| Eng | Fr |

Nieuws

Werk

Bewerkt/Verfilmd
Vertaald
Bekroond

Auteur
Optredens
Academisch
Audio/Video
Foto's
Contact

Poolse receptie

Irena Barbara Kalla, Uniwersytet Wrocławski

De mier op hoge hakken. Toon Tellegen en Anne Provoost in Polen

De Nederlandstalige literatuur in Poolse vertaling bestaat inmiddels ruim tweehonderd jaar. Het eerste naar het Pools vertaalde boek uit de Nederlandse literatuur was Het journaal van Bontekoe (1805) (vgl. Koch 1997, 2002, 2003). De verkorte versie verscheen in een anthologie reisverhalen die voor de jeugd bestemd was, zoals uit de ondertitel blijkt: ‘voor het vermaak en verlichting van de jeugd’ (vgl. Zbiór 1805). In de Poolse context functioneerde het verhaal dus al vanaf het begin als jeugdliteratuur (vgl. Kalla 2007). In deze bijdrage wordt de receptie van twee auteurs besproken die precies tweehonderd jaar na Het Journaal van Bontekoe in het Pools werden vertaald. Provoost en Tellegen zijn in het Nederlandse taalgebied bekend als schrijvers die de grenzen van kinder- en jeugdliteratuur overschrijden. Hoe functioneren hun boeken in het Poolse literaire systeem? Door wie worden ze vertaald, geďllustreerd, uitgegeven en gerecenseerd? Welke inhoudelijke en culturele verschuivingen ten opzichte van de originele teksten hebben zich voorgedaan in de Poolse vertaling? De vormgeving speelt daarbij een grote rol. Boeken van Provoost en Tellegen hebben in de Poolse vertaling namelijk een andere vormgeving dan in de originele uitgaven. In hoeverre is deze andere vorm medebepalend voor de manier waarop een boek in vertaling in een ander literair systeem functioneert? De Nederlandstalige literatuur in vertaling wordt als een subsysteem van het Poolse literaire systeem beschouwd. Als zodanig interageert de Nederlandstalige literatuur in vertaling met de Poolse culturele context. Daarbij staat het ontvangende doelsysteem, overeenkomstig de polysysteemtheorie van Even-Zohar (2007, De Geest 2008), centraal. Voor welke ‘segmenten uit [de] buitenlandse literatuur’ (De Geest 2008: 34) – in dit geval de Nederlandstalige kinder- en jeugdliteratuur –, staat het doelsysteem het meest open? De dynamiek en verschillende aspecten van deze interacties worden in deze bijdrage aan de hand van twee case studies aangetoond. Het beeld wordt aangevuld met een overzicht van de receptie van Nederlandstalige kinder- en jeugdliteratuur in Polen gedurende de tweehonderd jaar die liggen tussen Het Journaal en de in 2005 uitgegeven Poolse vertalingen van De roos en het zwijn en Bijna iedereen kon omvallen.

De mier op hoge hakken

In 2005 verscheen bij de kleine, niet meer bestaande uitgeverij Kowalska/Stiasny Bijna iedereen kon omvallen van Toon Tellegen. De illustratrice Ewa Stiasny is tegenwoordig verbonden aan de uitgeverij Dwie Siostry. Jadwiga Jędryas, vertaalster van Provoost en Tellegen, woont in Luxemburg en heeft op haar naam zowel vertalingen staan van boeken voor volwassenen als voor kinderen. Ze is eveneens verbonden aan de uitgeverij Dwie Siostry en vertaalt uit het Engels, Frans en uit het Nederlands. Bijna iedereen kon omvallen werd tot kinderboek van het jaar in Polen gekozen en de uitgever werd bekroond met Duży Dong-prijs, die misschien met de Gouden en Zilveren Griffel kan vergeleken worden [noot 1]. De jury bestaat uit critici, onderzoekers, literatoren en illustratoren. De boeken worden beoordeeld op basis van hun literariteit, grafische vormgeving en uitwerking van de gehele boekeditie. Bijna iedereen kon omvallen werd door de jury geprezen als ‘een wijs en mooi boek van een Nederlandse schrijver, dat evenveel aan kinderen als aan volwassenen over onze wereld vertelt’ [noot 2] (www6). Door de recensenten werd Tellegens boek in een adem genoemd met The wind in the willows, Winnie-the-Pooh en Alice's Adventures in Wonderland (www7). Door de recensent van in het tijdschrift Guliwer [noot 3] gepubliceerde bespreking wordt gewezen op een nieuw genre dat de korte teksten vertegenwoordigen. Dit ‘nieuw soort sprookje’ [noot 4] (Niesporek-Szamburska 2005: 90), behelst elementen van verschillende genres: ‘sprookje, surrealistisch verhaal, poëtisch proza, filosofische vertelling’ [noot 5] (ibidem). Verder wordt de symbolische, op verlangen naar contact met de ander verwijzende betekenis van elementen als brief en verjaardagstaart gewezen. Niesporek-Szamburska noemt met name de talige elementen van Tellegens verhalen waarbij de dialogen een prominente rol spelen. Het creatieve taalgebruik van de auteur en het schitterende werk van de vertaalster worden geprezen: ‘de woorden kijken als naar elkaar, laten de betekenissen opnieuw ontdekken en verwonderen door creatief gebruik in geijkte frasen die niet zelden worden gemodificeerd (niet: gezicht of wangen, maar vleugels van de mug “werden rood van opwinding”)’ [noot 6] (ibidem). Verder worden de illustraties van Ewa Stiasny geprezen en de manier waarop verschillende lettertypes worden gebruikt waardoor de verbale en niet-verbale codes een harmonisch en coherent geheel vormen. Tot zover de recensies. Naar aanleiding van het pleidooi van Dirk de Geest voor de herdenking van ‘ons traditioneel tekstbegrip [...] met meer oog voor de materialiteit van een tekst, de concrete verschijningsvorm die mee de functietoekenning ervan bepaalt’ (De Geest 2008: 38), wil ik even stilstaan bij de vormgeving van de Poolse uitgave. Als men de twee boeken vergelijkt, valt op dat de Poolse editie duidelijk met het oog op (kleinere) kinderen als doelgroep werd voorbereid. Het verschil valt misschien nog niet zo zeer op als men de omslagen van beide boeken vergelijkt, maar wel bij vergelijking van de illustraties. In het originele boek zijn dat zwart-witte prenten, in de Poolse vertaling zijn dat kleurrijke illustraties die vaak twee pagina’s beslaan en/of grafisch nauw met de tekst verbonden zijn. Voor enkele, in sommige verhalen cruciale teksten, worden andere lettertypes gebruikt die aan het handschrift doen denken van kleine kinderen die de kunst van het schrijven eerst alleen als eigen probeersels, nog voor het schoolgaan, hebben geleerd. De tekeningen van Anne van Buul zouden in sommige gevallen een illustratie kunnen zijn bij een min of meer wetenschappelijke omschrijving van de dieren in kwestie. De dieren van Stiasny zijn duidelijk meer sprookjesachtig. Een belangrijk verschil is het geslacht van de dieren. Uit de prenten van Post is het niet af te leiden en dat sluit goed aan bij de Nederlandse tekst van Tellegen. De jury van de Woutertje Pieterse Prijs die Toon Tellegen met Bijna iedereen kon omvallen in bekroonde, merkte daarover op: ‘misschien het ongewoonste aan de dieren is dat zij geen geslacht hebben. Ze zijn alleen hun soort. Een verklaring hiervoor heeft de jury niet kunnen vinden, behalve dan de voorzichtige veronderstelling dat die “neutraliteit” de dieren onttrekt aan de rollen in de traditionele dierenverhalen. Alleen is er nu het gevaar van uitsterven van Tellegens dieren. Maar hij lijkt de jury als schepper vindingrijk genoeg om zijn wereld in stand te houden’ (Fens et al. 1994: www2). De vindingrijkheid van Toon Tellegen die zijn wereld inderdaad reeds ruim vijftien jaar in stand houdt, wordt in Polen toch een handje geholpen. De dieren op de illustraties van Ewa Stiasny hebben duidelijk een geslacht. Dat betreft vooral de mier die rose jasjes draagt en op vier hoge hakken loopt. Ook de eekhoorn is eerder een vrouw. Het vuurvliegje is daarentegen een man en hij danst met een vrouw, de aardworm. Op de illustratie is dat duidelijk te zien aan het vrouwelijk gebogen lijfje van de aardworm en aan haar lange en gekrulde wimpers. Dit correspondeert trouwens ook goed met de tekst waarin de aardworm een beetje verlegen is om zijn/haar glinsterende ogen: ‘Het vuurvliegje gloeide zó zachtjes dat het vrijwel donker was om hem heen, terwijl de ogen van de aardworm glinsterden, ook al vond hij dat erg en deed ze telkens dicht’ (Tellegen 2007: 325). De hier door mij gebruikte ‘zijn/haar’-vorm is geen kwestie van politieke correctheid, het is een Nederlands-Poolse taalkwestie. Het Nederlands kent over het algemeen het tweegenerasysteem wat het grammaticale geslacht van de woorden betreft, hoewel er ook verschillen zijn: ‘Ten aanzien van de diernamen is het gebruik in noord en zuid, zeker in gesproken taal, verschillend. In het noorden worden deze substantieven in het algemeen alleen als vrouwelijk behandeld als de spreker zich het geslacht van het dier duidelijk bewust is of dit om een of andere reden expliciet wil aangeven’ (E-ANS: www1, onderstreping van mij, IBK). Het Pools kent daarentegen een driegenerasysteem. Het is niet zo dat het grammaticale geslacht van een dier in het Pools altijd met het natuurlijke geslacht overeenkomt, maar een Poolse spreker is door de grammaticale regels gedwongen om een woord, overeenkomstig met zijn grammaticaal geslacht, als mannelijk, als vrouwelijk of als neutraal te behandelen. Zolang het geslacht van een dier niet extra gespecificeerd wordt, bijvoorbeeld door een eigennaam, is bijvoorbeeld de mier (‘mrówka’), net als de aardworm (‘dżdżownica’), op een grammaticaal natuurlijke manier vrouwelijk in het Pools en het vuurvliegje (‘świetlik’) is mannelijk, eveneens ten gevolge van de Poolse grammatica. In de Poolse tekst zijn de dieren, evenals in de Nederlandse, ‘alleen hun soort’, maar ten gevolge van grammaticale regels is het natuurlijker om bij de Poolse diernamen als ‘mrówka’ (mier) en ‘dżdżownica’ (aardworm) een vrouw te denken dan een man. Voor de cognitie heeft dat grote gevolgen, wat heel goed aan de illustraties bij de Poolse editie van Tellegens verhalen te zien is. In het geval van het verhaal over het vuurvliegje en de aardworm wordt deze indeling nog extra door de culturele context gesteund. Overeenkomstig het traditionele rollenpatroon die in de Poolse culturele context sterk aanwezig is, is het vanzelfsprekend om bij een dierenpaar uit Tellegens verhaal, dat in een omhelzing bij het maanlicht danst, aan een man en aan een vrouw te denken. En temeer omdat het ook grammaticaal klopt. Bij de uitgeverij Dwie Siostry wordt de vertaling van De verjaardag van alle anderen (1998) voorbereid. Naar alle waarschijnlijkheid (dezelfde vertaalster, dezelfde illustratrice) zal het volgende boek van Tellegen de traditie van Bijna iedereen kon omvallen voortzetten.

Moeilijk maar aantrekkelijk

Een bijzonder fenomeen op de Poolse markt is Anne Provoost. Ze is de enige Nederlandstalige auteur van wie in een korte periode van twee jaar drie boeken in Poolse vertaling uitgegeven zijn: in 2005 De roos en het zwijn, in 2006 Mijn tante is een grindewal en Vallen. Alle drie boeken werden door drie verschillende uitgevers op de markt gebracht. De vertaling van het vierde boek (De arkvaarders) is in voorbereiding bij de uitgeverij Ezop, die ook de editie van Vallen verzorgde. De roos en het zwijn wordt in de Poolse recensies aan de ene kant in de context geplaatst van herschreven postmoderne sprookjes door Engelse en Amerikaanse feministische schrijfsters als Angela Carter, Jeanette Winterson, Clarissa Pinkola Estes en de Poolse Kinga Dunin (Wolny-Hamkało 2005; Krawczyk 2005). Aan de andere kant wordt gewezen op kenmerken die het boek in de traditie van de Bildungsroman plaatsen (Winnicka 2005; Krawczyk 2005). De recensenten zijn het er over het algemeen over eens dat het boek voor adolescenten geschreven is. Sporadisch wordt echter ook opgemerkt dat dit proza door zijn psychologische problematiek te moeilijk is om door jonge lezers, die geen volwassen levenservaringen achter de rug hebben, volledig begrepen te worden (Winnicka 2005). Hoewel dit door geen van de recensenten wordt opgemerkt, verdient in deze context de grafische vormgeving de aandacht. Op de omslag is de vrouwelijke schoot te zien, bedekt met rozen die het schaamhaar verbergen of symboliseren. Enerzijds verwijst het vanzelfsprekend naar de seksuele initiatie waarmee de uitgever in de flaptekst het boek karakteriseert. Anderzijds is deze kaft voor een adolescentenroman die in Polen uitgegeven wordt, toch tamelijk gewaagd en sluit mogelijk aan (of misschien beďnvloedt?...) de recensenten die vermoeden dat dit boek voor jonge lezers toch te moeilijk zou zijn. Verder wordt in de recensies gewezen op talrijke symbolen en archetypische motieven die tegelijkertijd geen ‘interpretatieve wegwijzers’ (Winnicka 2005) vormen. De gelaagdheid van het boek wordt op nog meerdere niveaus opgemerkt, zoals bijvoorbeeld de ambivalentie van gedragingen en karakters van de personages die niet als eenduidig zwart of wit te classificereren zijn (Pańków 2005). In De roos en het zwijn zijn de alledaagsheid met verbeelding en de dromen met de realiteit vervlochten. Uit al die elementen ontstaat een geloofwaardige, net ‘echte’ werkelijkheid en misschien werd Provoost daarom door een aantal recensenten vergeleken met de Poolse schrijfster Olga Tokarczuk, auteur van mythopoëtisch proza. Tokarczuk is zowel bij de critici als bij het grote publiek in Polen een geliefd auteur. Haar proza vormde aldus een goed referentiekader om het eerste boek van de Belgische schrijfster aan het Poolse publiek voor te stellen. Daarentegen kon het volgende in Polen gepubliceerde boek van Provoost met niets vergeleken worden. Mijn tante is een grindewal vertelt over het incestprobleem, een thema dat in de Poolstalige kinder- en jeugdliteratuur nagenoeg nooit werd behandeld, en zeker niet met een vergelijkbare openheid en directheid die tegelijkertijd beslissend zijn voor de kracht en literariteit van het boek van Provoost. Deze kwaliteiten werden ook door de Poolse recensenten opgemerkt. Mijn tante is een grindewal werd minder besproken dan de twee andere boeken, maar wel in gerenommeerde vaktijdschriften: in het hier reeds genoemde Guliwer en in Nowe książki [Nieuwe boeken], een maandblad met recensies van kwalitatief proza. De nadruk van deze recensies ligt op de zwaarte van het onderwerp (Kotowska 2007) en op de eenzaamheid van het hoofdpersonage als gevolg van seksueel misbruik (Jędrych 2006). In de recensies van Vallen staan eveneens de moeilijke vragen centraal waarop door Provoost geen makkelijke antwoorden worden gegeven. Een nieuw aspect is de expliciet Poolse context van waaruit een van de recensenten naar het boek kijkt, namelijk immigratie vanuit het Oosten die steeds meer ook Polen betreft en die volgens de recensente een bron van vergelijkbare problemen kan zijn als die in Vallen worden behandeld (Kotowska 2006). Kotowska noemt Vallen dan ook ‘noodzakelijke lectuur’ [noot 7] (ibidem). In haar recensie wordt het vraagstuk van eerlijkheid ten opzichte van het kind ter discussie gesteld alsook het probleem van tolerantie ten opzichte van andersheid die reeds op een vroege leeftijd moet worden geleerd. Over de kwestie van hoe vroeg mag/moet je het kind met verschillende moeilijke kwesties confronteren, die Anne Provoost niet alleen in haar romans maar ook in haar essayistisch proza aansnijdt, wordt in Polen steeds vaker gediscussieerd, onlangs bijvoorbeeld naar aanleiding van de Poolse vertaling van And Tango Makes Three (2005) door Peter Parnell en Justin Richardson. Uit het overzicht van de receptie van Tellegen en Provoost blijkt een tamelijk optymistisch beeld van Nederlandstalige kinder- en jeugdliteratuur in Polen. Het zou echter onverantwoord zijn om op basis van de receptie van boven besproken boeken algemene conclusies te trekken. Daartoe is een achtergrond nodig, een context waarin deze twee case studies geplaatst kunnen worden. Gezien het bestek van deze bijdrage wordt hier een kort overzicht gegeven met enkele kanttekeningen bij de receptie van Nederlandstalige kinder- en jeugdliteratuur in Polen gedurende de tweehonderd jaar die liggen tussen Het Journaal van Bontekoe en de in 2005 uitgegeven Poolse vertalingen van De roos en het zwijn en Bijna iedereen kon omvallen.

‘Voor jonge personen’. De periode 1805-1980

De tendens die begin negentiende eeuw met Het Journaal begonnen was, werd voortgezet met vertalingen van auteurs van proza voor volwassenen die in de Poolse context als jeugdliteratuur werden gepresenteerd. Zo kreeg bijvoorbeeld een verzameling verhalen en romans van Hendrik Conscience bij de tweede uitgave ervan (1861) in het Pools als ondertitel: ‘voor jonge personen’ [noot 8]. Ook De kleine Johannes (1887) van Frederik van Eeden sluit aan bij deze tendens. Het boek verscheen voor het eerst in Polen in 1904 als Mały Janek. De twee volgende uitgaven, uit 1913 en 1915, zijn een verkorte versie van Van Eedens tekst en ze werden met het oog op kinderen als doelgroep bewerkt. Dit werd eveneens in de titel van deze uitgaven aangeduid: Mały Janek. Opowiadanie dla dzieci. [De kleine Johannes. Een verhaal voor kinderen]. Het boek verscheen in een kinder-en jeugdserie van de uitgeverij J. Mortkiewicz en werd voorzien van illustraties door J. Tom. Voor 1939 werd nog een meisjesboek van Jo van Ammers-Küller in Poolse vertaling gepubliceerd – Karin i Lila (Tegen den stroom op, 1917), met als ondertitel: ‘Powieść dla młodzieży’ (Een roman voor de jeugd). De volgende vertalingen uit Nederlandstalige kinder- en jeugdliteratuur verschenen in Polen pas na de Tweede Wereldoorlog. Net als alle andere boeken uit de Nederlandstalige literatuur die in Polen werden uitgegeven, werden ook kinder- en jeugdboeken niet uit het Nederlands, maar via andere talen vertaald. Tot 1983 is de Nederlandstalige kinder- en jeugdliteratuur met maar vier titels vertegenwoordigd. Uit het Duits werd in 1957 het dagboek van Anne Frank (voor zover dit boek tot kinder- en jeugdliteratuur gerekend kan worden) vertaald en in 1969 werd uit het Engels Lawines razen van An Rutgers van der Loeff-Basenau vertaald. Gezien de internationale receptie van Anne Frank is de eerste vertaling een min of meer evident gegeven. Bij Lawines razen gaat het om vertaling van een bekende auteur van kinderboeken, een van de pioniers van de naoorlogse jeugdliteratuur in het Nederlandse taalgebied. Misschien was het grote succes van Rutgers van der Loeff in Duitsland (toekenning van Deutscher Jugendliteraturpreis in 1957) doorslaggevend voor de vertaling. In zijn overzicht van de naar het Pools vertaalde Nederlandstalige literatuur beklemtoont de vertaler en onderzoeker Jerzy Koch: ‘Om de aandacht van de Poolse uitgevers en vertalers op zich te vestigen, moest een bepaalde titel eerst succes boeken op een vreemde markt met haar eigen specifieke normen en waarden’ (Koch 1993: 20). Mogelijk speelde ook een ander aspect mee. Veel boeken van Rutgers van der Loeff, waaronder Lawines razen, staan ‘in het teken [...] van verbroedering en (internationale) samenwerking’ (Van Coillie et al. 2004: 287). Vanuit de toenmalige politieke Poolse context gekeken waren verbroedering en internationale samenwerking (uiteraard alleen met bepaalde landen) leuzen die veel deuren konden openen en misschien werden ze dan ook gebruikt om een vertaling van een auteur van buiten het IJzeren Gordijn überhaupt mogelijk te maken. Of dat inderdaad ook zo was, kan nu nog niet met zekerheid worden gezegd. Hier is meer onderzoek, in het bijzonder archiefonderzoek voor nodig. Een interessant geval zijn de twee vertalingen van Jo Elsendoorn. Vertaalster en onderzoekster van Nederlandstalige literatuur in Polen Zofia Klimaszewska noemde Elsendoorn naast Walter Breedveld, Aster Berkhof, Jan de Hertog e.a., als auteurs die ‘zelfs in hun eigen land vrijwel onbekend’ (Klimaszewska 1983: 142) zijn en tot haar verbazing toch naar het Pools werden vertaald. Volgens Klimaszewska beantwoorden werken van deze schrijvers niet aan de criteria van ‘representativiteit en kwaliteit’ (ibidem) die zij als doorslaggevend acht voor de literatuur in vertaling. Klimaszewska’s betoog vertegenwoordigt een canon-gerichte houding: de werken uit de canon dienen vertaald te worden en auteurs van buiten de canon hebben zelfs ‘geen recht op vertaling in het buitenland’, aldus Klimaszewska (ibidem). Het fenomeen van literatuur in vertaling is echter veel complexer en moet niet zozeer vanuit het bronsysteem, maar zeker ook vanuit het doelsysteem worden geanalyseerd: ‘De status van een literatuur in het buitenland wordt niet bepaald door de vraag of de canon al dan niet vertegenwoordigd is, maar door een samenspel van vele factoren. Het is de dynamiek van de wisselwerkingen tussen deze factoren die de status bepaalt. De canon is niet meer dan een factor onder andere factoren’ (Van Uffelen 2006: www5). Hiervoor kan het geval Elsendoorn illustratief zijn. Het is vergeefs zoeken naar deze schrijver in de populaire naslagwerken. Geen gecanoniseerde auteur dus, en toch werden twee van zijn kinderboeken naar het Pools vertaald. Dat is veel, aangezien de Nederlandstalige kinder- en jeugdliteratuur in Polen vanaf 1805 tot de dag van vandaag met nauwelijks 40 titels vertegenwoordigd is. Van een persoonlijke fascinatie kan moeilijk sprake zijn, aangezien beide vertalingen door verschillende vertalers zijn verzorgd. Daarbij werd De blaaspijpers van de Montelbaan in 1970 uit het Duits en De jeugd van Ruuntje het reekalf in 1978 uit het Engels [noot 9] vertaald. Beide boeken werden door Nasza Księgarnia, de oudste en grootste uitgeverij van kinder- en jeugdliteratuur gepubliceerd. Mogelijk waren de vertalingen van Elsendoorn een resultaat van de pogingen tot internationalisering van het aanbod die in de jaren zeventig als gevolg van verandering van de officiële cultuurpolitiek werden ondernomen (vgl. Koch 1993: 21). Het blijft toch verbazing wekken waarom men juist voor deze minder bekende auteur gekozen heeft, niet in de laatste plaats omdat hij niet bepaald een groot succes had geboekt in het Duitse taalgebied hoewel daar de keuze met betrekking tot de Nederlandstalige kinder- en jeugdliteratuur veel breder was (vgl. Van Uffelen 1993). Misschien kunnen andere werkzaamheden van Elsendoorn een sleutel zijn tot deze raadselachtige representatie in het Poolse literaire systeem. Elsendoorn was in de jaren zestig en zeventig muziekprogrammeur van het Holland Festival en degene die Jerzy Grotowski naar Nederland haalde (vgl. Sonnen 2005: www 4). Of dit geen coďncidentie is maar een spoor zou kunnen zijn die naar de vertaling van zijn kinderboeken naar het Pools leidt, zou ook nader onderzocht moeten worden.

Professionalisering in kinderschoenen: de periode 1980-1999

Zowel Klimaszewska (1983: 143) als Koch (1993: 21) wijzen op de professionalisering op het gebied van vertalingen uit de Nederlandstalige literatuur die te danken was aan het ontstaan van de neerlandistiek in Polen. Dankzij de vakkundige filologische vorming van de vertalers die vanaf de jaren tachtig rechtstreeks uit het Nederlands beginnen te vertalen, werd niet alleen de canon aangevuld, maar ook een aantal nieuwe Nederlandstalige auteurs in Polen geďntroduceerd. Desondanks is het aandeel van de kinder- en jeugdliteratuur niet groot. Op het gebied van de fictie voor volwassenen werden in de periode 1980-1999 43 titels gepubliceerd, terwijl er op het gebied van kinder- en jeugdliteratuur maar zeven titels [noot 10] bijkwamen. Vooral bekroonde en/of elders vertaalde werken werden geselecteerd (Oorlogswinter, Kruistocht in spijkerbroek, Leven en werken van de kabouter). Ook een nieuwe vertaling van het dagboek van Anne Frank, op basis van de complete uitgave uit 1991, is zeker waard om te noemen, net als twee eerste kinderboeken van Vlaamse auteurs in Polen (Vijand zonder gezicht, Spoken spektakel). De aandacht verdient in deze groep ook Leven en werken van de kabouter. Het boek werd vanuit het Frans vertaald en boekte een enorm succes in Polen, waarvan niet alleen de tweede druk getuigt, maar ook een stroom van positieve recensies. Een vergelijkbaar succes viel niet alleen geen van de tot nu toe verschenen kinder- en jeugdboeken ten deel, maar ook vrijwel geen ander boek uit de Nederlandstalige literatuur. Daarentegen was de vertaling van Kruistocht in spijkerbroek geen succes, wat reeds de titel van een van de recensies kort en bondig weergeeft: ‘Over de wereldbestseller zonder enthousiasme’ [noot 11] (Nowacka 1994).

Een groter enthousiasme: de eenentwintigste eeuw

Vanaf het begin van de eenentwintigste eeuw kan een groter enthousiasme voor de Nederlandstalige kinder- en jeugdliteratuur gesignaleerd worden. Dit uit zich in het groeiende aantal vertalingen. Vanaf 2000 wordt bijna elk jaar tenminste een nieuwe titel uitgebracht. De canon wordt verder aangevuld, wat voornamelijk te zien is aan de vertalingen van Nijntje van Dick Bruna en enkele boeken van Annie M.G. Schmidt. Beide auteurs werden in Polen pas in de eenentwintigste eeuw geďntroduceerd. Verder valt op dat het aandeel Vlaamse auteurs in Poolse vertaling aanzienlijk hoog is: acht Vlaamse auteurs in deze periode, met tien titels tegenover vijf Nederlandse auteurs met dertien titels (waaronder Dick Bruna en Thé Tjong-Khing met aanzienlijk minder vertaalwerk...). Daarbij kan vastgesteld worden dat de Nederlandstalige kinder- en jeugdliteratuur het net zo goed doet de laatste jaren in Polen als de Nederlandstalige literatuur voor volwassenen. Tussen 2000 en 2008 werden er 21 titels op het gebied van de fictie voor volwassenen vertaald (waaronder door NLPVF ook een grensgeval: een bloemlezing Nederlandse, Vlaamse en Friese sprookjes wordt vermeld), terwijl er 22 titels van kinder- en jeugdboeken uitkwamen. Ook de kwaliteit van de kinder- en jeugdboeken uit het Nederlandse taalgebied staat in hoogaanzien, waarvan onder andere de toekenning van de Duży Dong-prijs voor de uitgave van Toon Tellegens verhalen getuigt. Bovendien worden zowel de teksten als zodanig alsook het schitterende werk van vertalers en illustratoren in veel recensies gemerkt en geprezen.

Conclusie

Op basis van het hier gepresenteerde receptieoverzicht en de twee case sudies kunnen enkele algemene conclusies worden geformuleerd. Hoewel de Nederlandstalige kinder- en jeugdliteratuur in Polen niet talrijk vertegenwoordigd is, kan in de laatste jaren een groei worden geregistreerd. Aan de ene kant worden de door het bronsysteem gecanoniseerde werken (Schmidt en Bruna) gerecipieerd. Ondanks een grote tijdsafstand die de originele uitgave van de vertaling scheidt, worden ze in het doelsysteem alsnog met succes opgenomen. Aan de andere kant kan op basis van de hier geanalyseerde vertalingen van Provoost en Tellegen vastgesteld worden dat met deze vertalingen bepaalde lacunes in het Poolse literaire systeem aangevuld worden. Bij Provoost gaat het om per definitie moeilijke onderwerpen als incest die Poolse auteurs van jeugdliteratuur uiterst zelden behandelen. Verder gaat het om adolescentenromans die weliswaar bij de klassieke Bildungsroman aansluiten, maar waar geen kant-en-klare oplossingen worden voorgeschoteld. De protagonisten van Provoosts romans ‘zondigen en maken fouten’ [noot 12] (Pańków 2005) en de lezer kan niet verwachten dat ze lang en gelukkig leven als het boek uit is. Dit gaat bij Provoost gepaard met de afwezigheid van opdringerige didactiek. De verbinding van deze twee elementen komt in de Poolse kinder- en jeugdliteratuur tamelijk zelden voor. Ook een kijk vanuit de Poolse maatschappelijke context kan beslissend zijn voor de receptie: Vallen wordt gelezen vanuit anticipatie op de problemen met immigranten waarmee Polen in de nabije toekomst geconfronteerd kan worden. Samen met de onbetwistbare kwaliteiten van Provoosts proza kunnen ook deze formele en inhoudelijke kenmerken van haar boeken als redenen gelden voor haar duidelijke aanwezigheid in het Poolse literaire systeem. Bij Tellegen gaat het om de introductie van een nieuw genre. Ook dit is verbonden met open plekken die in het ontvangende systeem met vertaalde werken worden gevuld. Deze tendens betreft eveneens de vertaling van Ben is dood van Jan de Zanger met thema’s als verslaving aan drugs en dood van het jonge personage, die vanaf de jaren tachtig van de twintigste eeuw via de vertalingen in het circuit van jeugdliteratuur in Polen binnengehaald worden [noot 13]. De analyse van Tellegens vertaling en zijn grafische vormgeving toont bovendien hoe de context van het doelsysteem zijn stempel kan drukken op een tekst die als gevolg ervan in een andere culturele context als een gedeeltelijk ander boek gelezen wordt (vgl. ook: De Geest 2008: 38). Hetzelfde betreft in feite De roos en het zwijn waarvan de Poolse kaft een boek met meer volwassen inhoud suggereert dan de originele uitgave. Ook de doeltaal zelf, zoals blijkt uit de bespreking van Tellegens verhalen, heeft een grote invloed op cognitieve processen die met de ontvangst van een boek in een andere culturele context verbonden zijn. De boeken van beide auteurs sluiten aan bij reeds vroeger gerecipieerde werken uit de wereldliteratuur die voor een dubbelpubliek zijn bestemd en eveneens door jongeren resp. kinderen, alsook door volwassen lezers kunnen worden gelezen. Al deze interacties tussen de culturele context van het doelsysteem enerzijds en de Nederlandstalige kinder- en jeugdliteratuur anderzijds, tonen de dynamiek van de Poolse receptie in haar verschillende aspecten. Op basis van het voorbeeld van Nederlandstalige kinder- en jeugdliteratuur in Poolse vertaling kunnen we concluderen dat het doelsysteem in een tijdsperspectief van gesloten naar open groeit. Daarvan getuigt niet alleen het aantal vertalingen dat in de afgelopen negen jaar aanzienlijk gestegen is, maar ook het aandeel van vertaalde kinder- en jeugdboeken ten opzichte van boeken voor volwassenen – de Nederlandstalige kinder- en jeugdliteratuur in Poolse vertaling wordt een steeds belangrijker onderdeel van het Poolse literaire systeem.

NOTEN: noot 1: Daarnaast bestaat ook Mały Dong-prijs waar de jury uit kinderen is samengesteld. Door beide jury’s worden zowel boeken van Poolse auteurs als boeken in vertaling beoordeeld. Zowel de literaire prijzen voor kinder- en jeugdboeken als het hele veld verbonden met uitgave en promotie van kinder- en jeugdboeken als zodanig staan in Polen nog in kinderschoenen en kunnen eigenlijk alleen met moeite worden vergeleken met de situatie in Nederland en België (vgl. Kęczkowska 2009: www3).

noot 2: ‘madrą i piękną książkę holenderskiego autora, która równie dużo mówi o naszym świecie dzieciom, jak i dorosłym’ (www6; alle vertalingen uit het Pools in dit artikel zijn van mij, IBK).

noot 3: Guliwer is een driemaandelijks tijdschrift dat aan kinder- en jeugdboek gewijd is. Het bevat recensies, interviews met kinder- en jeugdauteurs en met illustratoren, populariserende essays maar ook wetenschappelijke artikelen over kinderboeken alsook actuele informatie i.v.m. kinder- en jeugdboeken.

noot 4: ‘nowa odmiana bajki’ (Niesporek-Szamburska 2005: 90).

noot 5: ‘bajka, opwiadanie surrealistyczne, poetyckie, powiastka filozoficzna’ (ibidem).

noot 6: ‘Słowa w tekście jakby przyglądały się sobie – pozwalają na nowo odkryć znaczenia, zadziwiają w użytych, nieraz modyfikowanych frazach (nie: twarz, policzki, a skrzydła poczerwieniały z podniecenia komarowi)’ (ibidem).

noot 7: ‘Upadki śmiało można nazwać „lekturą konieczną”’ (ibidem).

noot 8: De titel van de eerste uitgave luidde: Powieści belgijskei z życia rodzinnego [Belgische romans uit het familieleven], 1858. De tweede editie werd uitgegeven onder de titel: Wieczory zimowe, obrazy z życia rodzinnego dla młodych osób [Winteravonden, taferelen uit het familieleven voor jonge personen], 1861. In deze uitgaven werden volgende teksten opgenomen: De gierigaerd, 1852; Wat eene moeder lijden kan, 1844; De arme edelman, 1851; Lambrecht Hensmans, 1847 (vgl. Koch 1993: 27).

noot 9: In de colofon van de Poolse vertaling wordt vermeld dat de Engelstalige versie van De jeugd van Ruuntje het reekalf door de auteur zelf werd voorbereid.

noot 10: Deze gegevens zijn gebaseerd op de database van NLPVF, geraadpleegd op 20.10.2009. Hier ga ik aan de vertaling van Vreemde juffrouw Bok voorbij; de tekst verscheen als verzameluitgave in Rotterdam naar aanleiding van European Theatre Reading Day in 1993 en als zodanig functioneerde hij niet in het Poolse literaire systeem.

noot 11: ‘O światowym bestsellerze bez zachwytu’.

noot 12: ‘swoim postaciom pisarka pozwala grzeszyć i popełniać błędy’ (Pańków 2005).

noot 13: Bijv. een van de eerste boeken over dit soort moeilijke onderwerpen, Wir Kinder vom Bahnhof Zoo (1978), verscheen in Poolse vertaling in 1987.

Bibliografie:

De Elektronische ANS. Op: http://www.let.ru.nl/ans/e-ans/, geraadpleegd op 20.10.2009 (www1)

Coillie, Jan van, Joke Linders, Selma Niewold en Jos Staal (red.), Encyclopedie van de jeugdliteratuur. Groningen: De Fontein & Wolters Noordhoff 2004.

Even-Zohar, Itamar 2007. ‘Teoria polisystemów’ (Polysystem Studies, 1990; vertaald door Katarzyna Lukas). In: Anna Krajewska (red.), Przestrzenie teorii, 7. Wydawnictwo Naukowe im. Adama Mickiewicza: Poznań, p. 347-366. Zie ook: Itamar Even-Zohar homepage. Op: http:// www.tau.ac.il/~itamarez, bezocht op 25.10.2009.

Fens, Kees, Peter van den Hoven, Nicolaas Matsier, Kees Nieuwenhuijzen (1994), ‘Juryrapport van de Libris Woutertje Pieterse Prijs 1994’. Op: http://www.woutertjepieterseprijs.nl/WPP/juryrap_old/Juryrapport_wpp_1994.htm, geraadpleegd op 24.10.2009 (www2).

Geest, Dirk de 2009. ‘Naar een “internationale” geschiedenis van de Nederlandse literatuur? Enkele kanttekeningen’. In: Irena Barbara Kalla & Bożena Czarnecka, Neerlandistische ontmoetingen. Trefpunt Wrocław. Oficyna Wydawnicza Atut – Wrocławskie Wydawnictwo Oświatowe: Wrocław 2008, p. 25-39.

Jędrych, Karolina, ‘Samotność pokrzywdzonej nastolatki’. In: Guliwer 4 (2006), p. 81-82.

Kalla, Irena Barbara, ‘Het Journaal van Bontekoe en de colleges Nederlandse taal en literatuur aan de Universiteit van Wrocław’. In: Literatuur zonder leeftijd, 72 (2007), p. 37-56.

Kęczkowska, Beata, ‘Książki na medal’. In: Interneteditie van Gazeta Wyborcza (Stołeczna) van 9.08.2009. Op: http://miasta.gazeta.pl/warszawa/1,34861,6910063,Ksiazki_na_medal.html, geraadpleegd op 31.10.2009 (www3).

Klimaszewska, Zofia, ‘Het beeld van de Nederlandstalige literatuur in Polen (aan de hand van de tot nu verschenen vertalingen)’. In: Neerlandica Wratislaviensia I (1983), p. 137-150.

Koch, Jerzy 1993. Het Nederlandse boek in Poolse vertaling. Catalogus van de tentoonstelling in de Bibliotheek van het Nationale Ossolinski-Instituut. Wrocław 12-28 mei 1993 - Książka niderlandzka w przekładzie polskim. Katalog wystawy w Bibliotece Zakładu Narodowego im. Ossolińskich. Wrocław 12-28 maja 1993, Witryna Artystów: Kłodzko 1993. Koch, Jerzy, 1997. ‘Bontekoe läuft in Breslau/Wrocław ein’. In: Auf den Spuren der Niederländer zwischen Berlin und Warschau. Beiträge des 3. Symposiums der Deutsch-Niederländischen-Gesellschaft, Europa-Universität Viadrina Frankfurt/O, 27./28. Oktober 1995 (Republika Federalna Niemiec), Berlin 1997, p. 119-133.

Koch, Jerzy, 2002. Bontekoe in Wrocław? In: Acta Comenii Societatis Neerlandicorum Europae Centralis et Orientalis, Amos VI. 170 jaar neerlandistiek in Silezië, Oficyna Wydawnicza ATUT - Wrocławskie Wydawnictwo Oświatowe: Wrocław 2002, p. 119-125. Koch, Jerzy, 2003. Bonteku zawija do Wrocławia: o najstarszym polskim przekładzie z literatury niderlandzkiej, In: Www.literatura niderlandzka.pl, Towarzystwo Przyjaciół Ossolineum: Wrocław 2003, p. 16-21.

Kotowska, Katarzyna, ‘O trudnych wyborach’. In: Nowe Książki 9 (2006), p. 74-75.

Kotowska, Katarzyna, ‘Nikt tego nie chce…’, In: Nowe Książki 1 (2007), p. 74-75.

Krawczyk, Joanna, ‘Piękna wydorośleć chciała’. In: Lampa 9 (2005).

Niesporek-Szamburska, Beata, ‘Każdy ma swoje urodziny’. In: Guliwer 4 (2005), p. 89-91.

Nowacka, Ewa, ‘O światowym bestsellerze bez zachwytu’. In: Nowe Książki 2 (1994), p. 49-50.

Pańków, Julia, ‘Portret: Anne Provoost’. In: Café 6 (2005), p. 11.

Provoost, Anne, Moja ciotka jest delfinem (Mijn tante is een grindewal, 1990, vertaald door Jadwiga Jędryas). Gdańsk: Oficyna JP2, 2006.

Provoost, Anne, Róża i wieprz (De roos en het zwijn, 1997, vertaald door Jadwiga Jędryas). Warszawa: Wydawnictwo Sic!, 2005.

Provoost, Anne, Upadki (Vallen, 1994, vertaald door Jadwiga Jędryas). Warszawa: Ezop, 2006.

Sonnen, Arthur, ‘Tussen Balkenende en Joop van den Ende’. Bijdrage bij de presentatie van Theater moet schuren! Essays over de maatschappelijke opdracht van het theater, 21 juni 2005. Op: http://www.boekman.nl/publicaties_theatermoetschuren_presentatie_sonnen.html (www4), geraadpleegd op 20.10.2009.

Tellegen, Toon, Nie każdy umiał się przewrócić (Bijna iedereen kon omvallen, 1993, vertaald door Jadwiga Jędryas). Warszawa: Kowalska / Stiasny, 2005.

Tellegen, Toon, Misschien wisten zij alles. 313 verhalen over de eekhoorn en de andere dieren. Met prenten van Mance Post. Amsterdam/Antwerpen, Querido 2007.

Uffelen, Herbert Van. Bibliographie der modernen niederländichen Kinder- und Jugendliteratur in deutscher Übersetzung 1930-1990. Münster-Hamburg: Lit 1993 (Niederlande-Studien, 8).

Uffelen, Herbert Van, ‘”Toeval dat na de gebeurtenis noodzaak bleek” (Over de onbeschrijfelijke onbeschrijfbaarheid van de Nederlandse literatuur in het buitenland)’. In: Broomans, Petra; Linn, Stella; Vogel, Marianne; Voorst, Stella van; Bay, Anders (red.), Object: Nederlandse literatuur in het buitenland. Methode: onbekend. Groningen: Barkhuis, 2006, p. 9-20. Op: http://s2.ned.univie.ac.at/CMS/Nederlandistik/Jahresberichte/dm;1/tm;NederlandistikJahresberichte/text;1/dokutextid;38246/, geraadpleegd op 20.10.2009 (www 5).

Winnicka, Magdalena, ‘Belgijska Tokarczuk’. In: Nowe Książki 10 (2005), p. 60.

Wolny-Hamkało, Agnieszka, ‘Bestia feministek’. In: Gazeta Wyborcza, 26.07.2005.

www6: Portal rynku wydawniczego: ‘Dziecięcy bestseller roku 2005’. Op: http://www.wydawca.com.pl/index.php?s=info&kat=1&dzial=77&poddzial=0&id=1047, geraadpleegd op 31.10.2009.

www7: JR, ‘Nie każdy umiał się przewrócić’. In: Interneteditie van Rzeczpospolita van 3.08.2005. Op: http://new-arch.rp.pl/artykul/561926_Nie_kazdy_umial_sie_przewrocic.html, geraadpleegd op 31.10.2009.

Zbiór podróży po wszystkich częściach świata przedsięwziętych dla oświecenia i zabawy młodzieży. Ułożony przez Campe. Z niemieckiego języka przetłumaczony. Kartą ieograficzną i ozdobnymi obrazkami upiękniony, Tomik II’, Wrocław 1805, Wilhelm Bogumił Korn. [Verzameling van reizen door alle werelddelen ondernomen voor Verlichting en vermaak van de jeugd, Samengesteld door Campe. Vertaald uit het Duits. Versierd met geografische kaart en met mooie plaatjes. Deel II’, Wrocław 1805, uitg. Wilhelm Bogumił Korn]. Bijlage

Poolse vertalingen van Nederlandstalige kinder- en jeugdliteratuur – chronologisch overzicht

1805 [Dziennik Bonteku - fragmenty]. Zbiór podróży po wszystkich częściach świata przedsięwziętych dla oświecenia i zabawy młodzieży. Ułożony przez Campe. Z niemieckiego języka przetłumaczony. Kartą ieograficzną i ozdobnymi obrazkami upiękniony, Tomik II’, Wrocław 1805, Wilhelm Bogumił Korn, 16°. [Verzameling van reizen door alle werelddelen ondernomen voor verlichting en vermaak van de jeugd, Samengesteld door Campe. Vertaald uit het Duits. Versierd met geografische kaart en met mooie plaatjes]. Deel II’, Wrocław 1805, uitg. Wilhelm Bogumił Korn, 16°.

1861 Conscience, Hendrik. Wieczory zimowe, obrazy z życia rodzinnego dla młodych osób [Niewidomy; Skąpiec; Cierpienia matki; Zubożały szlachcic; Przygody Lamberta Hensmansa]. Vert. door Franciszek Salezy Dmochowski. Warszawa 1961 (tweede druk). Vert. van: vacat; De gierigaerd, 1852; Wat eene moeder lijden kan, 1844; De arme edelman, 1851; Lambrecht Hensmans, 1847.

1913 Eeden, Frederik van. Mały Janek. Opowiadanie dla dzieci. Vert. door anonymus [F. L. Lubodziecka], bewerkt door: Maria Szafirowa. Warszawa-Kraków: J. Mortkiewicz, 1913. Vert. van: De kleine Johannes (1887). (herdrukt in 1915)

1938 Ammers-Küller, Jo van. Karin i Lila. Powieść dla młodzieży. Vert. uit het Nederlands door Zofia Glarska. Kraków: Księgarnia Powszechna 1938. Vert. van: Tegen den stroom op (1917). (herdrukt in 1943)

1957 Frank, Anne. Dziennik Anny Frank, 12 czerwca 1942 – 1 sierpnia 1944. Vert. uit het Duits door Zofia Jaremko-Pytowska. Warszawa: Państwowy Instytut Wydawniczy, 1957. Vert. van: Het achterhuis, 1947. (herdrukt in 1960)

1969 Rutgers van der Loeff-Basenau, An. Lawina. Vert. uit het Engels door Krystyna Tarnowska. Ill.: Maria Orłowska-Gabryś. Warszawa: Nasza Księgarnia 1969. Vert. van: Lawines razen, Amsterdam: Uitgeverij Ploegsma, 1954.

1970 Elsendoorn, Jo. Chłopcy z Montelbaan. Vert. uit het Duits door Halina Leonowicz. Ill.: Andrzej Heidrich. Warszawa: Nasza Księgarnia 1970. Vert. van: De blaaspijpers van de Montelbaan. Amsterdam: Kris Kras Uitgeversmaatschappij, 1964.

1978 Elsendoorn, Jo. Jelonek Ronni. Vert. uit het Engels door Barbara Tyszka. Ill.: Jos Ruting. Warszawa: Nasza Księgarnia 1978. Vert. van: De jeugd van Ruuntje het reekalf. Amsterdam: N.V. Van Munster’s Uitgeversmaatschappij, 1959.

1983 Terlouw, Jan. Michiel. Vert. uit het Nederlands door Ryszard Pyciak. Warszawa: Nasza Księgarnia, 1983. Vert. van: Oorlogswinter. Rotterdam: Lemniscaat, 1972.

1987 Verleyen, Karel. Wróg bez twarzy. Vert. uit het Nederlands door Jerzy Koch. Warszawa: Nasza Księgarnia, 1987. Vert van: Vijand zonder gezicht. Averbode: Altiora, 1982. Verleyen, Karel. Wróg bez twarzy. Vert. uit het Nederlands door Jerzy Koch. Verschenen als feuilleton in het tijdschrift "Płomyk". Vert van: Vijand zonder gezicht. Averbode: Altiora, 1982.

1990 Huygen, Wil, Rien Poortvliet (illustraties), Skrzaty. Vert. uit het Frans door Barbara Durbajło. Warszawa: Pax, 1990 (eerste druk 1990; tweede druk 1991). Vert. van: Leven en werken van de kabouter, Bussum: Van Holkema & Warendorf, 1976. Zanger, Jan de. Ben nie żyje. Vert. uit het Nederlands door Jerzy Koch. Katowice: Śląsk, 1990. Vert van: Ben is dood. Den Haag: Leopold, 1981.

1993 Beckman, Thea. Krucjata w dżinsach. Vert. uit het Nederlands door Dorota Dąbrowska. Łomża: Oficyna Wydawnicza Stopka, 1993. Vert van: Kruistocht in spijkerbroek. Rotterdam: Lemniscaat, 1973. Frank, Anne. Dziennik (Oficyna). 12 czerwca 1942 – 1 sierpnia 1944. Vert. uit het Nederlands door Alicja Dehue-Oczko. Poznań: SAWW. Vert. van: Het achterhuis, Amsterdam: Bert Bakker, 1991.

1994 Schmidt, Annie M.G. Dziwna pani Bok. Vert. uit het Nederlands door Frans Jong - Danuta Jong. In: Strange Miss Bok: European theatre reading day, p.183-190. Vert van: Vreemde juffrouw Bok. Amsterdam: De Arbeiderspers, 1964.

1998 Orshoven, Ivo van. Duchy na zamku. Vert. uit het Nederlands door Wanda Moska. Gdańsk: Novus Orbis, 1998. Vert van: Spoken spektakel. Leuven: Davidsfonds / Infodok, 1993.

2000 Bernauw, Patrick. Sprawiedliwi Sędziowie. Vert. uit het Nederlands door Wanda Moska. Gdańsk: Novus Orbis, 2000. Vert van: De rechtvaardige rechters. Leuven: Davidsfonds / Infodok, 1992. Frank, Anne. Dziennik (Oficyna). 12 czerwca 1942 – 1 sierpnia 1944. Vert. uit het Nederlands door Alicja Dehue-Oczko. Wydawnictwo Znak. Vert. van: Het achterhuis, Amsterdam: Bert Bakker, 1991. (herdrukt in 2003)

2001 Campenhout, Herman van. Kamień w rzece. Vert. uit het Nederlands door Wanda Moska. Gdańsk: Novus Orbis, 2004. Vert van: Een kei in een rivier. Leuven: Davidsfonds / Infodok, 2001.

2002 Verleyen, Karel. Siedem dni ciemności. Vert. uit het Nederlands door Wanda Moska. Gdańsk: Novus Orbis, 2002. Vert van: Zeven dagen donker. Leuven: Davidsfonds / Infodok, 1993.

2004 Janssen, Kolet. Mój brat jak huragan. Vert. uit het Nederlands door Wanda Moska. Gdańsk: Novus Orbis, 2004. Vert van: Mijn broer is een orkaan. Leuven: Davidsfonds / Infodok, Noordwijk: Infodok, 1994. Schmidt, Annie M.G. Julek i Julka. Vert. uit het Nederlands door Łukasz Żebrowski. Ill.: Fiep Westendorp. Warszawa: Hokus-Pokus, 2004. Vert van: Jip en Janneke; 1. Amsterdam: De Arbeiderspers, 1963. Keuze uit 'Jip en Janneke' (1953) en 'De groeten van Jip en Janneke' (1954). Schmidt, Annie M.G. Julek i Julka; 2. Vert. uit het Nederlands door Łukasz Żebrowski. Ill.: Fiep Westendorp. Warszawa: Hokus-Pokus, 2004. Vert van: Jip en Janneke; 2. Amsterdam: De Arbeiderspers, 1964.

2005 Moeyaert, Bart. Erlbruch, Wolf. Stworzenie. Vert. uit het Nederlands door Jadwiga Jędryas - Łukasz Żebrowski. Ill.: Wolf Erlbruch. Warszawa: Hokus-Pokus, 2005. Vert van: De schepping. Amsterdam: Querido, 2003. Provoost, Anne. Róża i wieprz. Vert. uit het Nederlands door Jadwiga Jędryas. Warszawa: Sic!, 2005. Vert van: De roos en het zwijn. Amsterdam: Querido, 1997. Schmidt, Annie M.G. Julek i Julka; 3. Vert. uit het Nederlands door Łukasz Żebrowski. Ill.: Fiep Westendorp. Warszawa: Hokus-Pokus, 2005. Vert van: Jip en Janneke; 3. Amsterdam: De Arbeiderspers, 1964. Tellegen, Toon. Nie każdy umiał się przewrócić. Vert. uit het Nederlands door Jadwiga Jędryas. Ill.: Ewa Stiasny. Warszawa: Kowalska / Stiasny, 2005. Vert van: Bijna iedereen kon omvallen. Amsterdam: Querido, 1993. Velthuijs, Max. Żabka i obcy. Vert. uit het Nederlands door Dorota van den Bercken. Ill.: Max Velthuijs. Warszawa: Wilga, 2005. Vert van: Kikker en de vreemdeling. Amsterdam: Leopold, 1993.

2006 Kockere, Geert De. Niebajki. Vert. uit het Nederlands door Alicja Oczko. Ill.: Johan Devrome. Warszawa: Nasza Księgarnia, 2006. Vert van: Het zijn toeren! Wielsbeke: De Eenhoorn, 2003. Provoost, Anne. Moja ciotka jest delfinem. Vert. uit het Nederlands door Jadwiga Jędryas. Gdańsk: Drukarnia Oruńska, 2006. Vert van: Mijn tante is een grindewal. Antwerpen: Houtekiet, 1990. Provoost, Anne. Upadki. Vert. uit het Nederlands door Jadwiga Jędryas. Warszawa: Ezop, 2006. Vert van: Vallen. Baarn: De Fontein, Antwerpen: Houtekiet, 1994. Schmidt, Annie M.G. Minu. Vert. uit het Nederlands door Joanna Borycka-Zakrzewska. Warszawa: Hokus-Pokus, 2006. Vert van: Minoes. Amsterdam: De Arbeiderspers, 1970.

2007 div. auteurs, Baśnie niderlandzkie, flamandzkie i fryzyjskie. Vert. uit het Nederlands door Andrzej Dąbrówka. Warszawa: Polish Academy of Sciences: Institute of Literary Research, 2007. Vert van: Bloemlezing. Inleiding: Andrzej Dąbrówka. Haele, Jeroen Van. Morze ciche. Vert. uit het Nederlands door Jadwiga Jędryas. Ill.: Sabien Clement. Warszawa: Nasza Księgarnia, 2007. Vert van: De stille zee. Tielt: Lannoo, 2004. Schmidt, Annie M.G. Julek i Julka; 4. Vert. uit het Nederlands door Łukasz Żebrowski. Ill.: Fiep Westendorp. Warszawa: Hokus-Pokus, 2007. Vert van: Jip en Janneke; 4. Amsterdam: De Arbeiderspers, 1964.

2008 Schmidt, Annie M.G. Pluk z wieżyczki. Vert. uit het Nederlands door Joanna Borycka-Zakrzewska. Ill.: Fiep Westendorp. Warszawa: Hokus-Pokus, 2008. Vert van: Pluk van de Petteflet. Amsterdam: Querido, 1971. Tjong-Khing, Thé. Gdzie jest tort? Vert. uit het Nederlands door n.n. Ill.: Thé Tjong-Khing. Gdańsk: EneDueRabe, 2008. Vert van: Waar is de taart? Tielt: Lannoo, 2004. Bruna, Dick, Miffy. Vert. uit het Nederlands door Magdalena van der Kroft. Wydawnictwo Format 2008. Vert. van: Nijntje, 1955. Bruna, Dick, Miffy w zoo. Vert. uit het Nederlands door Magdalena van der Kroft. Wydawnictwo Format 2008. Vert. van: Nijntje in de dierentuin, 1955/1963. Bruna, Dick, Urodziny Miffy. Vert. uit het Nederlands door Magdalena van der Kroft. Wydawnictwo Format 2008. Vert. van: Het feest van Nijntje, 1970.

2009 Bruna, Dick, Miffy, dziadek i babcia. Vert. uit het Nederlands door Magdalena van der Kroft. Wydawnictwo Format 2008. Vert. van: Opa en oma pluis, 1988. Bruna, Dick, Miffy i króliczątko. Vert. uit het Nederlands door Magdalena van der Kroft. Wydawnictwo Format 2008. Vert. van: Kleine pluis, 2003.

Print deze pagina... enkel als het niet anders kan!