| Eng | Fr |

Nieuws

Werk

Bewerkt/Verfilmd
Vertaald
Bekroond

Auteur
   -Biografie
   -Bibliografie
   -Prijzen
   -Interviews
   -Standpunt
   -Favorieten

Optredens
Academisch
Audio/Video
Foto's
Contact

Uit de dagboeken en brieven van Hans Christian Andersen

Odense, 15 juli 1830
“Beste Ludvig,
Bij aankomst in de stad ontving ik uw vriendelijke brief; maar, beste vriend, wat was die gruwelijk kort, slechts negen regels en alleen een krabbel op de eerste bladzijde! U moet de volgende keer echt wat dichter opeen schrijven en op alle drie de kantjes.”
(p. 25)

Napels, 21 februari 1834
“(…), in de schemering ben ik naar zee gelopen, de Vesuvius spuwde een enorme lavastroom, de lucht werd erdoor verlicht, het leek wel een uitslaande brand, zo fel heb ik het nog niet eerder gezien. Maar ik kon niet rustig kijken vanwege de kopperlaars, een jongen van tien à twaalf jaar achtervolgde mij de hele straat door en sprak over een donna molto bella eccellenza, ik raakte behoorlijk opgewonden, maar weerstond nog de verleiding. Kom ik onschuldig thuis, dan zal ik dat altijd blijven.”
(p. 47)

Kopenhagen, 15 mei 1838
“Met mijn gezondheid gaat het trouwens beter! Ik drink vanaf begin mei bronwater uit Pyrmont om zes uur ’s ochtends en daarna wandel ik altijd een halfuur in de Hortus. Toevallig ben ik er nu achter gekomen dat ik, behalve aan een beetje nervositeit, ook aan wormen lijd; die zijn de oorzaak van mijn ergste ongesteldheid, die ik maar niet kon verklaren.”
(p.68)

Kopenhagen, 6 januari 1840
“Het raamwerk van een stuk voor de Studentenvereniging geschreven. Huilde in mijn eenzaamheid. Bezoek van Rohmann met zijn vertaling.”
(p. 73)

Weimar, 5 september 1857
“In de schouwburg concert van Liszt, bijna al zijn composities, het was wild, melodieus en warrig. Een paar keer werd er met bekkens geslagen, toen ik het de eerste keer hoorde dacht ik dat iemand een bord liet vallen, ik ging moe naar huis; het was duivelse muziek.”
(p.165)

Neurenberg, 16 juni 1860
“Naar de burcht gegaan en over de vestingwal gelopen; mijn geld nageteld, ik kan van twaalf rijksdaalders niet vinden waaraan ik ze heb uitgegeven, voor zoveel geld kan ik niet opgelicht zijn en mijn boekhouding is nauwkeurig, lichtelijk geërgerd hierover.”
(p. 172)

Print deze pagina... enkel als het niet anders kan!