| Eng | Fr |

Nieuws

Werk

Bewerkt/Verfilmd
Vertaald
Bekroond

Auteur
Optredens
Academisch
Audio/Video
Foto's
Contact

Interview BOTsing

(Lees het artikel hier in pdf)


Ik ben een volstrekt brutale moeder
BOTsing, zomer 2012

Ik heb ooit geschreven dat het beste wat een moeder zich kan toewensen een ontembaar kind is. Ik meen dat ook. Ik kan mijn kinderen proberen op te voeden, maar ik kan ze niet temmen. En zij mij niet. Opvoeden gaat in twee richtingen. We voeden elkaar op, en dat is altijd een beetje een krachtmeting.

Aan het woord is auteur Anne Provoost. Zelfredzaamheid staat bij haar hoog in het vaandel. Cornelius (19), Martha (17) en Basil (14) worden zo veel mogelijk voor hun verantwoordelijkheid geplaatst. Dat heeft zo zijn voor- en zijn nadelen.

Kalf
Ik kom uit een familie met een lange landbouwerstraditie. Mijn vader en moeder waren de eerste generatie die zich op de gewone arbeidsmarkt begaf. Al mijn andere voorouders waren boeren. Zo’n opvoeding op het platteland, in het hoekje van de Westhoek, laat wel sporen na. Op het boerhof moet alles zichzelf zien te beredderen. Het pasgeboren kalf moet al na een half uur op zijn poten staan wil het drinken. Niemand had het in mijn tijd over ‘tieners’. Je was oud genoeg om voor jezelf te zorgen of je was het niet. Voor jezelf zorgen betekende ook altijd verantwoordelijkheid opnemen. Ik groeide op in de jaren zeventig: lang haar en blote voeten. Mijn ouders waren er altijd, maar toch bevonden ze zich in de rand van mijn bestaan. Ik kan me geen grote conflicten met hen herinneren. Ik was de oudste van vier, we voelden ons veilig dus we waren vrij. We hadden onze fietsen en we zwierven letterlijk over de poldervlakte. Mijn familie was heel groot, overal waren tantes en nonkels en neven en nichten, en je ging altijd maar bij elkaar logeren. Als je in die andere gezinnen aankwam werd je gelijk mee ingeschakeld: dat je groter werd bracht verantwoordelijkheid mee. Er was altijd wel wat te doen. Dat je alleen maar wat zou staan ‘hangen’ was ondenkbaar.

Speciaal
Als tiener zat ik heel dikwijls te schrijven. Mijn vriendinnen deden hetzelfde. De ene schreef een boek, de andere gedichten en nog iemand anders tekende. Ik was niet een kind dat veel speelde. Van gezelschapsspelletjes heb ik nooit gehouden, dat moeten mijn kinderen nu ook nooit aan me vragen. Mijn nicht schreef toneelstukken en wij voerden ze op voor een echt publiek. Mensen gaan ervan uit dat je een speciaal kind moet zijn als je zo vroeg al schrijft. Zo voelde het voor mij helemaal niet. Iedereen in mijn omgeving schreef, misschien dat ik dat soort meisjes opzocht?

In die tijd moest je nog geen cursussen volgen of getuigschriften voorleggen om monitor te zijn. Je vulde een formulier in en klaar was kees. Ik was nog maar vijftien maar ik vervalste mijn geboortejaar. Ik werd aanvaard en dus nam ik met mijn nicht de boot in Oostende. Samen stonden we zo als ‘leiding’ voor kansarme kinderen in Londen. Op mijn veertiende ging ik op trektocht met een groep Franse jongeren. Ook toen was ik twee jaar jonger dan alle anderen. Mijn ouders opperden geen bezwaar. Ze hielden goed in de gaten of de organisaties waarmee ik wegging ter goeder trouw waren. Voor de rest lieten ze me doen.

Ook nu, zoveel jaren later, laat ik mijn kinderen de dingen uitproberen. Alleen met de tram naar school, gaan logeren bij mensen die je niet kent, vanaf jonge leeftijd babysitten. Mijn dochter vertrok op haar zestiende op een uitwisseling van een half jaar naar Uruguay, mijn oudste zoon ging logeren bij iemand die hij niet kende in Istanbul toen hij veertien was, mijn jongste zoon ging op zijn twaalfde naar Marokko om zijn pennenvriend te bezoeken. Is dat te vroeg? Ze gaven zelf aan dat ze dat wilden en we onderzochten samen de mogelijkheden. Het is nooit bij mijn man of mij opgekomen om ze iets te verbieden waarvoor ze echt gemotiveerd waren.

Privacy
Mijn kinderen zijn vrij, maar dat neemt niet weg dat ik hen met al mijn kracht probeer te beďnvloeden. Willen ze per se op het heetste moment van de dag in de zon zitten? Goed, dan maak ik daar niet veel woorden aan vuil, maar nog diezelfde dag krijgen ze een artikel over het gevaar van UV-stralen in hun mailbox. Liefst met een veelzeggende foto erbij. De nadelen van de waterpijp? Misplaatste openhartigheid op facebook? Het belang van fietshelmen? De aanwezigheid van suikers in frisdranken? Over alles vind ik wel een artikel met een mooie foto. Ik maak duidelijk wat mijn grenzen zijn. Ik heb niet al die jaren in hen geďnvesteerd, hen acht maanden borstvoeding gegeven, om ze dan zonder waarschuwing de wildernis in te sturen. Als ouder is het een kwestie van goede argumenten, van overtuigingskracht, eerder dan van regels en van dwang. Nadeel is natuurlijk dat die houding wel eens als een boemerang in je gezicht terugkeert. Ineens komen zij dan met goede argumenten om hun gedrag te motiveren. Mijn zoon die bijvoorbeeld in de vroege uurtjes thuiskomt en zegt: de stad is veel veiliger ’s ochtends dan om middernacht, want dan zitten de drinkers nog achter het stuur. Ja, daar is wel wat van aan, natuurlijk. Als ik zoiets hoor ben ik meteen bereid om van daaruit verder te denken. Mijn man noch ik hebben onze kinderen ooit gestraft. Ze krijgen wel een stevige discussie, en misschien is dat voor hen ook de ergste vorm van straf (lacht).

Too much information!
Het belangrijkste aan tieners vind ik hun recht op privacy. Ze zullen dit artikel dan ook alle drie nalezen, anders kan het niet in BOTsing. Ik draai zelden rond de pot, nog een gevolg van mijn opvoeding in de beste boerentraditie. Ik noem de dingen bij naam, ook al betreft het taboeonderwerpen. Mijn kinderen kennen me. ‘Z’is daar weer,’ zeggen ze. En als ik te openhartig ben: ‘Too much information!’ Als ik vind dat het tijd is dat mijn zoon weet wat een natte droom is, dan vertel ik hem dat gewoon. Als hij het niet wil horen moet hij maar zijn oren dichthouden. Ik ben een volstrekt brutale moeder, dat is mijn aard, en dat stelt hen in staat om veel weg te lachen. ‘Tongzoenen jullie al?’, vraag ik eenvoudigweg. Ik weet toch dat ze zullen zeggen: ‘Daar ga ik nu eens niet op antwoorden!’ Ze kennen mijn theorieën over hun privacy, dus ze weten dat ik geen kant op kan. ‘Ik kan maar proberen, hč?’, zeg ik dan. Ik ben zelf plagend opgevoed. Alles werd gezegd ‘om te lachen’, ook de ernstige dingen. Die aanpak kan nadelen hebben, maar ik zie vooral de voordelen: plagen biedt mogelijkheid tot zowel zwijgen als spreken. In ons gezin verloopt praten zelden officieel, in een gesprek met een kind op zijn kamer. Dat ligt aan mij, ik kan daar zelf niet goed tegen. Gesprekken op de kamer worden te snel zwaar op de hand. Bij mij gaat het tussen alles door, en wel voortdurend. Ik roep van de ene verdieping naar de andere, ik stuur een in your face mailtje of ik hang een kattebelletje op. Eén ding is zeker: als ik het ergens over wil hebben, is er geen ontsnappen aan, hoe hard je me ook probeert te ontwijken.

Rollenspel
Toen ze kleiner waren oefende ik wel eens met een rollenspel. Dan overliep ik wat er op de tram allemaal kan gebeuren. Wat doe je als een groter kind aan je vraagt hoe laat het is? Misschien wil dat kind vooral weten of je een gsm bij je hebt, dus je denk goed na voor je die bovenhaalt. Wat doe je als een onbekende volwassene een beroep op je doet? Vanaf wanneer wordt een verzoek ongepast? Ik heb met mijn kinderen geoefend in het roepen van ‘Nee!’. Dat is het eerste wat een kind moet kunnen: duidelijk nee roepen, ook op een publieke plaats en in aanwezigheid van onbekenden.

Chill
Als tieners zouden mogen kiezen zouden ze vast nooit een moeder als ik kiezen. Ik leg de lat hoog en ik ben heftig. Ik kan zelf ook vrij goed ‘nee’ zeggen, ook tegen mijn kinderen. Als ik aan het schrijven ben, bijvoorbeeld. Als ze dan de deur openduwen, reageer ik: ‘Niet nu! Ik ben bezig.’ Ik ben geen toonbeeld van rust en geduld. Basil maakt dikwijls duidelijk dat hij niet begrijpt waar ik me druk om maak. Hij is de meest ‘chillaxte’ van ons vijven; hij zal vast een heel relaxte vader worden. Hij zou wel willen dat ik de lat wat minder hoog leg, dat ik wat minder dicht op zijn vel zit en dat mijn temperament wat meer overeenstemde met het zijne. Hij vindt het lastig dat hij altijd alles zelf moet doen. Klopt ook. Als hij zich in de penarie werkt doordat zijn taak voor school niet op tijd af is, of doordat hij zijn portefeuille kwijtraakt - de twee voorbeelden zijn niet toevallig gekozen - dan ben ik niet het soort mama dat naar de juf belt, de bankkaarten blokkeert of meegaat naar het politiebureau. Dat moet hij zelf doen. Ik wil hem wel ondersteunen, maar hij moet niet op mij leunen. Hij zet zich best wel af tegen mijn manier van opvoeden. Ontembaar is hij, want hij laat zich niet aanjagen, wat ik ook probeer. Een beetje heerlijk is dat ook, het feit dat je kinderen je in je blootje zetten. Ineens raken je eigenschappen helemaal uitvergroot. In elkaars nabijheid vorm je elkaars tegenpolen: hoe drukker ik me maak, hoe rustiger Basil wordt, heel mooi om te zien. In die zin voedt hij mij op. Hij confronteert me met mezelf, en dat hebben zijn broer en zijn zus net zo gedaan.

Zelfbeeld
Het belangrijkste dat ik hen wil leren? Nooit hun zelfbeeld te laten afhangen van de blik van anderen, hoe groot de verleiding daarvoor ook is met facebook en al die foto’s. Overtuigingskracht verwerven, eigen argumenten zoeken en vinden, niet zomaar die van anderen overnemen. En wat ik van hen kan leren? Chillaxen, natuurlijk, dat is momenteel mijn belangrijkste werkpunt.

Print deze pagina... enkel als het niet anders kan!