat mensen überhaupt nog in staat zijn om te feesten nu de Apocalyps nabij is. Je recycleert, gebruikt niet langer een droogkast, filtert kraantjeswater, gaat werken met het openbaar vervoer, koopt bio, kookt vegetarisch, print geen documenten meer af en neemt altijd een herbruikbare tas mee naar de supermarkt. Maar het is dus niet genoeg. Het heeft allemaal geen zin. De media blijven maar onheilsberichten uitsturen en politici maken liever ruzie dan dat ze nu eindelijk eens een klimaatwet goedkeuren. ’s Nachts pieker je over een dystopische toekomst en lig je wakker met hartkloppingen. Meer en meer burgers ervaren net zoals jij een ongerustheid die ze niet goed kunnen plaatsen, een angst die gelinkt is aan verlies van controle en onzekerheid over de toekomst. Sinds kort bestaat er zelfs een term voor deze psychische toestand: wat jij hebt, is een klimaatdepressie.

Posttraumatische milieustress

De conditie wordt nog niet vermeld in de DSM-5, het standaardwerk waarin alle mogelijke psychische stoornissen zijn opgenomen, maar er verschijnen wel aan de lopende band wetenschappelijke studies die zich focussen op climate anxiety. Zo verscheen begin dit jaar een Canadese studie die climate change onweerlegbaar linkt aan depressieve gevoelens en extreme vormen van stress. De studie was groots opgezet, met 27 academische instellingen en non gouvernementele organisaties die eraan deelnamen. De eindconclusie is onthutsend: klimaatverandering vormt de grootste globale dreiging voor onze gezondheid, niet enkel lichamelijk maar ook mentaal. Eén van de dwingende aanbevelingen was om meer fondsen vrij te maken voor studies die dit specifieke probleem verder kunnen uitklaren. Ook in de VS, waar de regering geen haast heeft om ecologische maatregelen te implementeren, verzamelden wetenschappers de medische gegevens van twee miljoen Amerikanen. Daaruit bleek dat er een sterke correlatie is tussen het mentaal welzijn en de pessimistische berichtgeving over de gevolgen van klimaatverandering. Opmerkelijk hierbij is dat vooral vrouwen en mensen met een laag inkomen last hebben van neerslachtige gevoelens. Maar slachtoffers van recente natuurrampen staan natuurlijk helemaal bovenaan de ladder van psychologische stress, aangezien ze de concrete gevolgen al aan den lijve konden ondervinden. Geruime tijd na de impact van orkaan Katrina, bleek één op zes slachtoffers te lijden aan het posttraumatisch stresssyndroom. Ook drugsgebruik en huiselijk geweld namen toe. Bij de Inuït in Canada, die mentaal sterk verbonden zijn met hun omgeving, plegen meer en meer jagers zelfmoord sinds het smelten van de poolkappen. Maar nu duikt het fenomeen dus ook op bij mensen die niet meteen in een gevarenzone wonen of die nog geen slachtoffer werden van een natuurramp. De urban professional, de huismoeder, de tiener: meer en meer mensen voelen zich wanhopig en niet gehoord.

Paniek zal ons redden

Iemand die letterlijk wakker ligt van het klimaat, is schrijfster en activiste Anne Provoost. Ze is getrouwd met Manu Claeys, die voorzitter is van stRaten-generaal in Antwerpen en in maart nog voorstelde om een klimaatintendant aan te stellen. Anne schrijft momenteel een boek over de evacuatie van kinderen in de Westhoek ten tijde van WO I en ziet daarin veel parallellen tussen de oorlogssituatie van toen en wat er vandaag gebeurt. “De Duitsers waren gestopt aan de IJzer. De inwoners die net achter de rivier woonden, zaten daardoor natuurlijk in extreem gevaarlijk gebied. Zo ook mijn grootouders. Ik heb me altijd afgevraagd wat hen bezielde om niet te vluchten, om geen actie te ondernemen. Pas toen betrokken raakten bij een dodelijke gasaanval, zijn ze nét op tijd kunnen weggeraken. Er zijn twee theorieën over angst. De eerste is dat je de mensen niet bang moet maken, want dan verstijven ze. De tweede stelling is dat angst net wél goed is, het zet aan tot actie. Zelf geloof ik in de tweede theorie: de extreme angst van mijn grootouders heeft hen gered. Ze zijn er instinctief door in actie gekomen. Vandaag heb je volgens mij dus ook doemdenkers nodig opdat mensen de ernst van de situatie inzien. Het boek The Road van Cormac McCarthy geeft precies weer wat ik denk dat ons gaat overkomen als er geen actie wordt ondernomen: een wereld zonder drinkbaar water of voedsel, waar de weinige mensen die overblijven mekaar te lijf zullen gaan. Misschien omdat ik auteur ben dat ik me het scenario voor zo’n ramp heel levendig kan voorstellen. Ik geef me graag bewust over aan die angst omdat het me in de startblokken zet, en wil ik probeer zelfs zo veel mogelijk mensen meeslepen in de rusteloosheid. We hebben gewoon geen tijd meer voor gepalaver. Greta Thunberg zei het ook in haar speech in Davos: “I want you to panic”. Ik pieker ‘s nachts en mijn sociaal leven begint er zelfs een beetje onder te lijden. Vrienden en kennissen vinden me te confronterend.”

Businessplan voor het klimaat

Hoe zit het eigenlijk met de politici zelf? Liggen zij ook wakker van mogelijke rampscenario’s? Gwendolyn Rutten (Open Vld), voorzitter van de partij waar optimisme in het dna zit, vindt angst een slechte raadgever. “Ik ben ook bezorgd om ons klimaat en het leefmilieu. We willen allemaal dat onze kinderen kunnen opgroeien in een land waar het goed leven is. Het is echter niet de paniek, maar een stevig businessplan dat ervoor gaat zorgen dat we onze klimaatdoelstellingen kunnen halen. Daarom wil ik ook inzetten op duurzame energie, een betere mobiliteit en het terugdringen van de uitstoot. Onze bedrijven en universiteiten moeten voor de nodige innovaties zorgen.” De kersverse Vlaamse klimaatminister, Koen Van den Heuvel (CD&V), begrijpt de bezorgdheid, maar weigert mee te stappen in het verhaal van hulpeloosheid. “Elk individu kan een verschil maken. We moeten de positieve energie die er nu is, gebruiken. We ademen allemaal dezelfde lucht, drinken hetzelfde water en koesteren dezelfde natuur. We moeten dus samen voor oplossingen zorgen en gelukkig is er nu ook een maatschappelijk draagvlak. Meer dan ooit moeten we onze tegenstellingen overstijgen.” Bart De Wever (N-VA), die de klimaatspijbelaars liefst zo snel mogelijk weer op de schoolbanken ziet zitten, is er dan weer van overtuigd dat politici de boodschap moeten uitdragen dat oplossingen realistisch en betaalbaar moeten zijn. “De mens heeft door technologische vernieuwing de voorbije decennia enorme stappen gezet, ook op het vlak van milieu en duurzaamheid. Vijftig jaar geleden zwom er geen vis meer in de Schelde en haalden we energie vooral uit steenkool. Door innovatie is dat drastisch veranderd en is bijvoorbeeld onze luchtkwaliteit al enorm verbeterd. We hebben dus alle reden om ons geloof in de vooruitgang niet te verliezen.” Ook Kristof Calvo (Groen) hamert erop dat politici moeten aantonen en blijven herhalen dat heel veel oplossingen binnen handbereik zijn: “De technologie is beschikbaar, het draagvlak is groter dan ooit. Een jonge generatie toont ons de weg. We hoeven dus niet te wanhopen. Integendeel. De tijd is kort, maar de mogelijkheden zijn groot.”

Klimaattherapie

Heb je maar weinig vertrouwen in het politiek optimisme? Dan is het misschien tijd om op bezoek te gaan bij een klimaattherapeut. In Vlaanderen is het voorlopig nog even wachten op een psycholoog die zich in de materie verdiept, maar in Nederland kun je alvast naar Manu Busschots, die klimaatworkshops organiseert in Den Haag en Apeldoorn. Busschots gelooft evenmin dat angst ons in beweging zal zetten, daarvoor moet je volgens hem verbondenheid creëren. Busschots doet dit al geruime tijd door mensen samen te brengen in zogenaamde klimaatgesprekken. “Ik had me als mental coach al toegelegd op gedragsverandering, toen ik hoorde dat er in de UK ‘carbon conversations’ werden gehouden: gesprekken waarin mensen elkaar aansporen om hun eigen ecologische voetafdruk te verminderen. Ik was meteen gewonnen voor het idee om zelf ook zulke klimaatgesprekken te beginnen en zo mensen te helpen bij het maken van milieuvriendelijke keuzes. Zeker omdat er ook steeds vaker mensen met eco-angst naar mijn praktijk komen. Onderzoek wijst uit dat driekwart van de bevolking lijdt aan klimaatbezorgdheid, vooral jongeren. Je ziet de laatste jaren wel een psychologische trendbreuk. Mensen associëren klimaatverandering niet langer alleen met ijsberen of smeltende poolkappen -want die ben je zo weer vergeten- maar ook met extreem weer. We zullen de komende jaren almaar weer te maken krijgen met droogte, hitte, stormen en mislukte oogsten, waardoor deze neerslachtige gevoelens natuurlijk nog vaker zullen voorkomen. In de workshops die ik organiseer, focussen we ons op de invloed die je zelf kunt hebben. Het is duidelijk dat er veel behoefte is aan dit soort duiding: we zijn drie jaar geleden begonnen met zestien deelnemers, vandaag zitten we inmiddels al aan duizend.”

Opdringerige evangelisten

Busschots heeft een punt. Maar is het niet extreem moeilijk om goede voornemens -stoppen met vliegen, vlees eten, autorijden- consequent vol te houden als je na de therapie weer in je eentje thuiszit? Je hebt daarnaast ook weinig tot geen controle over het gedrag van je buren, je vrienden of de politici die in jouw naam in de regering zetelen. Ook al doe je je uiterste best, deel je verontrustende berichten op sociale media en ga je plichtbewust betogen voor het milieu: we worden steeds opnieuw overrompeld door het gevoel dat één persoon de klimaatverandering nooit kan stoppen. Alles wat we doen, is een druppel op een hete plaat. Misschien zien we daarom dat de slinger zo vaak doorslaat naar een overdreven vorm van wanhopig fanatisme, zoals de neiging om zo veel mogelijk mensen te bekeren tot het veganisme. Helaas heeft dat soort prekerig gedrag een averechts effect. De meeste mensen gruwen van opdringerige evangelisten. Als je effectief impact wilt hebben, is preken dan ook de slechtst mogelijke manier om je doel te bereiken. Verschillende wetenschappers zijn tot de conclusie gekomen dat er maar één methode is om van je klimaatdepressie af te komen en dat is in je eigen omgeving een blijvende verbondenheid zoeken met gelijkgestemden. Margaret Klein Salamon is psychologe en oprichter van het Climate Mobilization Initiative. Haar stokpaardje is dat er miljoenen manieren zijn om klimaatopwarming aan te pakken, net zoveel als er mensen zijn. Eén activist kan het hele probleem niet oplossen, maar hoe meer mensen hun steentje bijdragen, hoe dichter het doel in zicht komt. Een journalist kan stukken schrijven over ecologische dilemma’s. Een moeder kan de schooldirecteur inspireren om een recyclingstraat aan te leggen. Een winkeluitbater kan beslissen om niet langer plastic verpakkingen te gebruiken. Een chef kan zich voornemen om te koken volgens de zero waste filosofie. Van daaruit vertrekken dan kleine tentakels van bewustzijn, die anderen er misschien ook toe aanzetten om actie te ondernemen. Op die manier kan uiteindelijk een globaal bewustzijn gecreëerd worden dat zich als een positief virus verspreidt. Meer en meer sociologen en onderzoekers wijzen erop dat we van een individualistische samenleving terug moeten evolueren naar kleine gemeenschappen, waar we ons begrepen voelen en waar we met gelijkgestemden een bijdrage kunnen leveren aan het grotere geheel. Je voelt je dan niet langer eenzaam, maar gedragen, waardoor neerslachtigheid en stress minder impact hebben op je gemoed. Deel uitmaken van een gemeenschap die samen ten strijde trekt, is het beste middel tegen wanhoop, wat de uiteindelijke uitkomst ook moge zijn.

Ecotaal

Ecoproblemen vragen een heel eigen woordenschat. De media gebruiken te pas en te onpas nieuwe woorden die het fenomeen trachten te vatten.

Ecorexia: iemand die hieraan lijdt, leeft zeer duurzaam maar wordt daardoor ook heel ongelukkig. De vele (vaak zelfopgelegde) regeltjes leggen namelijk veel druk op sociale relaties.

Vliegschaamte: het gevoel van een persoon die claimt zeer ecologisch te leven, maar af en toe toch het vliegtuig neemt naar een verre bestemming. Deze informatie wordt zo goed mogelijk afgeschermd van het publieke imago.

Milieumelancholie: het onbestemde gevoel dat de eindtijd nabij is, maar niemand weet echt wanneer. Gaat vaak gepaard met het verlangen naar de onbezorgde kindertijd, toen drinken uit een vijver nog niet gelinkt was aan een ziekenhuisopname.

Milieudepressie: in een spiraal van wanhoop getrokken worden, gecombineerd met aanhoudende neerslachtigheid na het intensief opvolgen van alle nieuwsberichten over het milieu.

Klimaatontkenner: iemand die moedwillig miljoenen wetenschappelijke studies naast zich neer legt en overtuigd is dat onze soort niets maken heeft met de opwarming van de aarde.

Het verdriet van de klimaatwetenschapper

Hoe gaan wetenschappers om met klimaatangst? Op de website isthishowyoufeel.com werden 43 getuigenissen verzameld van klimaatwetenschappers uit de hele wereld. Ze dienden elk een handgeschreven brief in met daarin hun grootste bekommernissen en af en toe een hoopvolle noot. Enkele fragmenten:

“Ik voel me gefrustreerd dat ik zelfs mijn beste vrienden en dichtste familieleden niet kan overtuigen dat we ons als gemeenschap verschrikkelijk onverantwoordelijk gedragen. Onze kinderen en kleinkinderen zullen de prijs betalen. Voelen we dan echt geen medeleven voor zij die na ons komen?” (Dr Anna Harper, Exeter)

“Soms heb ik deze droom. Ik ga wandelen en ontdek een afgelegen boerderij die in brand staat. Uit het bovenste raam roepen kinderen om hulp. Ik bel de brandweer, maar ze komen niet, omdat een gek hen blijft vertellen dat het vals alarm is. De situatie wordt erger en erger, maar ik kan de brandweer niet overtuigen om te komen.” (Professor Stefan Rahmstorf, Potsdam)

“Er zijn genoeg toegewijde mensen zijn ervoor kunnen zorgen dat er verandering komt. Ik ben altijd hoopvol. Maar een stijging van 4 tot 5°C zal voor ons een grote uitdaging vormen om te overleven.” (Dr Jim Salinger, Auckland)

“Het voelt alsof niemand luistert. Oké, ja, sommige mensen luisteren maar onze leiders blijven potdoof: ze nemen beslissingen die ons allemaal zullen beïnvloeden.” (Dr Helen McGregor, Acton, Australië)

“Als een echte optimist heb ik er vertrouwen in dat we het klimaatprobleem kunnen oplossen. Het vormt een gigantische uitdaging die een grote internationale samenwerking vraagt. Het zou een catalysator kunnen zijn die ervoor zorgt dat mensen zich op globaal vlak veel meer met elkaar verbonden voelen.” (Professor Peter Cox, Exeter)