| Eng | Fr |

Nieuws

Werk

Bewerkt/Verfilmd
Vertaald
Bekroond

Auteur
Optredens
Academisch
Audio/Video
Foto's
Contact

Recensies

Boekenkrant, 02 april 2007
Marcel Zalm
www.boekenkrant.com

Een gezin leeft op het Australische platteland. Chloë’s vader gaat dood. Haar moeder, lijdend aan een oogafwijking, moet zich staande proberen te houden. Chloë’s stiefzus wil terug naar haar vader in de stad verhuizen waardoor Chloë met haar moeder alleen achterblijft.

Ze staan ver van de voortdurend veranderende maatschappij af, proberen zich vast te houden aan wat ze kennen, maar hun leven glijdt zachtjes achteruit.

De situatie op het platteland verslechtert en staat recht evenredig met de achteruitgang van de ogen van de moeder. Krampachtig probeert de moeder zich vast te houden aan wat ze heeft en dit vertaalt zich in de manier waarop ze alles probeert vast te leggen met haar fotocamera, ook al ziet ze bijna niets meer. Moeder en dochter vervreemden van elkaar. Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van de dochter, die niet volledig beseft hoe haar moeder geleidelijk de greep op de situatie verliest. De dochter moet voor zichzelf zorgen, moet haar eigen angsten overwinnen en is daarnaast voortdurend ongerust over haar moeder. ‘Achter me is het huis, en in het huis mijn moeder, veilig opgesloten in haar duisternis. Als straks de dag aanbreekt, legt ze haar hand op mijn schouder. Ze volgt me waar ik ga. Alleen in haar dromen kan ze me zien.’

De manier waarop de dochter naar haar moeder kijkt, is soms angstaanjagend volwassen en geeft het geheel een schrijnende ondertoon. Reddeloosheid, omgaan met verdriet en tegenslagen nemen in het boek soms vreemde vormen aan.
‘Ik weet wat ze zal doen. Ze zal het bad laten vollopen en erin gaan zitten. …Ze zal me vragen bij haar in het water te komen. Ik schreeuw het uit. Ik brul als mijn voet het badwater raakt en jammer dat het veel te warm is, veel te warm, dat mijn vel schroeit. Ik trek met een ruk mijn been weer omhoog, grijp naar mijn teen en strijk erover. Zo snel ik kan krab ik mezelf zodat de huid rood wordt en ik kan zeggen: ‘Zie je wel, dit is héét, nou heb ik zalf nodig’.

Moeder en dochter luisteren niet naar elkaar en proberen op hun eigen manier de aandacht van de ander te trekken en hun eigen verdriet, angsten en onzekerheden een plaats te geven. Anne Provoost toont met kleine gebeurtenissen en met de nodige nuances hoe groot de problemen en hoe sterk de gevoelens en de reddeloosheid van de personages zijn, waardoor het beeld dat je van de personages krijgt, hoewel je niet weet hoe oud ze zijn of hoe ze er precies uitzien, toch geloofwaardig overkomt.

Print deze pagina... enkel als het niet anders kan!