Nieuws
Werk
   -Alle
   -Ebooks
   -Luisterboeken
   -Bewerkt/Verfilmd
   -Vertaald
   -Bekroond

Auteur
   -Biografie
   -Bibliografie
   -Prijzen
   -Interviews
   -Standpunt
   -Dissertaties
   -Favorieten

Audio/Video
Foto's
Lezingen
Contact

Anne Provoost rakelt vergeten School van de Koningin weer op

Krant van West-Vlaanderen
24 januari 2020
Tekst Jan Gheysen
Foto’s van Joke Couvreur en Jan Gheysen

Schrijfster Anne Provoost is de eerste gaste in de nieuwe schrijversresidentie in Wulveringem. Ze verblijft in wat ze daar in het dorp het huis van de schoolmeester noemen. Het is geen toeval dat de naar Antwerpen uitgeweken West-Vlaamse auteur hier een maand lang verblijft.

''Het is stil in hartje Wulveringem, een deelgemeente van Veurne. Er is die middag alleen het gewauwel van een zwerm kauwen. Het dorp lijkt leeg. En dat is het doordeweeks ook vaak. Het tweedehands boekenwinkeltje is gesloten, maar de deur zwaait toch ineens open. Schrijfster Anne Provoost verblijft er een maand lang op de eerste, volledig gerenoveerde verdieping. Een van de ramen boven geeft uitzicht op het kasteel van Beauvoorde.''

Waarom verlaat een auteur haar comfortabel, warm nest om hier ''in den vreemde en in afzondering op residentie te gaan? Dat in den vreemde'' klopt al niet voor Anne Provoost. Zij is van Woesten afkomstig, maar haar familie is vertrouwd met Wulveringem en Vinkem. "Een wandeling zal dat meteen duidelijk maken", zegt Anne Provoost terwijl ze enkele stevige stapschoenen aantrekt.

Frontstreek

De auteur werkt aan een boek over de kinderen van de kolonie. In de Eerste Wereldoorlog werden de kinderen uit de frontstreek geëvacueerd naar Parijs, waar ze ver weg van bommen, gas en oorlogsgeweld onderwijs kregen van zusters van bij ons. Haar grootmoeder Anna Vandewalle was een van die kinderen. Gaandeweg verruimde de auteur het opzet en intussen schreef ze al bijna 1.500 pagina's bijeen met oorlogsverhalen uit haar familieverleden. Een boek is nog veraf, maar daar is het de schrijfster niet meteen om te doen. "Ik heb al veel lezingen gegeven over die kinderen en ik merk dat mensen hun verhalen pas vrijgeven als ik eerst die verhalen van mij vertel. Ik weet niet of dat typisch West-Vlaams is, of typisch voor deze streek, maar mensen halen hier zelden of nooit direct hun verhalen naar boven. We willen te allen tijde vermijden dat men ons ervan verdenkt dat we de verhalen aandikken. Toen ik mijn familie vertelde over het oorspronkelijke opzet van mijn boek, reageerde mijn familie met Wat valt er te vertellen over je grootmoeder?"

"Maar zodra het vertrouwen er is, komen de verhalen wel boven en die zijn belangrijk", zegt Anne Provoost. "Dat mensen die op de vlucht waren onderkomen vonden bij familie, lijkt ons nu vrij normaal. Maar de verhalen die ik nu opvang, leren me dat het doorgaans niet zo was. De mannen waren naar het front, het waren doorgaans jonge vrouwen die net zwanger waren of die nog kleine kinderen hadden en ouderlingen, die op de vlucht gingen. Bij een ontmoeting vertelde iemand over een oude oom die zijn leven lang depressief was geweest. Zijn moeder was als jonge vrouw op de vlucht, bij het begin van de Eerste Wereldoorlog. Hoogzwanger was ze en ze is bevallen tijdens die vlucht. De miserie die haar te wachten stond, met zo'n pasgeboren kind in die penibele omstandigheden, leek haar niet te overzien en ze bad dat het kind zou mogen sterven. Heel haar leven heeft die vrouw gedacht dat de depressie van haar zoon daarmee te maken had. Dat soort verhalen vertellen de mensen pas als ze weten dat je hen gaat geloven."

Barakkendorp

"Kijk, ginds in de verte, achter die loods is de boerderij waar mijn familie onderdak vond, toen ze op de vlucht was uit Boezinge, bij de eerste gasaanval. En daar net voor, dat grote bouwwerk, daar hangt een hele geschiedenis aan vast die zelfs hier in de streek dreigt verloren te gaan", legt Anne uit terwijl ze flink doorstapt. We zien, midden de kale akkers, een bijzonder groot uitgevallen villa-achtig bouwwerk. Er hangt, alsof het er om gedaan is, wat mist om heen.

"Daar stond ooit, op die plaats, de School van de Koningin. Je moet je inbeelden dat op de velden daarrond tientallen houten barakken waren opgetrokken, en tenten. Daar verbleven tijdens de Eerste Wereldoorlog een 600-tal kinderen. Er was een ook een ziekenboeg, een kapel... Kortom, eigenlijk een dorp, midden de akkers," legt Anne Provoost uit.

"Je kent intussen het verhaal van mijn grootmoeder, die als klein meisje was ondergebracht in een kolonie in Parijs. Net zoals tientallen anderen kinderen. Maar veel landbouwgezinnen weigerden om hun kinderen naar veiliger oorden te brengen. Ze waren bang dat ze ze nooit meer zouden terugzien, ze waren bang ook voor de vreemde invloeden op hun kinderen. Ze werden dan wel opgevoed door zusters van bij ons, in het Nederlands, maar toch. Bovendien waren de Fransen ook niet zo opgezet met die kolonies. Kinderen werden er opgevoed in een voor hen vreemde taal, bovendien kregen ze onderwijs van nonnen, wat in Frankrijk, waar Kerk en staat strikt gescheiden waren, niet werd geapprecieerd. Vergelijk het met onze houding tegenover moslimscholen."

Oorlogsgeweld

Om kinderen toch weg te houden van de gasaanvallen, van de soldaten en van de oorlogstoestanden, werd beslist om hier in de streek zo'n opvang te organiseren. Koningin Elisabeth zelf zocht daarvoor de middelen bijeen en liet hier twee scholen optrekken die de naam kregen van haar kinderen. Alleen een betonnen plaat met de vermelding School van de Koningin 1915-1918 verwijst nog direct naar die plaats. "Zelfs de dochter van de koningin deed hier in 1916 samen met de andere kinderen haar plechtige communie. De koningin kwam geregeld langs... Mijn overgrootouders die in die boerderij ginds verbleven, woonden op een kruispunt van onze familiegeschiedenis, en die van vele anderen; als ze op de dorpel van hun voordeur stonden, keken ze naar de barakken met de kinderen. Hun eigen drie dochters en twee zoontjes zaten toen ver in dat onbereikbare Parijs, terwijl ze net zo goed hier in het kamp vlakbij hadden kunnen verblijven. En als ze op de dorpel van hun achterdeur stonden, hoorden ze het kabaal van het front. 't Is te hopen dat onze jongens dáár niet bij zitten, zeiden mijn overgrootouders tegen mekaar. Ze waren er bij, bij de gevechten aan Stuivekenskerke, zo bleek later. Maar ze hebben het overleefd. Je ziet, deze plek hier is voor mij relevant."

Bron: De Krant van West-Vlaanderen