Lezingen

Nieuws
Werk
   -Alle
   -Ebooks
   -Luisterboeken
   -Bewerkt/Verfilmd
   -Vertaald
   -Bekroond

Auteur
   -Biografie
   -Bibliografie
   -Prijzen
   -Interviews
   -Standpunt
   -Dissertaties
   -Favorieten

Audio/Video
Foto's
Contact

Interview De Standaard 25 januari 2020

PETER VANTYGHEM in De Standaard van zaterdag 25 januari 2020

'''‘1917’, Videogame of film met een boodschap? ‘Ik dacht: o nee, hij zal toch geen meerdere levens hebben?’'''

Met ‘1917’ wil Sam Mendes niet de oorlog centraal stellen, wel hoe je hem ervaart. Daarmee trekt hij zijn verhaal een 21ste-eeuws jasje aan en wint hij een nieuw, jonger publiek. Maar wat zullen die miljoenen kijkers onthouden over de nachtmerrie van 1914-18?

Spoileralert: deze tekst geeft het verhaal van de film ten dele vrij.

Bergrivieren zijn genadeloos, dat weet iedereen die er in de Alpen al een naar beneden zag donderen. Wanneer Will Schofield, de ‘held’ in 1917, achternagezeten door Duitse soldaten in zo’n stroom springt, lijkt zijn lot bezegeld. De schuimkoppen klotsen brutaal, watervallen dreigen, elk rotsblok komt op de korporaal af als een onafwendbare botsing.
Wat een spanning! Ik zit op het puntje van mijn stoel. Alleen speelt deze beklijvende scène zich af in Pas-de-Calais, een idyllische regio waar de weiden en akkers licht golven en kanalen de tijd stilzetten. Daar volgen we de Britse korporaals Blake en Schofield, die een gevaarlijke oorlogszone doorkruisen om 1.600 vooruitgeschoven soldaten van een noodlottig offensief te weerhouden. ‘En dan ineens lijkt het alsof we in Lord of the rings zitten’, zegt acteur Wim Opbrouck misnoegd. ‘De Coloradorivier overgezet naar Noord-Frankrijk? Zo geef je de mensen een fout beeld.’ Het is niet de enige keer dat regisseur Sam Mendes een loopje neemt met de geschiedenis. Op het internet wordt in meerdere discussiegroepen stevig gedebatteerd over anachronismen, zoals de Engelse golfplaten op de Duitse schuilplaatsen. Piet Chielens, ­coördinator van het In Flanders Fieldsmuseum, bekijkt de verdichtingen en fantasietjes in de film filosofisch: ‘Die rivier is er natuurlijk over, maar toch had ik er niet zo’n last van. Het is geen fout, maar een symbolische keuze. De research voor deze film is verder bijzonder goed gedaan.’

Chielens loopt hoog op met 1917, Opbrouck spaart zijn kritiek niet. Een derde kenner van de Eerste Wereldoorlog, auteur Anne Provoost, heeft gemengde gevoelens. Wat ons bezighoudt: als deze film het stof van een honderd jaar oud verhaal afneemt, wordt het verhaal zelf dan niet verstoord?

De camera is de ster
Waarover haast iedereen het eens is: dé ster is de camera, bestuurd door de gevierde Roger ­Deakins. Die kan zijn Oscar niet mislopen.
1917 werd gefilmd in een tiental lange takes, die digitaal zo fijn in elkaar overvloeien dat je de overgangen nauwelijks ziet. ‘Ik had onmiddellijk het gevoel dat ik met de twee korporaals mee op missie was’, zegt Chielens. ‘Zoals de soldaten toen dacht ik dat “het” nooit zou ophouden. Je komt nooit op adem. Je bent vanaf de eerste minuut in gevaar en dat blijft zo. De film is een indrukwekkende ervaring die ons heel dicht bij de horror van het slagveld brengt.’
Niet iedereen deelt zijn mening. Ik houd er zelf een onwennig gevoel aan over. Die mannen lopen alsmaar verder, en omdat ze weinig praten, blijft hun innerlijke leven grotendeels leeg. Ook de locaties blijven meestal leeg, want meer volk filmen zou voor zo’n cameraregie helemaal onbegonnen werk zijn geweest.
‘Het is wiskunde: de lange takes dienen duidelijk om de held heelhuids het einde te laten halen’, schampert The Times. ‘De beelden zijn zweverig en surreëel, een fraaie opeenvolging van tableaus. Maar dat krijg je wanneer een regisseur zijn job uitbesteedt aan de cameraman.’ In The New Yorker noemt Richard Brody de camera-aanpak een ‘vies stukje theatraliteit dat het goedkope script, de oppervlakkige regie en de emotieve muziek camoufleert en weerspiegelt. Het is als een goedkope succesroman waaruit de interpunctie weggelaten is.’ Opbrouck: ‘Ik was er gauw op uitgekeken. Lange shots worden nu eenmaal snel langdradig. Het scenario is inderdaad simpel: ­iemand gaat van A naar B, en daarbij krijg je veel sfeerschepping, met een geweldig melige soundtrack van Thomas Newman. Ik wil zo’n oorlogsverhaal echt vóélen! In Son of Saul zat ik in een wurggreep, in Paths of glory ploeterde ik met Kirk Douglas mee in een loopgraaf, de tekeningen van Jacques Tardi beknellen me totaal. Maar in 1917 zag ik vooral decors en figuranten. Meer dan het verhaal te voelen, staarde ik naar techniek.’

Taal van de tijd
Paradoxaal dus dat precies die technische bravoure 1917 zijn grote, en ook jonge, publiek bezorgt. Hoe de camera rond de twee hoofdpersonages cirkelt, constant in beweging is, de kijker meerdere perspectieven biedt: in deze gecompartimenteerde odyssee voel ik me als in een game, waar elke nieuwe ruimte weer een hindernis bevat. Anne Provoost: ‘Wanneer Schofield bedolven wordt onder zware stenen, maar daar ongeschonden uitkomt, dacht ik: o nee, we zitten toch niet in zo’n spel waarin een karakter meerdere levens heeft? Hoe maak ik dat ik niet doodgeschoten word: dat lijkt lang de boodschap.’
Regisseur Sam Mendes heeft de impact van games op zijn film erkend. Hij noemt hun verbeeldingskracht en durf inspirerend, maar hoopt dat de kijker zich in zijn film emotioneler en persoonlijker zal engageren.
Daar heeft Chielens ervaring mee: ‘In het In Flanders Fieldsmuseum hebben we bewust geen filmische reconstructie gedaan, omdat we ons dat niet kunnen permitteren. Maar een persoonlijk verhaal kun je ook vrij sober en afstandelijk tonen, zoals wij het doen. En we hebben al jaren geleden aangetoond dat mensen zich vandaag op die manier gemakkelijk kunnen identificeren. Nu brengt de filmwereld dat opnieuw op een hoger niveau, wat mooi is. Deze film spreekt de taal van de tijd. Ik ben sinds Un long dimanche de fiançailles (2004), ook over soldaten in het niemandsland van de Eerste Wereldoorlog, niet meer zo gefascineerd geweest door dit medium.’
‘Er is geen andere manier om interesse te wekken voor de geschiedenis dan door haar te actualiseren’, erkent Provoost. ‘Ik denk dat 1917 dezelfde rol kan spelen als Schindler’s list voor de Tweede Wereldoorlog: die film sloot alles af en startte het verhaal opnieuw. 1917 is in de eerste plaats bestemd voor een breed publiek. Sam Mendes vertelt een oud verhaal met de insteken en een toon die vandaag resoneren. Op die manier kunnen nieuwe generaties meepraten: dat is onvervangbaar. Hoe de film verteld wordt, is voor mij uiteindelijk minder belangrijk dan wat hij vertelt.’

Iederéén aan de drank
Juist, wát vertelt 1917 eigenlijk? Mendes gebruikte de ervaringen van zijn grootvader, die als boodschapper vrijwillig een aantal gewonde collega’s ging zoeken tijdens de Slag van Passendale, in de zomer van 1917. Maar twee mannen alleen in de woestenij, waar de ondergang nabij is, achter elke hoek gevaar loert en iedereen hen kan zien? Ook ik denk aan Lord of the rings, het favoriete boek van de Britten dat door de Eerste Wereldoorlog geïnspireerd werd – Tolkien was verbindingsofficier. Daarin wordt beweerd dat elk individu de wereld kan redden. Provoost aarzelt: ‘Ik vind de premisse ook moeilijk te geloven. Als de opdracht zo belangrijk is, zouden ze dan niet meerdere en meer ervaren mannen uitsturen?’ Chielens: ‘Dat de Duitsers zich in de late winter van 1917 zo massaal terugtrokken en een “verbrande aarde” achterlieten, was echt ongezien. De situatie die Mendes schetst, is redelijk aanvaardbaar: die kon zich voordoen.’
Maar belangrijker dan het realiteitsgehalte is de boodschap. ‘Ik betwijfel of deze film een anti-oorlogsboodschap heeft’, zegt Opbrouck. ‘De moraal is dubbelzinnig. De scène in de spookachtige ruïne van Ecoust-Saint-Mein is prachtig gefilmd, maar de Duitsers worden alleen als de “slechten” voorgesteld, op een karikaturale manier. Ze zijn vals of dronken. Zo geef je het beeld van de goeden tegen de slechten, terwijl alle soldaten slachtoffers waren. Iederéén zat aan de drank, iederéén was bang. De Duitsers waren even grote sukkelaars.’
‘Die ontmenselijking van de Duitsers is een gemiste kans’, vindt ook Anne Provoost. ‘Maar ik vind 1917 wél een anti-oorlogsfilm. Ik bleef lang op mijn honger zitten en zag veel gemiste kansen, zoals wanneer Blake snel sterft aan een steekwond. Veel aangrijpender was geweest dat Schofield hem levend en lijdend moest achterlaten, want zo ging het. Soldaten stierven niet snel. En ze zeiden niet aan een kameraad dat ze gingen sterven, zoals Schofield doet. Daarom is het einde, waarin we in een veldkliniek zien hoe soldaten er vaak vreselijk gemutileerd uitkwamen, zo belangrijk. Dat toont wat de oorlog aanricht.

Goeie emo
Historica Sophie De Schaepdrijver zei in De afspraak dat een land uiteindelijk bevrijd moet worden en dat offensieven niet absurd, maar zinvol kunnen zijn. Maar helemaal aan het eind kijkt een uitgeputte Schofield, onder een miraculeus gespaarde boom zittend, naar een foto van zijn lief. ‘Come home safely’, staat op de achterkant. Het is emo op de goeie manier.
‘En ook een goed einde’, vindt Wim Opbrouck. ‘Pas op, ik verwelkom de film. Als je in Vlaanderen voorstelt een film te maken over de Eerste Wereldoorlog, ligt de producent al in slaap voor je je zin hebt beëindigd. En het is zeker een statement dat een Britse film zo eindigt, want in Engeland ziet men de oorlog nog steeds door een heroïsche, zelfs imperialistische bril. Maar daarmee is 1917 nog geen anti-oorlogsfilm. Ik ben niet echt geraakt, en dat verwacht ik van een goeie film. Dunkirk sloeg me compleet omver, maar 1917 niet.’ ‘Volgens mij zit je niet in een oorlog om een held te worden, maar om hem te overleven’, vindt Piet Chielens. ‘En dat drukt Sam Mendes goed uit.’

Bron: De Standaard