| Eng | Fr |

Nieuws

Werk

Bewerkt/Verfilmd
Vertaald
Bekroond

Auteur
   -Biografie
   -Bibliografie
   -Prijzen
   -Interviews
   -Standpunt
   -Favorieten

Optredens
Academisch
Audio/Video
Foto's
Contact

De arkvaarders

Verschenen in De Standaard der Letteren, 23 maart 2007

“Twee weken terug bracht mijn uitgever mijn persklare manuscript naar de drukker. Binnenkort ligt In de zon kijken in de winkel, en zal me worden gevraagd waarover mijn nieuwe boek gaat. Dat is voor een schrijver best een hachelijk moment. Het duurt altijd even voor ik inzicht krijg in wat ik heb afgeleverd. Voorlopig denk ik dat het boek vooral vertelt over de onmacht die ik ervaar bij de aanvang van het nieuwe millennium. Mijn vorige boek, De arkvaarders, is geschreven in een ander tijdperk. Het heeft nog de allure van een wekroep, het waarschuwt nog voor de zondvloed. Het nieuwe boek maakt vooral verslag van mijn verstilling. Geen climax, naar mijn gevoel, eerder een contrapunt.”

De arkvaarders ging over de cathartische macht van water. Ik schetste een voorbijbels volk dat in angst leeft voor een naderende natuurramp. Een ontgoochelde god beslist zijn creatie te vernietigen, maar spaart zijn uitverkorenen. Ik schreef het boek eind de jaren negentig, toen scenario’s over collectief onheil en verdoemenis steeds vaker de krant haalden: het gat in de ozonlaag, broeikaseffect, ebola, vogelgriep en mond-en-klauwzeer. Mijn hoofdpersonage is een jonge, donkere vrouw voor wie op de ark geen plaats is, en die letterlijk uit de boot valt. Ik beschrijf hoe mensen selectief luisteren als er rampspoed wordt voorspeld. Ze verrichten routinematig de handelingen die ze gewoon zijn, en lijken niet in staat om gepast te reageren op het bericht van verschrikking en doem.”

“Zondvloedverhalen geven uitdrukking aan het geloof dat een schepping vroeg of laat ten onder gaat en zichzelf vernieuwt. De vraag of die vernieuwing ook een verbetering met zich meebrengt, boeide me. Ik schreef over mensen die van zichzelf zeggen dat ze zijn uitverkoren omdat ze rechtschapen zijn. Zodra de ernst van de situatie duidelijk is, ontstaat bij de niet-uitverkorenen creativiteit en zelfredzaamheid. Ze sjoemelen en ritselen om onder het verdict uit te komen. Maar het onheil kan niet worden afgewend, en het verhaal eindigt met het opengaan van de hemelsluizen.”
“Wat me van het schrijven vooral is bijgebleven is het gevoel van vermetelheid. Ik verwachtte een discussie over boeken als donderpreken; ik was er zeker van dat ik een moraliserende roman had geschreven. Maar de tijd dat boeken met een boodschap aanstoot gaven was voorbij. Allicht had men na Vallen van mij ook niet anders verwacht.”

“De Engelse versie van het boek, In the Shadow of the Ark, viel in een heel andere bedding. In de V.S., waar ongelovigheid tot voor kort een groot taboe was, kwam de vertaling op hetzelfde moment als de pleidooien voor godloosheid van Richard Dawkins en Sam Harris. Amerikaanse recensenten noemden mijn hoofdpersonage ‘heidens’, een adjectief dat ik sinds mijn kindertijd niet meer had gehoord. Het boek verscheen op tiplijsten van atheïstische romans. Wikipedia geeft het als voorbeeld bij het trefwoord ‘dystheism’, dat is het voorstellen van god als een karakter met zowel goede als kwade eigenschappen. De uitgever in New York bracht het boek aanvankelijk uit als jeugdboek, maar algauw werd het in de V.S, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika doorgeschoven naar fondsen voor volwassenen. Er kwamen edities in paperback, een onverkorte luisterversie, een uiterst goedkope mass market edition, door de uitgever ook de drugstore edition genoemd. Na een interview op PBS National Television, met David Grossman, Jeanette Winterson, Salman Rushdie, Margaret Atwood, vulde zich de zomer lang mijn mailbox met berichten van christenen, moslims, joden, atheïsten, dierenactivisten, new agers, kabbalisten, een keer zelfs een duiveluitdrijver.”

“Ik weet niet goed wat ‘climax’ voor een schrijver kan betekenen. Is het een vraag die verband houdt met succes, of eerder met de heftigheid waarmee je schreef? De beroering komt nadat een boek is gepubliceerd, maar de echte climax is dan al voorbij. Die vindt plaats op die ene vrijdagmiddag dat je de was ophangt, en je die ene gedachte te binnen valt waardoor je weer een paar bladzijden verder kan.”

De arkvaarders was mijn steen in de poel, geschreven met de hoop dat je een gevaar kunt bezweren door erover te vertellen. In de zon kijken is geen nieuwe steen, het is het relaas van mijn beklemming. Na de herrie rond De arkvaarders plooi ik me terug op een verhaal over ontreddering: een vrouw verliest haar man en moet hun boerderij voortaan alleen runnen. Geen onstuitbare natuurramp dit keer, wel de stilte van het achterblijven. In plaats van het watervlak te breken, kijk ik nu naar de weerspiegeling.”

Print deze pagina... enkel als het niet anders kan!