Nieuws
Werk
   -Alle
   -Ebooks
   -Luisterboeken
   -Bewerkt/Verfilmd
   -Vertaald
   -Bekroond

Auteur
   -Biografie
   -Bibliografie
   -Prijzen
   -Interviews
   -Standpunt
   -Dissertaties
   -Favorieten

Audio/Video
Foto's
Contact

Recensies

De Standaard der Letteren, 30 oktober 1997
Jan van Coillie

Sneeuwwitte liefde
Anne Provoost bewerkt een bestaand sprookje

Anne Provoost werd voor haar debuut Mijn tante is een grindewal (1990) meteen bekroond en opvolger Vallen (1994) verdronk in een ware prijzenregen. Nu ligt De roos en het zwijn voor waarin ze het over een heel andere boeg gooit: ze herschreef, het klassieke sprookje van De schone en het beest. De hoge verwachtingen ingelost?

"Van mij wordt gezegd dat ik de mooiste vrouw ter wereld ben. Ik heb rode lippen, een sneeuwwitte huid en handen als kostbare schelpen. In de Onze-Lieve-Vrouwekerk staan heiligenbeelden die naar mijn beeld zijn geschapen. Mensen denken dat ik op de Heilige Maagd Maria lijk, maar de waarheid is dat de Maagd op mij lijkt; de beeldhouwers zijn het me met tranen in de ogen komen opbiechten."

Die aanvang van De roos en het zwijn, het nieuwe boek van Anne Provoost, heb ik al vele malen gelezen en voorgelezen, en het blijft me fascineren. Zo hoort het in een sprookje. Zelfs al lees je honderd keer "Er was eens ...", de woorden blijven een belofte inhouden.

De roos en het zwijn is niet zomaar een sprookje, het is een bewerking van De schone en het beest, voor het eerst opgetekend door de Italiaan Gianfresco Straparola in de eerste helft van de 16de eeuw en beroemd geworden in de versie van Madame Leprince de Beaumont. Provoost maakte ook niet zomaar een bewerking, ze gaf het oude verhaal een nieuwe adem.

Als basis nam Provoost de psychologische kern van het sprookje. Volgens psychologen verbeeldt dit sprookje de overgang van meisje tot vrouw. Het meisje moet zich daarbij losmaken van de vaderfiguur om zich volledig te kunnen geven aan een andere man.

Rondom dat gegeven weeft Provoost een nieuw verhaal, warm en gloedvol als een oud Vlaams tapijt. Sommige motieven uit het oude sprookje spint ze uit, zoals die van de roos en de spiegel, andere kleurt ze persoonlijk in, zoals de relatie tussen de zussen, en weer andere voegt ze toe, zoals het knobbelzwijn.

Sommige thema's die in het oorspronkelijke sprookje sluimerend aanwezig waren, brengt ze duidelijker aan de oppervlakte - vooral vergankelijkheid, schuld en boete en erotiek.

In het verhaal van Provoost ervaart Rosalena haar aantrekkelijkheid als een vloek of, zoals ze het zelf zegt, "als een harnas". Haar schoonheid, maakt haar scherper dan anderen bewust van vergankelijkheid en lelijkheid: "Wat heeft me doen denken dat ik mooi was? Niets op aarde kan mooi genoemd worden. Schoonheid is van niets een eigenschap dat niet God is. De dingen die we zien en mooi noemen zijn vergankelijk! Hoe kan iets schoon zijn als het dat morgen al niet meer is?"

Rosalena werd niet als Schone geboren. Zelfs de vroedvrouw schrok van haar uiterlijk. Ze was doorschijnend, haar beenderen schenen als donkere schaduwen door haar huid. Iedereen dacht dat ze zou sterven, maar de elfen waakten over haar en dat bleven ze doen, ook later als na de dood van Rosalena's moeder de engelen in huis kwamen.

Het vanzelfsprekende geloof in elfen, engelen, bosgeesten, wandkobolden en andere magische wezens, plaatst het verhaal op een boeiende manier in de late Middeleeuwen. Ook de ruimte vult Provoost op met details over het Antwerpen uit die tijd.

Rosalena's vader hecht zich op een bijzondere manier aan zijn broze dochtertje. Omdat ook hij denkt dat ze niet lang zal leven, brengt hij voor haar de mooiste geschenken mee. De bijzonderste zijn een spiegel, een rozenstruik en een knobbelzwijn. Wanneer haar jaloerse zussen haar pesten, leert ze door de spiegel heen te kijken. Ze kan er haar vader in volgen op zijn reizen.

Het is ook haar vader die Rosalena haar naam geeft - een naam die haar verbindt met de rozenstruik, van oudsher hét symbool van vergankelijke schoonheid. Behalve de vader, krijgen alle personages een (symbolische) naam.

Niet alleen daardoor onderscheiden ze zich van de typische sprookjesfiguren. Ze krijgen ook een veel duidelijker eigen persoonlijkheid. Zo zijn de twee zussen niet zonder meer de verpersoonlijking van trots en afgunst. Ongetwijfeld zijn ze jaloers, maar wanneer Rosalena ziek is, zijn ze ook bezorgd. Als ze getekend worden door de pokken, wordt hun houding nog ambivalenter.

Vooral de personages van de Schone en het Beest zijn veel complexer. Hoe uitzonderlijk Rosalena's schoonheid ook is, toch is ze bij Provoost een wezen van vlees en bloed. Heel suggestief beschrijft ze Rosalena's veranderende erotische gevoelens.

Haar aanrander in het bos laat ze begaan, maar ze steekt hem wel een oog uit. Bij haar knobbelzwijn, Zoran, ontdekt ze een dierlijke aantrekking. Zodra ze een nachtelijke minnaar heeft, verdwijnt Zoran.

Zelf denkt ze dat ze bemind wordt door een bosgeest, want elke nacht komt hij twee keer met uitzonderlijke hevigheid. Als ze echter het haar van haar onbekende minnaar insmeert (een bekende truc in sprookjes), ontdekt ze dat haar twee schoonbroers haar beminden.

Bij het beest vindt ze uiteindelijk de ware liefde en erotiek. Al bij de eerste strelingen raakt hij plaatsen aan die haar minnaars nooit hebben gevonden. Rosalena's houding tegenover het beest is ook veel gecompliceerder dan in het oorspronkelijke sprookje. Ze blijft bij het beest, niet alleen uit zelfopoffering, maar ook als boetedoening, want zodra ze een zeker verlangen bespeurt, straft ze zichzelf.

Ook Thybeert, het beest, is bij Anne Provoost op de eerste plaats een mens, getekend door pokken, door het verlies van zijn vrouw en kinderen en door een oud duel. Ook zijn drijfveren zijn complex. Naast wraak speelt ook bij hem boete een rol. Bovendien is hij niet het "domme" beest uit het originele sprookje.

Net als in die oorspronkelijke versie keert de Schone terug naar haar vader zodra ze in de spiegel ziet hoe hij wegkwijnt. Ze gaat echter terug om definitief een keuze te maken. Ze baart een "gedrocht", een Siamese tweeling, de vrucht van haar twee nachtelijke minnaars.

Dan wordt de aantrekkingskracht van Thybeert te groot. Ze laat het verleden (en de baby) achter zich, op zoek naar de echte liefde: "Ik weet het niet zeker, maar ik denk dat wat me vervult sneeuwwitte, doorschijnende liefde is, gaaf als mijn gezicht, en eerlijk als het zijne."

Het einde blijft bij Provoost open. Het beest wordt geen mooie prins. Er is zowel hunkering als gevaar voor vernietiging. De vragen blijven: "Wie zal mij doden, verlossen uit deze eeuwige beweging? Wie zal ik kussen om de dingen te keren?"

Elke poging om hier de rijkdom van dit verhaal te vatten, is ijdel en vergankelijk. Bij een tweede lectuur viel het me op hoe ik me niet alleen elk tafereel herinnerde, maar ook bijna elk woord. De Roos en het Zwijn is een rijk boek, maar het is vooral een meesterlijk taalkunstwerk.

De zinsbouw en de woordkeus zijn ietwat gedragen, wat perfect past bij een sprookje. Anne Provoosts stijl is opvallend beeldrijk, met beelden die verhelderen en blijven nazinderen: "Aldus kwam de schuld als een geslagen en om vergiffenis smekende hond bij me terug."

Haar taal is ook zo zintuiglijk dat ik het lezen zelf als intens lichamelijk ervoer. Provoost maakt niet alleen gevoelens tastbaar ("de aarzeling die als korrels op haar lippen stond"), maar roept ook schoonheid en lelijkheid op zo'n manier op dat je ze ziet, ruikt en voelt. De vreselijke pokkenplaag, de wrede beul, het knobbelzwijn, haar afschuwelijke dubbelkind, de afzichtelijke Thybeert, de massa die Orlinde haast uiteenrijt, ze worden allemaal in indringende bewoordingen beschreven.

Ongetwijfeld zal dit boek (uitgegeven in een reeks voor lezers van 15 en ouder) de discussies doen oplaaien over de vraag of dit wel een jeugdboek is. De taal, de erotiek en de filosofische inslag vragen een zekere leesrijpheid. Maar wie zegt wanneer je die hebt bereikt? Wie door dit boek wordt gegrepen, beleeft een unieke leeservaring, en die staat buiten tijd en leeftijd. De Roos en het Zwijn is voor mij grootse literatuur, die niet aan leeftijd is gebonden.