Nieuws
Werk
   -Alle
   -Bewerkt/Verfilmd
   -Vertaald
   -Bekroond

Auteur
   -Biografie
   -Bibliografie
   -Prijzen
   -Interviews
   -Standpunt
   -Dissertaties
   -Favorieten

Audio/Video
Foto's
Contact

Interviews

Evita, 2 mei 2007

Evita vraagt Anne Provoost naar dingen die haar inspireren. Dat zijn in de eerste plaats boeken, slapende kinderen en verandering van lichtinval. De meest inspirerende omgeving is voor haar de trein.

1. Het boek waar ik aan schrijf is een uitlaatklep. Ik heb altijd meerdere boeken in de maak. Een manuscript heeft er, vind ik, baat bij om te blijven liggen, om ‘op te stijven’. Als het een tijdje in de lade heeft gelegen, kan ik er beter naar kijken. Elk boek heeft zijn eigen sfeer. In de zon kijken gaat vooral over mijn beklemming. Ik sta stil bij mijn meest ultieme vraag: wat doe je als je je liefste verliest?

2. De grootste bron van inspiratie zijn boeken van andere schrijvers. De schrijfster die me op dit moment bijzonder boeit is Alice Munro. Ze schrijft korte verhalen die lezen als romans. Ze heeft het in die verhalen vooral over de ontmoeting tussen ouders en kinderen, tussen mannen en vrouwen. Ze bevraagt relaties op een unieke manier.

3. Slapende kinderen! Voor schrijvende ouders is dat het mooiste moment van de dag. Als de kinderen slapen, zijn ze ook veilig, waardoor mijn man en ik ons helemaal op ons werk kunnen concentreren. Dat is toch nog anders dan wanneer ze het huis uit zijn. Dan blijf je je afvragen wat ze doen, hoe ze het maken, en zo verder. Als dan ook nog eens de vaatwasser in de keuken zoemt en de wasmachine in de kelder bromt, prijs ik me gelukkig dat ik vandaag vrouw ben, en niet honderd jaar geleden.

4. Inspirerend vind ik de verandering van lichtinval, hoe de dingen er ineens helemaal anders uitzien nadat een peertje is doorgebrand of de buurman zijn bomen heeft gesnoeid. Of het nieuwe licht als de seizoenen veranderen. Zoals dit voorjaar met Pasen: het stof van de winter lag er nog, want er waren geen lentebuien geweest om het weg te spoelen. Toch kregen we al dat zomerse zonlicht. Ik woon in een oud huis met glas-in-loodramen, daar kan ik eindeloos naar kijken. Ik word al blij van dingen die aan licht doen denken: slapen in een pyjama die in de zon gedroogd is, een sublieme ervaring!
Licht kan ook lelijk zijn, ongenuanceerd en onverbiddelijk, het kan pijn doen aan de ogen. Zonlicht is een belangrijk thema in mijn boek In de zon kijken. Mijn hoofdpersonage heeft een oogziekte die steeds erger wordt. Ze moet het licht opslaan in haar geheugen, wil ze het bijhouden.

5. Ik kan goed nadenken als ik op de trein zit. Ik rijd niet met de auto. Mijn rijbewijs heb ik indertijd wel behaald. Maar toen mijn portefeuille een paar jaar terug werd gestolen, heb ik de politie gevraagd om het document niet te vernieuwen. Openbaar vervoer is mijn ding: je zit anoniem naast andere mensen en je beluistert hun verhalen.

Print deze pagina... enkel als het niet anders kan!