| Eng | Fr |

Nieuws

Werk

Bewerkt/Verfilmd
Vertaald
Bekroond

Auteur
   -Biografie
   -Bibliografie
   -Prijzen
   -Interviews
   -Standpunt
   -Favorieten

Optredens
Academisch
Audio/Video
Foto's
Contact

Verslag

21 januari 2004
Symposium Dat moet je gelezen hebben! van de letterenfaculteit Universiteit Utrecht

'De gelukkige lezer is de basis'

Harry Potter versus De Gebroeders Leeuwenhart - en alles daartussenin. Wat maakt een jeugdboek goed? En is een literair verantwoord boek per definitie 'moeilijk'? Univers sprak met schrijfster Anne Provoost, kinderboekenrecensent Pjotr van Lenteren en universitair hoofddocent Harry Bekkering over recensies, de canon en de wisselwerking tussenbeide. Provoost: "Een roman uitgeven is jezelf op het spel zetten."

Op het symposium Dat moet je gelezen hebben! van de letterenfaculteit woensdag 21 januari wisselden docenten, wetenschappers, schrijvers en recensenten van gedachten over de nieuwste ontwikkelingen in de kinder- en jeugdliteratuur. Ter voorbereiding verzamelde Harry Bekkering, letterkundige aan de Universiteit van Nijmegen, een jaar lang recensies uit de belangrijkste dag- en weekbladen. Zijn voornaamste conclusie: de aandacht voor jeugdliteratuur loopt terug. Daarnaast zag hij dat de wisseling van de wacht in de sector - veel lang-zittende recensenten droegen de fakkel over aan jongere collega's - een ander soort recensies opleverde. "De nieuwste recensenten hebben een hele andere kijk op jeugdliteratuur. Er is een soort van 'veramerikanisering' gaande in de dagbladsector. Die ontwikkeling zie je terug in de kinderboekenrecensies. Een boek als Harry Potter bijvoorbeeld, krijgt veel aandacht terwijl de wat moeilijkere boeken minder aan bod komen. Dat geeft echter geen gestalte aan de diversiteit die jeugdliteratuur eigen is."

Populistische kinderboeken versus de 'literair verantwoorde' kinderboeken. Welke boeken zijn blijvend interessant genoeg en welke zijn geen aandacht waard? Dat is de grote vraag. Al jarenlang wordt de discussie over de zogenaamde canon in het vakgebied van de Letteren aangezwengeld. De canon staat eigenlijk voor al die boeken die in de samenleving als 'waardevol' worden beschouwd. Die lijsten ontstaan uit een samenspel van literaire kritiek. Op de middelbare school komt de canon tot uiting in de verplichte literatuurlijsten; een Van het Reve, Hermans en Couperus mogen op zo'n lijst dan ook niet ontbreken. Net als in de volwassenenliteratuur, kent de kinderboekensector ook diverse canons.

Pjotr van Lenteren krijgt wekelijks nieuwe kinderboeken onder ogen als freelance kinderboekenrecensent van de Volkskrant. Een boek moet - wil hij het bespreken - goed geschreven zijn en het plot voldoende tot uiting brengen. Van Lenteren vindt het jammer dat er zo'n strikte scheiding wordt gemaakt tussen literair verantwoorde boeken enerzijds en populistische anderzijds. Het hele spectrum aan boeken daartussen wordt daardoor compleet vergeten: "Het soort boeken dat ik leuk vind, is van een ander kaliber dan de boeken waartoe de canon neigt. Ik houd niet van het so-called literaire genre, de boeken die Gouden Griffels krijgen. Ik vind het jammer dat het etiket 'literair' bijna altijd hetzelfde blijkt te zijn als 'moeilijk'. Aan de andere kant is populaire literatuur zeker ook niet per definitie goed. Het prentenboek van Madonna werd ook alleen maar goed verkocht vanwege haar populariteit."

De Belgische jeugdboekenschrijfster Anne Provoost heeft inmiddels al vier jeugdboeken op haar naam staan. Haar eerste boek Vallen verscheen in 1990. Wat de schrijfster graag in recensies zou willen terugzien, is de kwetsbaarheid van de recensent: "Een roman uitgeven is jezelf op het spel zetten. Het is het verslag van een zoektocht naar een waarheid die er niet is. Ik zou van een recensent willen dat deze net als ik zichzelf op het spel zet, zijn zoektocht duidelijk maakt in plaats van een 'waarheid' te poneren over een boek."

Provoost snijdt in haar boeken vrij heftige onderwerpen aan als incest, racisme en het schoonheidsideaal. Ze is van mening dat de huidige jeugd die thema's zeker aankan: "Waarom zou je kinderen in de literatuur afschermen, terwijl ze in de dagelijkse realiteit voortdurend met allerlei problemen worden geconfronteerd? Literatuur is een oefening, het is niet echt, juist daarom kun je veel verder gaan." Van Lenteren vindt dat Provoost het in haar boeken in literair opzicht te moeilijk maakt voor kinderen: "Ze sleept er veel te veel bij. Ik denk dan: wil je iets bewijzen? Waar schrijverstalent schuilt juist in het makkelijk opschrijven van moeilijke zaken." Provoost geeft echter aan kinderen juist bewust met een bevreemd gevoel achter te willen laten na het lezen van haar boeken. Volgens haar worden ze alleen op die manier intellectueel uitgedaagd.

Belangrijkste punt blijft echter volgens Van Lenteren het plezier in het lezen. Terugkijkend op zijn eigen jeugd: "Zodra de juf Brief aan de koning van Tonke Dragt tevoorschijn haalde, trok ik mijn trui uit, legde die op mijn kastje en ging klaar zitten - met mijn hoofd op tafel - om eens lekker weg te dromen. De gelukkige lezer is de basis. Literatuur is voor mij een combinatie van diepgang en entertainment, de plek waar je vrij bent. Of het boek nu tot de canon behoort of niet."

Print deze pagina... enkel als het niet anders kan!